Voorafgaande beslissing nr. 2013.259 dd. 09.07.2013

Datum :
09-07-2013
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
5 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

meerwaarde op aandelen - divers inkomen - meerwaarde - inbreng in vennootschap - aandeel - normaal beheer van het privé-vermogen

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 2013.259 dd. 09.07.2013
Voorafgaande beslissing nr. 2013.259 dd. 09.07.2013
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Voorafgaande beslissing nr. 2013.259 dd. 09.07.2013
Document date : 09/07/2013
Keywords : meerwaarde op aandelen / divers inkomen / meerwaarde / inbreng in vennootschap / aandeel / normaal beheer van het privé-vermogen
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 2013.259 dd. 09.07.2013
Version : 1

Voorafgaande beslissing nr. 2013.259 dd. 09.07.2013

 

Personenbelasting

Divers inkomen

Meerwaarden op aandelen

Interne meerwaarde

Inbreng van aandelen

Normaal beheer privé-vermogen

 

Samenvatting

De geplande inbreng door de heer X van de aandelen van de BVBA A  in een nieuw op te richten holding, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen, zodat de meerwaarde die naar aanleiding van deze inbreng zal worden gerealiseerd, niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB92.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe te vernemen of de geplande inbreng door de heer X van de aandelen van de BVBA A in een nieuw op te richten holdingvennootschap wordt gekwalificeerd als normaal beheer van een privé-vermogen zoals bedoeld in artikel 90, 1° en 90, 9°, eerste gedachtestreepje van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB92) zodat de gerealiseerde meerwaarde geen aanleiding zal geven tot een belastingheffing overeenkomstig dezelfde artikels.

 

II. Omschrijving van de verrichting

II.A. Identiteit en activiteiten van de aanvrager en van de vennootschap A

Identiteit van de aanvrager

2. De aanvrager, de heer X, is zaakvoerder in de BVBA A.

Identiteit van de betrokken vennootschap - activiteiten

3. De vennootschap waarvan de aandelen zullen worden ingebracht in een nieuw op te richten holding is de exploitatievennootschap A. A stelt meerdere mensen tewerk, waaronder enkele in het buitenland.

4. A werd een lange tijd geleden opgericht door de heer X. Alle aandelen van A worden momenteel nog aangehouden door de heer X.

5. A is een operationele vennootschap die ter uitvoering van een distributieovereenkomst met een niet-verbonden vennootschap,  actief is als verdeler van bepaalde producten. In haar hoedanigheid als distributeur verdeelt de vennootschap producten aan 3de partij klanten in meerdere landen. Op bepaalde van die markten verwezenlijkt ze een belangrijke omzet.

6. Naast voormelde distributie is A ook, in beperkte mate, actief in een andere sector.

7. In het recente verleden werd m.b.t. één jaar een aanzienlijk dividend uitgekeerd. Verder ontving de heer X een vergoeding voor zijn prestaties als bedrijfsleider.

8. Vennootschap A heeft geen geldbeleggingen en de beschikbare liquide middelen zullen aangewend worden om de nog openstaande bedragen van de aangegane kredieten af te lossen (een overzicht hiervan werd verstrekt).

9. Vennootschap A bezit zakelijke rechten op onroerende goederen die aangewend worden in het kader van haar exploitatieactiviteit alsook op bedrijfsmatig onroerend goed dat verhuurd wordt aan derden en op de privé-woning van de aanvrager (waarvoor  een maandelijkse huur wordt betaald).

Niet bij de inbreng betrokken vennootschap

10. Tot voor kort had de heer X geen andere participaties dan deze in de BVBA A. Recent ging de heer X evenwel over tot de oprichting van een nieuwe Belgische vennootschap die op haar beurt een buitenlandse vennootschap heeft opgericht. Gelet op de specifieke context waarbij ondermeer op korte termijn een wijziging in het aandeelhouderschap van de Belgische vennootschap zal worden doorgevoerd, worden deze aandelen niet bij de geplande verrichting betrokken.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen

11. Gelet op de steeds toenemende internationale activiteit van de BVBA A, overweegt de heer X, zaakvoerder, om enkele belangrijke structurele wijzigingen door te voeren.

