Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt dd. 27.11.2002
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Belgian justice
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Akkoord,Vaststelling belastbare grondslag gemeenschappelijk overleg,Behoorlijk bestuur
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt dd. 27.11.2002
Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt dd. 27.11.2002
Document
Search in text:
Properties
Document type : Belgian justice Title : Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt dd. 27.11.2002 Tax year : 2005 Document date : 27/11/2002 Document language : NL Modification date : 31/10/2006 13:34:46 Name : H1 02/2 Version : 1
ARREST H1 02/2 Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt dd. 27.11.2002 De Fiscale Koerier 2003/325 Akkoord - Vaststelling belastbare grondslag gemeenschappelijk overleg - Behoorlijk bestuur De fiscus onderzoekt het fiscaal dossier van een architecte. Zij sluit met de taxatiediensten een akkoord over het bedrag van haar netto belastbare baten. De Rechtbank stelt vast dat de Administratie reeds bij de controle kennis had van de inlichtingen die nadien werden ingeroepen om een hogere belastbare basis te verantwoorden. Hieruit volgt dat de taxatiediensten met kennis van zaken een akkoord hadden gesloten. Enkel wanneer de Administratie zou kunnen aantonen dat de taxatie gebaseerd was op elementen die n.a.v. de controle niet bekend waren, zou een supplementaire taxatie kunnen worden gerechtvaardigd. De Rechtbank beslist dat de taxatiediensten niet konden terugkomen op het afgesloten akkoord. Anders beslissen zou strijdig zijn met het recht op rechtszekerheid. INZAKE A.R. nr.... CONINX Marleen,architect, ... eiseres, vertegenwoordigd door .... tegen GEWESTELIJK DIRECTEUR,DIRECTE BELASTINGEN, met burelen gevestigd te ... DE BELGISCHE STAAT,MINISTERIE VAN FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, ... verweerder, vertegenwoordigd door ... VOLGT HET VONNIS: Gelet op: - het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 22 januari 2001, met aangehecht een afschrift van de bestreden directorale beslissing van 8 december 2000; - de conclusies en de stukken van partijen; Feiten en voorgaanden De betwisting betreft een aanslag in de personenbelasting, gemeente ................... gevestigd over het aanslagjaar 1996, onder kohierartikel 847652, supplement aan artikel 773668161, uitvoerbaar verklaard op 21.12.1998 en verzonden op 23.12.1998 voor een te betalen bedrag aan belastingen van 356.766 fr. (thans 8.844,00 euro). Eiseres deed voor het aanslagjaar 1996 op 03.06.1996 een aangifte in de personenbelasting (zie stukken 21 t.e.m. 49 van het administratief dossier). Op 13.11.1998 werd er een akkoordverklaring afgesloten tussen de belastingplichtige en de administratie waarbij er voor het aanslagjaar 1996 onder de rubriek 659 van de aangifte de netto-baten werden bepaald op een bedrag van 472.517 fr. (thans 11.713,39 euro) (zie stuk 222 van het administratief dossier). Bij bericht van wijziging van 17.11.1998 heeft de administratie eiseres in kennis gesteld dat uit inlichtingen die werden verstrekt door het controlecentrum van het A.O.I.F. te .... , bleek dat zij in het jaar 1995 twee onkosten- en honorariumnota's heeft opgesteld voor prestaties geleverd aan de .... voor een totaalbedrag van 620.000 fr (thans 15.369,40 euro). Deze nota's werden voor voldaan ondertekend op 23.12.1995. Bij een controle op haar kantoor op 13.11.1998 werd er vastgesteld dat voor deze bedragen geen facturen werden opgesteld en dat deze bedragen niet in de ontvangsten van dat jaar werden opgenomen. Derhalve werden de netto baten van het jaar 1995, aanslagjaar 1996, verhoogd met deze bedragen (art. 27 van het WIB 1992):
