Voorafgaande beslissing nr. 2013.240 dd. 09.07.2013

Datum :
09-07-2013
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

eigen kosten van de werkgever - vergoeding - vergoeding voor eigen kosten van de werkgever - terugbetaling van eigen kosten van de werkgever - forfaitaire vergoedin

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 2013.240 dd. 09.07.2013
Voorafgaande beslissing nr. 2013.240 dd. 09.07.2013
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Voorafgaande beslissing nr. 2013.240 dd. 09.07.2013
Tax year : 2013
Document date : 09/07/2013
Keywords : eigen kosten van de werkgever / vergoeding / vergoeding voor eigen kosten van de werkgever / terugbetaling van eigen kosten van de werkgever / forfaitaire vergoeding
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 2013.240 dd. 09.07.2013
Version : 1

 

Voorafgaande beslissing nr. 2013.240 dd. 09.07.2013

 

Dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen

Terugbetaling van eigen kosten van de werkgever

Buitenlandse dienstreizen

 

Samenvatting

Het College van de DVB beslist dat de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen vastgesteld per land voor ambtenaren die behoren tot de  "agenten op post" van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die aan de werknemers van de NV X zullen worden toegekend voor dienstreizen in het buitenland met een duur die 30 dagen overschrijdt (agenten op post), als een niet belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in de zin van artikel 31, tweede lid, 1°, in fine, WIB 92 kunnen worden aangemerkt voor zover de uitbetaling van de forfaitaire vergoedingen zal beperkt worden tot maximaal 24 maanden voor dezelfde missie of zal worden stopgezet op het ogenblik van een eventuele definitieve vestiging in het buitenland.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de forfaitaire vergoedingen toegekend voor dienstreizen in het buitenland kunnen worden aangemerkt als een terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever in overeenstemming met artikel 31, tweede lid, 1°, in fine van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

 

II. Omschrijving van de verrichting

2. Het personeel van de NV X wordt voor en bepaald project naar het buitenland uitgezonden.

3. In het kader van deze opdrachten hebben de personeelsleden van de NV X diverse kosten met betrekking tot meerkosten in verband met maaltijden, lokale reiskosten en diverse kleine uitgaven.

4. De praktijk heeft uitgewezen dat het in vele gevallen moeilijk is om in de voormelde landen voor elke uitgave een bewijs te krijgen dat gebruikt kan worden tot staving van de terugbetaling van de kost.

 

III. Beslissing

5. Overeenkomstig het nr. 31/40 Com.IB 92 worden de door de werkgever toegekende forfaitaire vergoedingen voor dienstreizen in het buitenland als niet belastbaar aanvaard, voor zover ze niet meer dan 37,18 EUR per dag bedragen. Evenwel mogen dagelijkse forfaitaire vergoedingen van meer dan 37,18 EUR als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever worden aangenomen wanneer deze worden gerechtvaardigd door de omstandigheden, eigen aan het land waar de belastingplichtige zijn opdracht vervult.

6. Uit het nr. 5 van de administratieve circulaire nr Ci.RH.241/534.514 (AOIF 17/2006) van 11 mei 2006 (hierna de Circulaire) blijkt dat in dit verband mag worden aangenomen dat de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen, zoals die per land zijn vastgesteld voor ambtenaren van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, overeenkomstig ernstige normen zijn bepaald (zie antwoord op de Parlementaire vraag nr. 295 van 29 maart 2000, gesteld door Volksvertegenwoordiger Leterme).

7. In het nr. 6 van de Circulaire wordt verduidelijkt dat de bedragen van de "dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen" vastgesteld per land voor ambtenaren die behoren tot de "carrière Hoofdbestuur" van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bijgevolg kunnen worden aangemerkt als een niet belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in de zin van artikel 31, tweede lid, 1°, in fine WIB 92.

8. In de Circulaire wordt het begrip dienstreis in het buitenland omschreven als een opdracht van korte duur in het buitenland in effectieve dienst of opdracht van de werkgever of van vennootschap waarin men werknemer of bedrijfsleider is. De periodes die betrekking hebben op de eventueel door de belastingplichtige vrijwillig gemaakte reisverlengingen, worden echter niet als dienstreis aangemerkt.

9. In het nr. 16 van de Circulaire wordt verduidelijkt dat onder korte duur moet worden verstaan een dienstreis van maximum 30 kalenderdagen.

10. Uit de aanvraag blijkt dat het personeel van de NV X op regelmatige basis naar het buitenland zal worden uitgezonden.

11. De NV X wenst aan deze werknemers een forfaitaire vergoeding toe te kennen die overeenstemt met de bedragen van de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen vastgesteld per land voor ambtenaren die behoren tot de "agenten op post" van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking indien de dienstreis de termijn van 30 dagen overschrijdt. Die vergoedingen (lijst "agenten op post") bedragen 60 % van vergoedingen opgenomen in de lijst "personeel hoofdbestuur".

12. In die omstandigheden kan gesteld worden dat de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen vastgesteld per land voor ambtenaren die behoren tot de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kunnen worden aangemerkt als een niet belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in de zin van artikel 31, tweede lid, 1°, in fine, WIB 92 voor zover de uitbetaling van de forfaitaire vergoedingen als bedoeld in nr.11 zal beperkt worden tot maximaal 24 maanden voor dezelfde missie of zal worden stopgezet op het ogenblik van een eventuele definitieve vestiging in het buitenland.