12. Meer bepaald worden volgende handelingen overwogen:

i. oprichting van een Belgische holdingvennootschap

13. De heer X beoogt de oprichting van een Belgische holdingvennootschap aangezien dit kadert binnen de efficiënte organisatie van de toekomstige groepsstructuur met een internationale dimensie.

14. De holdingvennootschap zal wellicht de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid aannemen.

ii. inbreng van vennootschap A in voormelde holdingvennootschap

15. De heer X wenst al zijn aandelen A (of mogelijks alle aandelen min één) in te brengen in voornoemde holdingvennootschap aan marktconforme voorwaarden.

iii. oprichting van vennootschappen in diverse Europese landen

16. De aandeelhouder van de BVBA A heeft het voornemen om op heel korte termijn, meer bepaald uiterlijk één jaar na de voorafgaande beslissing, een aantal activiteiten buiten België concreet en formeel verder te ontplooien en hiervoor over te gaan tot oprichting van lokale entiteiten.

17. De voorgenomen wijzigingen zullen geen nadelige impact zullen hebben op de tewerkstelling en de activiteit van de BVBA A.

II.C. Engagementen

18. De aanvrager neemt onderstaande engagementen op zich :

18.1. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zal geen kapitaalvermindering door de holdingvennootschap worden doorgevoerd;

18.2. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zal geen kapitaalvermindering door A worden doorgevoerd, tenzij die middelen door de holdingvennootschap worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financieringen van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen zonder dat deze geldmiddelen mogen doorstromen naar de aandeelhouders natuurlijke personen;

18.3. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zullen de dividenduitkeringen door A niet wijzigen tegenover vroeger (d.w.z. voor de inbreng in de holdingvennootschap). Er mogen toch hogere dividenden worden uitgekeerd indien wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. De hogere dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders natuurlijke personen. De hogere dividenden mogen tenslotte ook worden aangewend voor de betaling van de aandeelhouders die niet betrokken zijn bij de inbrengverrichting en die wensen uit te treden;

18.4. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng zullen de door A betaalde managementfees, bedrijfsleiderbezoldigingen, enz. overeenstemmen met de vroegere bedrijfsleiderbezoldigingen. De geldstroom vanuit A naar de holdingvennootschap mag hoger zijn dan de vroegere bedrijfsleiderbezoldigingen indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties tegenover staan (bijvoorbeeld als vergoeding voor ondersteunende diensten als boekhouding) die vroeger op het niveau van A werden verricht en nu door de holding worden uitgevoerd (eventueel met overdracht van het betrokken personeel) én marktconform worden doorgerekend.

19. Een ontwerpverslag over de waardering van de BVBA A werd aan de DVB voorgelegd.

 

III. Motivering van de aanvraag door de aanvrager

20. De aanvrager is van mening dat er bij de geplande inbreng geen belastbare speculatieve meerwaarde ontstaat en dat de inbreng een normale verrichting is binnen het beheer van privé-vermogen.

21. De vraag of een verwezenlijkte meerwaarde als gevolg heeft dat de betrokken belastingplichtige geacht wordt een belastbare speculatieve meerwaarde te realiseren, komt neer op een analyse van de feiten.

22. In het voorliggende geval laten de feitelijke omstandigheden toe te besluiten dat de natuurlijke persoon die de aandelen A inbrengt in de nieuw op te richten Belgische holding, geen speculatieve intenties heeft n.a.v. zulke inbrengoperatie, maar dat deze kadert binnen het normaal beheer van privé-vermogen, omwille van de volgende bedrijfseconomische motieven.

23. A heeft tot op vandaag enkel juridische aanwezigheid in België. De activiteiten die A in het buitenland doet als distributeur werden historisch, en rekening houdend met de specifieke karakteristieken eigen aan elk land, georganiseerd door tussenkomst van lokale agenten of commissionairs (door A gecontracteerd).