Eiseres werd uitgenodigd om binnen de maand, te rekenen vanaf de verzending van het bericht van wijziging, schriftelijk haar opmerkingen over te maken. Namens eiseres werd er bij aangetekend schrijven van 16.12.1996 geantwoord dat zij niet akkoord ging met de inhoud van het bericht van wijziging (zie stukken 59 tem 62 van het administratief dossier). Verweerster vestigde de aanslag voor het aanslagjaar 1996 overeenkomstig het bericht van wijziging van 17.11.1998, onder kohierartikel 847.652, supplement aan artikel 773668161, uitvoerbaar verklaard op 21.12.1998 voor een bedrag van 356.766 fr.(thans 8.844,00 euro). Eiseres tekende bij schrijven van 19.02.1999, ontvangen bij de administratie op 22.02.1999, bezwaar aan tegen voormelde aanslag (zie stukken 2 t.e.m. 4 van het administratief dossier). Bij directorale beslissing van 08.12.2000 heeft verweerder het bezwaar afgewezen ( zie stukken 5 t.e.m. 17 van het administratief dossier). Eiseres diende vervolgens fiscaal verhaal in bij deze rechtbank tegen de voormelde directorale beslissing. Het verzoekschrift werd tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 22.01.2001. Eiseres werpt onder meer de hierna volgende grieven op:
1. Ontvankelijkheid Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering. De vordering is dan ook ontvankelijk. 2. Ten gronde 2.1. Motivering van het bericht van wijziging van 17.11.1998 Bij bericht van wijziging van 17.11.1998 heeft de administratie eiseres in kennis gesteld dat uit inlichtingen die werden verstrekt door het controlecentrum van het ...... te ....... bleek dat zij in het jaar 1995, twee onkosten- en honorariumnota's heeft opgesteld voor prestaties geleverd aan de ... voor een totaal bedrag van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro). Deze nota's werden voor voldaan ondertekend op 23.12.1995. Bij een controle op haar kantoor op 13.11.1998 werd er vastgesteld dat voor deze bedragen geen facturen werden opgesteld en dat deze bedragen niet in de ontvangsten van dat jaar werden opgenomen. Derhalve werden de netto baten van het jaar 1995, aanslagjaar 1996, verhoogd met een bedrag van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro). Tevens werd gemeld dat de toe te passen belastingverhoging krachtens art. 444 van het WIB 1992, 10 % bedroeg ingevolge de onjuiste aangifte (zie stuk 59 van het administratief dossier). Eiseres houdt voor dat het bericht van wijziging onvoldoende zou gemotiveerd zijn en derhalve niet voldoet aan de vereisten van art. 346 van het WIB 1992. Art. 346, eerste lid van het WIB 1992 stelt:
Bovendien is een bericht van wijziging slechts een uitnodiging voor discussie (zie Brussel, 29 mei 1984, F.J.F., 1985, 102). Het volstaat dan ook dat de motivering van het bericht voldoende is om de belastingplichtige toe te laten de motieven van de administratie te onderzoeken, zodat hij hier eventueel op kan antwoorden. De rechtbank stelt vast aan de hand van het betreffend bericht van wijziging (zie stuk 59 van het administratief dossier) dat de redenen worden weergegeven op basis waarvan het belastbare inkomen wordt gewijzigd, alsook dat de wijze waarop het belastbare inkomen wordt bepaald, wordt meegedeeld. Eiseres stelt ten onrechte dat niet is vermeld waaruit de inlichtingen verstrekt door het controlecentrum van de ................. bestaan, nu uit het bericht van wijziging duidelijk blijkt dat de verstrekte inlichtingen betrekking hebben op twee onkosten- en honorariumnota's die door eiseres werden opgesteld voor de prestaties geleverd aan de ................ voor een totaal bedrag van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro) en die door eiseres werden ondertekend voor voldaan op 23.12.1995. De taxatieambtenaar stelt vast dat er voor dit bedrag geen factuur is opgesteld en dat het bedrag van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro) niet in de opbrengsten van dat jaar werden opgenomen. Derhalve besluit de taxatieambtenaar dat het bedrag van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro) overeenkomstig art. 27 van het WIB 1992 behoort tot het belastbaar nettoresultaat van eiseres. De redenering van de taxatieambtenaar is gesteund op feitelijke vermoedens. Het feit dat niet verwezen is naar art. 340 van het WIB 1992 heeft niet tot gevolg dat het bericht van wijzing onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de administratie formeel de motiveringsvereisten bij het verzenden van een bericht van wijziging heeft nageleefd. Ook de belastingverhoging van 10 % is formeel gemotiveerd nu verwezen wordt naar art. 444 van het WIB 1992 en gesteld wordt dat de belastingverhoging wordt toegepast om redenen van een onjuiste aangifte. Er is bijgevolg geen schending van de motiveringsplicht zoals vervat in art. 346, eerste lid van het WIB 1992. 