Voorafgaande beslissing nr. 600.366 dd. 05.12.2006
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
vennootschapsbelasting - arm's length principe - abnormaal of goedgunstig voordeel - dubbelbelastingverdrag - verrekenprijzen - vaste inrichting - bezoldiging - belgische vennootschap - verbonden onderneming
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Voorafgaande beslissing nr. 600.366 dd. 05.12.2006
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Voorafgaande beslissing nr. 600.366 dd. 05.12.2006 Document date : 05/12/2006 Publication date : 31/05/2010 Keywords : vennootschapsbelasting / arm's length principe / abnormaal of goedgunstig voordeel / dubbelbelastingverdrag / verrekenprijzen / vaste inrichting / bezoldiging / belgische vennootschap / verbonden onderneming Document language : NL Name : Voorafgaande beslissing nr. 600.366 dd. 05.12.2006 Version : 1
Voorafgaande beslissing nr. 600.366 dd. 05.12.2006
Vennootschapsbelasting Arm's length principe Abnormaal of goedgunstig voordeel Dubbelbelastingverdrag Verrekenprijzen Vaste inrichting Bezoldiging Belgische vennootschap Verbonden onderneming
Samenvatting
De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te krijgen dat (i) de vergoedingen die de Belgische naamloze vennootschap X enerzijds zal ontvangen van verbonden ondernemingen voor de door haar geleverde diensten en anderzijds zal betalen aan verbonden ondernemingen voor de gebruikte immateriële vaste activa in overeenstemming zijn met het "arm's length"-principe zoals vervat in artikel 185, § 2, WIB 92 en dat deze vergoedingen geen aanleiding zullen geven tot het bestaan van enig abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26, 79 en 207 WIB 92, en dat (ii) de principalen Y1, Y2, Y3 en Y4, waaraan X diensten levert, geen vaste inrichting hebben in België op basis van de toepasselijke dubbelbelastingverdragen.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag strekt ertoe de bevestiging te krijgen dat:
1.1. de vergoedingen die X zal ontvangen van verbonden ondernemingen voor de door haar geleverde diensten en zal betalen aan verbonden ondernemingen voor de gebruikte immateriële vaste activa in overeenstemming zijn met het "arm's length"-principe zoals vervat in artikel 185, lid 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen ("WIB 92"), en dat deze vergoedingen geen aanleiding zullen geven tot het bestaan van enig abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26, 79 en 207 WIB 92;
1.2. de principalen (Y1, Y2, Y3, Y4) geen vaste inrichting hebben in België op basis van de toepasselijke dubbelbelastingverdragen.
II. Omschrijving van de verrichtingen
II.A Algemene informatie
2. De Belgische naamloze vennootschap X maakt deel uit van een internationale groep. De activiteiten van de groep bestaan uit de wereldwijde marketing, verkoop en distributie van goederen.
3. De ultieme moedermaatschappij van X is Y2.
II.B Beschrijving van de activiteiten van de groep
4. De activiteiten van de groep zijn toegespitst op de aankoop, distributie, verkoop en marketing van goederen. De groep koopt de goederen van onafhankelijke producenten in verschillende landen. Via een door Y1 ontwikkeld logistiek proces worden de goederen tot bij de klant gebracht. Het belang van marketingactiviteiten en kwaliteitscontrole is toegenomen vanwege de globalisering van de industrie en de gestegen concurrentie. De groep heeft niet de bedoeling om te concurreren op basis van prijs, maar differentieert zich op basis van ander kenmerken. Dit heeft de groep toegelaten om over de jaren heen een loyaal en uitgebreid netwerk van klanten te ontwikkelen en haar merknaam in de markt te vestigen.
5. De groep verkoopt diverse soorten goederen. Naast de traditionele M1-goederen, werd recent ook een nieuwe reeks M2-goederen ontwikkeld.
6. Daar waar de activiteit van de groep in het verleden beperkt was tot de verkoop en distributie van goederen afkomstig uit L1, koopt de groep sinds enkele jaren ook goederen aan in andere landen. Voorlopig gaat het weliswaar nog om een beperkte hoeveelheid, maar naar de toekomst toe wordt verwacht dat deze activiteit sterk in belang zal toenemen. 7. De groep heeft een relatief beperkt aantal klanten in "de regio". Deze klanten zijn loyaal en meestal actief in de 'retail business'.