24. A begint stilaan ook zelf activiteiten buiten België te ontplooien. Daar deze activiteiten in de eerste fase beperkt bleven tot activiteiten met een voorbereidend en ondersteunend karakter, ondernam A nog geen stappen om vaste inrichting(en) te formaliseren buiten België.

25. Het aftasten van diverse buitenlandse markten liet de heer X echter toe om een aantal strategische "key markets" te identificeren die op lange termijn aan belang moeten winnen. In deze key markets wil de heer X overgaan tot het aantrekken van eigen commerciële medewerkers.  Dit zal als gevolg hebben dat in een aantal van die markten, de grenzen van het voorbereidende en ondersteunende kader zullen overschreden worden, waardoor vaste inrichtingen ontstaan. De heer X geeft echter de voorkeur aan de oprichting van lokale vennootschappen eerder dan het openen van bijkantoren/branches. In een aantal landen wordt dit op heel korte termijn gepland. De huidige derde partij verkoopcommissionairs/verkoopagenten zal (gedeeltelijk) vervangen worden door eigen personeel dat werkt in een lokale verkooponderneming (opgericht door de Belgische holding).

26. Naar interne organisatie toe, zal het personeel van de holdingvennootschap (voornamelijk) de volgende taken uitoefenen, ten dele voor andere groepsondernemingen :

•          boekhouding;

•          human-resources diensten;

•          audit;

•          strategiebepaling;

•          marketing en communicatie.

27. Hiertoe zullen een aantal mensen die momenteel tewerkgesteld zijn door de BVBA in de toekomst op de payroll van de holdingvennootschap staan.

28. Alle vaste activa die in het kader van deze dienstverlening zullen overgaan naar de holdingvennootschap, zijnde burelen en ander kantoormeubilair, pc, telefoons, … zullen aan markconforme voorwaarden worden afgerekend.

29. De economische motieven verbonden aan de oprichting van de buitenlandse vennootschappen kunnen als volgt worden toegelicht.

30. A heeft op heden in verschillende markten distributierechten voor de producten z. In een aantal van die landen staan derde partij verkoopcommissionairs in voor de vermarkting van verschillende producten van A en van verschillende andere leveranciers/distributeurs. A is als onderneming niet voldoende groot om de aandacht van de commissionairs te eisen voor de producten z.  Dit punt, samen met de hoogte van de betaalde commissies (weinig value for money), deed de heer X besluiten tot de oprichting (door de holding) van vennootschappen in het buitenland ter vervanging van de overeenkomsten met derde partijen in die landen. In eerste instantie zullen de bestaande contracten nog doorlopen ook na de oprichting van de lokale vennootschappen. De bestaande contracten evolueerden intussen wel al in die zin dat ze een relatief korte opzegperiode hebben en zullen op termijn op een legale manier worden beëindigd.

31. Het werken met eigen vennootschappen laat toe voldoende focus te leggen op de "eigen" producten en laat aan A toe om hogere verkopen te realiseren op die markten aan dezelfde prijs. Het oprichten van lokale vennootschappen op bepaalde van deze markten heeft geenszins tot gevolg dat deze ondernemingen een deel van de klantenportefeuille van A zullen overnemen. Het verkoopproces zal ook na de oprichting van de vennootschappen in het buitenland in handen van A blijven, m.a.w. het zal nog steeds A zijn die factureert aan de klanten. De enige wijziging is dat in de toekomst ook een vergoeding zal betaald worden door A aan eigen vennootschappen in plaats van aan externe commissionairs/agenten.

32. Wat betreft de vergoedingen die A vooropstelt tussen haarzelf en deze nieuw op te richten vennootschappen zal de heer X zich baseren op de tarieven die momenteel betaald worden aan commissionairs en lokale agenten. Vandaar dat werd besloten om over dit punt geen voorafgaandelijk akkoord te vragen aan de Dienst Voorafgaande Beslissingen.