2.2. Akkoordverklaring van 13.11.1998 Eiseres voert aan dat er op 13.11.1998 een akkoordverklaring werd afgesloten waarbij voor het aanslagjaar 1996 onder de rubriek 659 van de aangifte de op te nemen netto-baten werden bepaald op een bedrag van 472.517 fr. (thans 11.713,39 euro) (zie stuk 222 van het administratief dossier). Eiseres houdt voor dat de administratie gebonden is door deze akkoordverklaring en hier niet op kan terugkomen. De akkoordverklaring kwam immers tot stand naar aanleiding van een controle ter plaatse bij eiseres op 13.11.1998, waarvan de administratie in het bericht van wijziging van 17.11.1998 stelt dat uit zijn onderzoek op 13.11.1998 blijkt dat er voor de onkosten- en honorariumnota's ten bedrage van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro) geen facturen waren opgesteld en dat dit bedrag niet was opgenomen in de ontvangsten van dat jaar. Eiseres stelt dat hieruit blijkt dat de taxatieambtenaar op het ogenblik van het sluiten van het akkoord reeds op de hoogte was van de "inlichtingen" in verband met de onkosten- en honorariumnota's ten bedrage van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro), zodat op het in het akkoord bepaalde bedrag van de netto-baten ten bedrage van 472.517 fr. (thans 11.713,39 euro) niet meer kan worden teruggekomen. Verweerder betwist niet dat er op 13.11.1998 een akkoordverklaring is tot stand gekomen tussen partijen doch houdt voor dat krachtens art. 333 van het WIB 1992 zij steeds gemachtigd is om een onderzoek dat werd ingesteld, binnen de in art. 354 van het WIB 1992 bepaalde termijn verder door te voeren. Derhalve zou de administratie, vooraleer de aanslag werd gevestigd, een van de belastingplichtige verkregen akkoord mogen herzien, ook al beschikte de administratie bij de opstelling van de akkoordverklaring over gegevens die nadien aanleiding geven tot de herziening van de akkoordverklaring. De rechtbank stelt vast dat bij het sluiten van de akkoordverklaring op 13.11.1998 de administratie over de gegevens beschikte die nadien aanleiding gaven tot de herziening van de akkoordverklaring. Uit het bericht van wijziging van 17.11.1998 blijkt immers ontegensprekelijk dat de taxatieambtenaar bij zijn onderzoek ter plaatse bij eiseres op 13.11.1998 vaststelde dat er geen facturen waren opgesteld voor de onkosten- en honorariumnota's ten bedrage van 620.000 fr. (thans 15.369,40 euro) en dat dit bedrag niet was opgenomen in de ontvangsten van dat jaar. Na het sluiten van voormeld akkoord zijn er geen nieuwe elementen aan het licht gekomen die niet gekend waren op het ogenblik van het afsluiten van het akkoord. Derhalve kon de administratie niet terugkomen op het door haar afgesloten akkoord. Er anders over oordelen zou strijdig zijn met het recht op rechtszekerheid. Het is hierbij irrelevant dat de akkoordveklaring van 13.11.1998 is tot stand gekomen tijdens de aanslagprocedure, nu het in casu handelt over een bewijsprobleem en niet over een probleem inzake onderzoeks- of aanslagtermijn. De vordering van eiseres is derhalve gegrond. * * * De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd nageleefd. OM DIE REDENEN: De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak: Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond. Doet de directorale beslissing van 8 december 2000 met referte 10019900499, gewezen door de gedelegeerde ambtenaar van de directeur der directe belastingen, teniet. Ontheft integraal de aanslag in de personenbelasting, gemeente ..., gevestigd over het aanslagjaar 1996, onder kohierartikel 847652, en uitvoerbaar verklaard op 21.12.1998. Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling aan eiseres van de uit hoofde van deze ontheven aanslag betaalde sommen, meer moratoriumintresten in zoverre en in de mate bepaald door het WIB 1992. Veroordeelt verweerder tot de kosten, begroot als volgt: In hoofde van eiseres op: - 327,22 euro zijnde rechtsplegingsvergoeding. In hoofde van verweerder op: - 327,22 euro zijnde rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer op het gerechtshof te Hasselt op 27 NOVEMBER 2002 alwaar aanwezig waren: De Heer ....; Mevrouw....; De Heer..... |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||