II.C Beschrijving van de activiteiten van X
II.C.1 Huidige activiteiten
8. Momenteel bestaat de hoofdactiviteit van X uitsluitend in het optreden als commissionair voor de principalen om M1- en M2-goederen te verkopen in de regio.
9. In de regio verkoopt de groep momenteel nog altijd voor het merendeel goederen van oorsprong van L1. De groep heeft hiervoor in het verleden X opgericht die diensten levert aan de moedermaatschappijen in L1 met betrekking tot de verkoop van goederen in de regio. Sinds enkele jaren worden, in beperkte mate, ook goederen aangeleverd vanuit L2, L3 en L4 om de markt in de regio te bevoorraden.
10. Momenteel treedt X in de regio op als commissionair voor de volgende principalen:
9.1. Y1 voor wat betreft merkgoederen uit L1;
9.2. Y2 voor wat betreft goederen zonder merk uit L1;
9.3. Y1 voor wat betreft merkgoederen uit L2;
9.4. Y3 voor wat betreft merkgoederen uit L3; en
9.5. Y4 voor wat betreft merkgoederen uit L4.
11. Het is pas sinds twee à drie jaar dat Y1 merkgoederen aanvoert vanuit L2. Ook de aankopen van merkgoederen door Y3 en Y4 in respectievelijk L3 en L4 zijn een evolutie van de jongste jaren.
12. De principalen zijn distributeurs en dragen alle risico's verbonden aan de aankoop, de verkoop en de distributie van M1- en M2-goederen. Alle krediet-, voorraad-, transport-, verzekerings- en wisselkoersrisico's worden gedragen door de principalen. X opereert tot dusver als een commissionair voor de principalen en draagt slechts minimale ondernemingsrisico's.
II.C.2 Nieuwe opportuniteiten
13. Tot het einde van vorige eeuw waren de marketing-, verkoop- en distributieactiviteiten van de groep enkel toegespitst op de M1-goederen geproduceerd in L1.
14. Sinds de eeuwwisseling is de groep gestart met de beperkte verkoop van merkgoederen van oorsprong van L3 en L4.
II.D Beschrijving van de nieuwe activiteiten
15. Met het oog op de hiervoor beschreven toekomstige mogelijkheden wil de groep haar huidig bedrijfsmodel aanpassen in die zin dat X zal opereren als een koop/verkoop distributieonderneming voor de verkoop in de regio van M1-goederen afkomstig uit L2, L3 en L4. (Dit is een 'pull business model'.)
16. Daarnaast zal X blijven optreden als commissionair voor de principalen voor M1-goederen afkomstig uit L1. Ook voor de M2-goederen zal X optreden als commissionair voor de principalen. (Dit is een 'push business model'.)
II.D.1 X als commissionair
17. X zal optreden als commissionair voor Y1 en Y2 en hen ondersteunen in de verkoop in de regio van M1- en M2-goederen uit L1. Aangezien alle goederen in L1 initieel wordt aangekocht door de groep, vereist dit een 'push' aanpak van de verkoop omdat de verkoop gedreven wordt door de geproduceerde hoeveelheid.
18. Ook wat betreft de verkoop van M2-goederen uit andere landen dan L1 zal X optreden als commissionair. Al naargelang de goederen worden aangeleverd vanuit L3, L4 of L2 zal X optreden als commissionair voor Y3, Y4 of Y1. Y3 en Y4 staan in voor het lokale beheer van de M2-rechten en kopen de goederen van lokale producenten in respectievelijk L3 en L4. Aangezien Y1 het patent exploiteert voor M2-goederen, worden exclusiviteitcontracten gesloten door de principalen (die het recht van de patenten in sub-licentie bekomen) met de lokale producenten van de nieuwe producten. Bijgevolg worden ook alle M2-goederen geproduceerd buiten L1 aangekocht door de groep. Men heeft dus ook hier een productie gedreven 'business model'.