33. Wat betreft het niet-speculatieve karakter van de inbrengverrichting wordt onderstreept dat :

33.1. de voorgenomen inbreng een eenmalige transactie behelst in hoofde van de inbrenger, en;

33.2. de inbrengoperatie geen schuldfinanciering noodzaakt in hoofde van de inbrengende partij, en;

33.3. de inbrengoperatie aan marktconforme voorwaarden gebeurt (de inbrengende natuurlijke persoon engageert zich ertoe om het verslag van de bedrijfsrevisor dat de waarde van de aandelen bij de inbreng bepaalt, over te maken aan het controlekantoor in de personenbelasting waaronder hij ressorteert);

33.4. verder is de heer X graag bereid om de engagementen aan te gaan die reeds in eerdere beslissingen van de DVB zijn neergelegd.

34. Verder blijkt uit de feiten dat de vennootschap A in het verleden reeds haar overtollige liquiditeiten uitkeerde aan haar aandeelhouder (zie randnummer 7).

35. Binnen het kader van deze vraag tot voorafgaande beslissing van de Dienst Voorafgaande Beslissingen wordt door de aanvrager geen akkoord gevraagd omtrent het marktconforme karakter :

35.1. van de overdracht van de vaste activa naar de holding;

35.2. noch van de doorrekening van de dienstverlening door de holding aan de groepsondernemingen;

35.3. noch van de vergoeding door A aan de lokale buitenlandse verkoopentiteiten.

 

IV. Beslissing

36. De geplande inbreng door de heer X van de aandelen A vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB92.

37. De aandelen van de BVBA A behoren tot het privévermogen van de heer X.

38. De inbreng van de aandelen A in de nieuw op te richten holding door de heer X kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen in de zin van artikel 90, 9, eerste gedachtestreepje, WIB92 :

38.1. de in te brengen aandelen A zijn reeds sinds de oprichting van de vennootschap A in handen van de X;

38.2. de geplande inbreng van de aandelen A in de nieuw op te richten holding kadert binnen de efficiënte organisatie van de groepsstructuur waarbij op korte termijn een aantal activiteiten verder buiten België zullen ontplooid worden en waarvoor zal overgegaan worden tot de oprichting door de holding van vennootschappen in het buitenland;

38.3. door de aanvrager worden engagementen aangegaan (zie randnummer 18);

38.4. recent werden aanzienlijke dividenden uitgekeerd (zie randnummer 7);

38.5. het betreft geen complexe verrichting noch een spitsvondig feitencomplex;

38.6. de in A aanwezige liquide middelen zullen onder meer aangewend worden om de openstaande bedragen van de aangegane kredieten terug te betalen;

38.7. de meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen A wordt gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB92.

39. De DVB heeft geen opmerkingen over het voorgelegde ontwerpverslag dat de waarde weergeeft van de vennootschap A. Het definitieve verslag van de bedrijfsrevisor, waaruit de waarde van de aandelen A blijkt op het ogenblik van de inbreng, zal aan de lokale controleur van de aanvrager worden overgemaakt.

*

*       *

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissing alsmede gelet op wat voorafgaat in de randnummers 36 tot en met 39 beslist het College van de DVB in zitting van 9 juli 2013 dat :

40. de geplande inbreng door de heer X beschouwd kan worden als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen, zodat de meerwaarde die naar aanleiding van deze overdracht zal worden gerealiseerd, niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB92.

41. De beslissing is slechts geldig voor zover het verslag van de bedrijfsrevisor, dat de waarde van de aandelen A op het ogenblik van de inbreng in de nieuw op te richten Belgische holding weergeeft, zal worden overgemaakt aan de bevoegde PB controle van de aanvrager.

42. De aandacht wordt erop gevestigd dat de beslissing slechts geldig blijft voor zover de geplande inbreng en de oprichting van de buitenlandse vennootschappen plaatsvinden binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.

43. Deze beslissing houdt geen uitspraak in over het marktconforme karakter :

43.1. van de overdracht van de vaste activa naar de holding (zie randnummer 28) ;

43.2. noch van de doorrekening van de dienstverlening door de nieuw op te richten holding aan de groepsondernemingen;

43.3. noch van de vergoeding betaald door A aan de lokale buitenlandse verkoopentiteiten (zie randnummer 32).