19. Ondanks de verschillende afkomst van de producten, zal X telkens optreden als commissionair van bovenvermelde principalen. Deze principalen zullen de aankoopfunctie, de kwaliteitscontrole en de 'branding' van de producten verzorgen. De marketing en promotie van goederen wordt ook volledig door de principalen voor hun rekening genomen. Gezien de groep een klantenbasis heeft die stabiel is en beperkt in aantal, zijn de verkoopinspanningen van X vooral beperkt tot het bespreken en noteren van de wensen van de klant en het opnemen en verwerken van orders.
20. Het bespreken van de Terms of Trade éénmaal per jaar:
20.1. Elk jaar vinden besprekingen plaats tussen de groep en de klant over de "Terms of Trade" (best te definiëren als algemene verkoopsvoorwaarden) voor de verkopen van goederen voor de volgende periode. Deze Terms of Trade geven een overzicht van de discussies tussen de klant en de groep en vormen het kader voor de verkopen in de komende periode (i.c. de leveringsvoorwaarden, betalingsvoorwaarden, bankgaranties, productspecificaties, vorderingsprocedure, promotie-vergoedingen, volumekortingen, enz.).
20.2. X initieert de onderhandelingen met de klanten en neemt nota van de eisen en wensen van de klant. Met het oog op het sluiten van verkoopovereenkomsten met de klanten, houdt X in de discussies rekening met de vooropgestelde budgetten en voorwaarden van de respectieve principalen. Vooraleer deze gesprekken met de klanten af te ronden zal X ook de goedkeuring vragen van de principaal met betrekking tot de voorgestelde Terms of Trade.
20.3. Bij het begin van het jaar wordt de prijs vastgelegd door de principaal. Indien tijdens het jaar de prijs of andere voorwaarden zouden moeten veranderen, wat hoogstens enkele keren per jaar gebeurt, worden deze wijzigingen ook door de principaal beslist. X kan de principaal niet verbinden zonder zijn voorafgaande toestemming.
20.4. X kan ook rekenen op de ondersteuning van de lokale groepsentiteiten die het klantencontact onderhouden en de orders doorgeven.
21. Het opnemen van orders die deze klanten doorheen het jaar plaatsen: Aangezien de markt voor goederen het sluiten van termijncontracten vereist, is de interventie van X tijdens het jaar vooral toegespitst op het opnemen en verwerken van orders van de klanten en het rapporteren over de verkoopactiviteiten aan de principaal. Elke orderbevestiging van X aan de klant voldoet ipso facto aan de door de principaal goedgekeurde voorwaarden (i.e. Terms of Trade en prijs).
22. Tot slot, de activiteiten van X als commissionair zijn beperkter dan deze van een traditionele commissionair. X wordt op geen enkel ogenblik eigenaar van het verkochte goederen. Hoewel X de invoer en bijkomende formaliteiten voor zich neemt, zullen alle kosten daarvan volledig worden doorgerekend aan de principalen. Het bezit van de goederen gaat over van de principaal op de klanten. Bijgevolg blijven alle grote risico's met betrekking tot de verkoop in de regio bij de principaal (i.c. de kredietrisico's, productrisico's, risico's van het annuleren van orders, voorraadrisico's en wisselkoersrisico's). Als commissionair van de principalen draagt X slechts minimale risico's.
II.D.2 X als distributeur
23. Gezien de mogelijkheden van de markt, zou X in de toekomst optreden als distributeur voor M1-merkgoederen afkomstig uit andere landen dan L1. De Europese markt zal worden bevoorraad met M1-merkgoederen uit L3 en L4, en uit L2.
24. In haar toekomstige hoedanigheid van distributeur zal X van Y1 het recht krijgen om diverse immateriële vaste activa te gebruiken: het gebruik van de merknaam met daaraan verbonden de perceptie van hoge kwaliteit evenals de know-how met betrekking tot een uitgekiend logistiek proces en kwaliteitscontrole, alsook het recht om de klantenbasis die werd opgebouwd door Y1 verder te exploiteren. Y1 is de economische eigenaar van de merknaam omdat zij alle promotie- en marketingkosten heeft gedragen.
25. Als illustratie van de waarde van de merknaam werd een grafiek bij de aanvraag gevoegd van de prijzen die de groep in de markt kan vragen voor haar kwaliteitsgoederen uit L1 ten opzichte van de prijzen van concurrenten voor goederen afkomstig uit L2.
26. De jongste jaren gebeurde de verkoop van M1-merkgoederen van oorsprong van L3 of L4 op transactiebasis, waarbij X optrad als commissionair van Y3 of Y4. De ervaring heeft uitgewezen dat dit niet de beste manier is om aan de wensen van de klanten te voldoen, omdat onvoldoende hoeveelheden kwaliteitsgoederen konden worden geleverd. Door een rechtstreeks contact tussen de producent en X te verwezenlijken, zal X in staat zijn om gerichter en sneller aan de wensen van haar klanten te voldoen (i.e. de levering van de gewenste hoeveelheden in het laagseizoen).
27. In haar functie van distributeur zal X de aankoop van de goederen verrichten en rechtstreeks in contact treden met de lokale producenten. X wordt de juridische eigenaar van het goederen. Voorts zal X ook verantwoordelijk zijn voor de kwaliteitscontrole, de 'branding' en het logistieke proces om kwalitatieve goederen tot bij de klant te krijgen.
28. X zal voor de komende periode met de klanten de algemene Terms of Trade onderhandelen (i.c. de leveringsvoorwaarden, betalingsvoorwaarden, bankgaranties, productspecificaties, vorderingsprocedure, promotievergoedingen, volumekortingen, enz.) voor de verkoop van goederen afkomstig uit andere landen dan L1. Voor goederen afkomstig uit andere landen dan L1 zal X de marktprijzen afspreken met de klanten en de aankoopprijzen en volumes met de producenten onderhandelen.
29. X zal in de uitoefening van haar distributieactiviteiten bepaalde risico's dragen (wisselkoersrisico's, risico's van het annuleren van orders, productrisico's en kredietrisico's) die toch relatief beperkt zullen blijven.
III. Motivering van de aanvraag
III.A. Vaste inrichting
30. Op basis van de toepasselijke dubbelbelastingverdragen hebben Y1, Y2, Y3 en Y4, waaraan X diensten levert, geen vaste inrichting in België.
31. De principalen hebben in België geen materiële vaste inrichting omdat ze niet over een inrichting beschikken in België (behalve de aangehouden goederenvoorraad), waarin de werkzaamheden van de onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend. In dit verband is het belangrijk te vermelden dat geen van de principalen werknemers heeft die actief zijn in België. Wat betreft de goederenvoorraad aangehouden in België door de principalen kan worden verwezen naar de uitzonderingen in de dubbelbelastingverdragen die stellen dat het aanhouden van een voorraad uitsluitend voor de aflevering niet als een vaste inrichting wordt beschouwd.
32. Bovendien hebben de principalen als gevolg van de activiteiten van X geen personele vaste inrichting in België. X heeft geen machtiging van de principalen om namens hen overeenkomsten te sluiten. Bovendien krijgt X op geen enkel ogenblik de machtiging van de principalen om alle elementen en details van een contract te bespreken en/of te beslissen zodat dit bindend zou worden voor de principalen. Zoals eerder beschreven in deze aanvraag zal X als commissionair enkel ageren als tussenschakel tussen principaal en klant, orders ontvangen en verkoopvoorwaarden bespreken. De principalen beslissen over de Terms of Trade (leveringsvoorwaarden, betalingsvoorwaarden, productspecificaties, vorderingsprocedure, promotievergoedingen en volumekortingen) en over de prijzen. X speelt hierbij een adviserende rol. X zal de orders ontvangen en verwerken. Elke orderbevestiging die aan de klant wordt toegestuurd door X geschiedt aan de door de principalen goedgekeurde voorwaarden.
33. Tenslotte is X ook niet betrokken bij de levering van het goederen. De principalen blijven eigenaar van de voorraad en organiseren de leveringen zonder tussenkomst van X.
III.B. Arm's length vergoeding
III.B.1 Algemeen
34. Om een arm's length vergoeding voor de activiteiten van X vast te stellen, werden 'transfer pricing analyses' uitgevoerd. X treedt enerzijds op als commissionair voor diverse principalen en anderzijds als koop/verkoop distributeur van goederen. X zal in de uitoefening van haar distributieactiviteiten het recht krijgen de groepsmerknaam en de klantenbasis opgebouwd in de regio te gebruiken. De groep wil een voorafgaande beslissing bekomen met betrekking tot de volgende intragroepstransacties: 34.1. een arm's length vergoeding voor het optreden van X als commissionair van Y1, Y2, Y3 en Y4; en 34.2. een arm's length betaling van X aan Y1 voor het recht om de immateriële vaste activa van de groep te gebruiken in de uitoefening van haar koop/verkoop distributieactiviteiten.
35. De vergelijkbaarheidstudies werden uitgevoerd binnen het kader van de algemeen aanvaarde OESO-richtlijnen met betrekking tot verrekenprijzen en de Belgische regelgeving met betrekking tot verrekenprijzen (in het bijzonder artikel 185, lid 2, WIB 92 en de administratieve richtlijnen over verrekenprijzen).
III.B.2 Vergoeding voor de commissionairactiviteiten
36. Aangezien X als commissionair slechts minimale ondernemingsrisico's draagt, geen immateriële vaste activa bezit of beheert en slechts functies uitoefent ter ondersteuning van de activiteiten van haar opdrachtgevers, werd X als de geschikte 'tested party' geselecteerd.
37. Het gebruik van de transactionele nettomargemethode ("TNMM") waarbij een 'mark-up' op de bedrijfskosten wordt toegepast, werd als meest geschikte verrekenprijsmethode beschouwd. X oefent verkoopactiviteiten uit die beperkt zijn qua risico en routinematig in uitvoering. Bovendien zijn de diensten van X aan haar principalen vooral gericht op het behouden van de huidige klantenbasis. Voorts oefent X geen marketing- of promotieactiviteiten uit. Een gedetailleerde beschrijving van de selectie van de 'tested party' en de gebruikte verrekenprijsmethode werd bij de aanvraag gevoegd.
38. Er werd een vergelijkbaarheidstudie ondernomen om een arm's length niveau van 'mark-up' op de operationele kosten te bepalen voor de activiteiten die door X worden uitgeoefend. De vergelijkbaarheidstudie heeft als doel het vinden van ondernemingen die functies uitoefenen die vergelijkbaar zijn met de diensten van X: het opnemen van orders en het bespreken van verkoopsvoorwaarden.
39. Als bijlage bij de aanvraag werd een overzicht gevoegd van de geselecteerde vergelijkbare ondernemingen en de resulterende financiële resultaten van de vergelijkbaarheidstudie. 40. Gebaseerd op de kwartielen, voortvloeiend uit de financiële resultaten van vergelijkbare ondernemingen, werd geoordeeld dat een winstopslag van 5,5 % een at arm's length opslag is voor de commissionairactiviteiten verleend door X aan haar principalen. De keuze voor een opslag van 5,5 %, een punt rond de mediaan, wordt beschouwd als een arm's length vergoeding.
41. Deze winstopslag zal toegepast worden op de relevante bedrijfskosten (rekeningen 61 t/m 64 van het Belgische boekhoudplan) minus de recuperaties van voornoemde relevante bedrijfskosten (rekeningen 74 van het Belgisch boekhoudplan) met betrekking tot de activiteiten van X als commissionair, met uitsluiting van de financiële kosten. De netto-financiële kosten (het debetsaldo van de rekeningen 65 en 75 van het Belgische boekhoudplan, exclusief de kosten verbonden aan de voorfinanciering van de koop/verkoop distributieactiviteiten van X), die beperkt zullen blijven, zullen zonder winstopslag worden doorgerekend. Verder zullen ook de voorschotkosten, welke betrekking hebben op diensten die rechtstreeks ten goede komen aan de principalen, waaraan X geen toegevoegde waarde bijbrengt en die niet de eigen activiteiten van X ondersteunen, zonder winstopslag aan de groepsvennootschappen worden doorgerekend indien ze door een derde aan X worden gefactureerd.
42. De aanvrager verzoekt bijgevolg om te bevestigen dat een vergoeding voor X, bepaald zoals hierboven beschreven, voor de levering van deze diensten waarbij een winstopslag van 5,5 % wordt toegepast op de kwalificerende kosten, kan beschouwd worden als een arm's length vergoeding voor X's commissionairactiviteiten.
III.B.3 Vergoeding voor het gebruik van de immateriële vaste activa van de groep
43. X zal in de uitoefening van haar distributieactiviteiten gebruik maken van de immateriële vaste activa opgebouwd door Y1, waarvoor een arm's length vergoeding zal worden betaald door X.
44. Gezien de verwevenheid van de immateriële vast activa waarvan X gebruik zal maken, werd geen interne noch externe 'Comparable Uncontrolled Price' geïdentificeerd. Na een evaluatie van de andere verrekenprijsmethodes voorgesteld door de OESO en de Belgische belastingsadministratie, werd de TNMM als meest geschikte verrekenprijsmethode geselecteerd. Rekening houdend met het routinematige karakter van de distributeurfuncties van X kan, via de TNMM met de operationele winstmarge als PLI, een arm's length vergoeding worden bepaald voor deze routine distributiefuncties. Aangezien de operationele winsten van X's distributieactiviteiten kunnen worden geïsoleerd, zal het in overeenstemming zijn met het arm's length principe van artikel 185, lid 2, WIB 92 om de overige winst van X's distributieactiviteiten als royalty uit te keren aan Y1 voor het gebruik van de immateriële vaste activa.
45. Daarom werd een vergelijkbaarheidstudie ondernomen om een arm's length vergoeding voor routine distributieactiviteiten te bepalen. De vergelijkbaarheidstudie heeft betrekking op het vinden van ondernemingen die functies uitoefenen die vergelijkbaar zijn met de distributieactiviteiten van X.
46. Als bijlage bij de aanvraag werd een overzicht gevoegd van de geselecteerde vergelijkbare ondernemingen en de resulterende financiële resultaten van de vergelijkbaarheidstudie.
47. Gebaseerd op de kwartielen, voortvloeiend uit de financiële resultaten van vergelijkbare ondernemingen, werd geoordeeld dat een operationele marge van 1,75 % een arm's length vergoeding is voor X's distributiefuncties. Rekening houdend met het routinematige karakter van de distributeurfuncties en het feit dat X weinig of geen immateriële vaste activa bezit, zal de extra winst, die door X wordt gerealiseerd, worden betaald aan Y1 in de vorm van een royalty voor het gebruik van de immateriële vast activa van de groep.
48. In de vergelijkbaarheidstudie werd gewerkt op basis van operationele winst. Om te voorkomen dat de kosten van voorfinanciering van X's distributieactiviteiten worden afgezet tegenover de 1,75 % operationele marge zal als berekeningsmaatstaf de operationele winst minus de kosten van voorfinanciering van de distributieactiviteiten van X worden gebruikt (hierna "Netto Operationele Marge" genoemd).
49. De royalty zal als volgt berekend worden:
49.1. De extra operationele winst boven de 1,75% Netto Operationele Marge (wat de arm's length vergoeding is voor X's distributieactiviteiten) zal worden betaald in de vorm van een royalty aan Y1. Dit wil zeggen dat indien de Netto Operationele Marge van X 1,75% of minder bedraagt, geen royalty verschuldigd is.
49.2. Echter, indien de Netto Operationele Marge uit verkopen van X meer bedraagt dan 7,25 % (wat de gemiddelde gebudgetteerde verwachte Netto Operationele Marge op verkopen is), dan zal ¾ van de Netto Operationele Marge als royalty aan Y1 worden betaald. In dit scenario behoudt X een Netto Operationele Marge die groter is dan 1,75 %.
IV. Beslissing
50. Om de arm's length vergoeding voor de activiteiten van X vast te stellen, werden 'transfer pricing analyses' uitgevoerd. De studies werden uitgevoerd binnen het kader van de algemeen aanvaarde OESO-richtlijnen met betrekking tot verrekenprijzen en de Belgische regelgeving met betrekking tot verrekenprijzen.
51. X draagt als commissionair slechts minimale ondernemingsrisico's en bezit of beheert geen immateriële vaste activa. De verkoopactiviteiten, die X uitoefent, zijn beperkt qua risico en hebben een routinematig karakter. Bovendien zijn de diensten van X aan haar principalen vooral gericht op het behouden van de huidige klantenbasis. Voorts oefent X geen marketing- of promotieactiviteiten uit.
52. Het gebruik van de transactionele nettomargemethode ("TNMM") waarbij een 'mark-up' op de bedrijfskosten wordt toegepast, kan worden aanvaard als vergoedingsmethode voor de commissionairactiviteiten van X.
53. De vergelijkbaarheidstudie en haar resulterende financiële resultaten tonen aan dat de voorgestelde winstopslag van 5,5 % op de relevante bedrijfskosten (zie punt 42) een "at arm's length"-opslag is voor de commissionairactiviteiten, die door X verleend worden aan haar principalen.
54. Op grond van de toepasselijke dubbelbelastingverdragen kunnen de principalen van X niet geacht worden een vaste inrichting in België te hebben. Het aanhouden van een goederenvoorraad in België bestemd voor opslag of aflevering vormt een uitzondering waarin de dubbelbelastingverdragen voorzien en wordt dus niet als een vaste inrichting beschouwd. De activiteiten van X hebben evenmin tot gevolg dat de principalen worden geacht een personele vertegenwoordiging in België te hebben.
55. Voor de door X in de uitoefening van haar distributieactiviteiten gebruikte immateriële vaste activa, die werden opgebouwd door de principaal, werd geen interne noch externe 'Comparable Uncontrolled Price' geïdentificeerd.
56. Rekening houdend met het routinematige karakter van de distributiefuncties van X en het feit dat X weinig of geen immateriële vaste activa bezit, kan de vergoeding voor het gebruik van de immateriële vaste activa (royalty) worden bepaald als de extra winst die door X wordt gerealiseerd, boven een te bepalen "arm's length"-vergoeding voor haar routine distributiefunctie.
57. De "arm's length"-vergoeding voor deze routine distributiefunctie kan worden bepaald via de TNMM met de operationele winstmarge als PLI.
58. De vergelijkbaarheidstudie en haar resulterende financiële resultaten tonen aan dat een "Netto Operationele Marge" (zie punt 48) van 1,75 % een "arm's length"- vergoeding is voor X's distributiefuncties.
59. De gemiddelde gebudgetteerde verwachte "Netto Operationele Marge" op verkopen bedraagt 7,25 %.
60. De vergoeding voor X als distributeur zal als volgt berekend worden:
60.1. De extra operationele winst boven de 1,75% Netto Operationele Marge mag betaald worden aan de principaal in de vorm van een royalty.
60.2. Indien de "Netto Operationele Marge" uit verkopen van X meer bedraagt dan 7,25 %, dan wordt ¾ van de "Netto Operationele Marge" als royalty aan de principaal betaald.
Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB in zitting van 5 december 2006 dat:
61. de voorgestelde vergoeding voor X met betrekking tot de door haar geleverde diensten als commissionair van de principalen, in overeenstemming is met het "arm's length"-principe zoals vervat in artikel 185, lid 2, WIB 92, en dat bijgevolg deze vergoeding geen aanleiding geeft tot het bestaan van enig abnormaal en goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26, 79 en 207, WIB 92;
62. de principalen geen vaste inrichting hebben in België op basis van de toepasselijke dubbelbelastingverdragen;
63. de voorgestelde vergoeding die X als aankoop/verkoop distributeur zal betalen aan de principaal voor het gebruik van de immateriële vaste activa in overeenstemming is met het "arm's length"-principe zoals vervat in artikel 185, lid 2, WIB 92 en dat deze vergoeding niet resulteert in het verlenen of verkrijgen van een abnormaal en goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26, 79 en 207, WIB 92.
64. Deze voorafgaande beslissing geldt voor een periode van vijf jaar, met ingang van het boekjaar dat aanvangt op 1 april 2006.
65. Deze beslissing kan indien nodig worden verlengd of gewijzigd wanneer daartoe tijdig - bij voorkeur 3 maand voor het verstrijken van bovenvermelde periode - een nieuwe aanvraag bij de DVB wordt ingediend.
66. Deze beslissing is slechts geldig voor zover noch de activiteiten van X, noch de omstandigheden waarin zij worden uitgeoefend betekenisvol wijzigen gedurende de periode tijdens dewelke deze beslissing van toepassing is. |
|||||||