Vraag nr. 1007 van de heer Van Parys dd. 06.08.1997

Datum :
06-08-1997
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Parliamentary questions
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

BTW,Cruises

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 1007 van de heer Van Parys dd. 06.08.1997
Vraag nr. 1007 van de heer Van Parys dd. 06.08.1997
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 1007 van de heer Van Parys dd. 06.08.1997
Tax year : 2005
Document date : 06/08/1997
Keywords : BTW / Cruises
Document language : NL
Modification date : 15/11/2007 15:06:31
Name : 97/1007
Version : 1
Question asked by : Van Parys

VRAAG 97/1007

Vraag nr. 1007 van de heer Van Parys dd. 06.08.1997


Vr. en Antw., Kamer, nr. 100, 1996-1997, blz. 13646-13648

BTW-Revue nr. 133, blz. 42

BTW - Cruises

VRAAG

    Er heersen nog heel wat onduidelijkheden omtrent de BTW- verplichtingen bij cruises. Cruises worden in de circulaire nr. 1978/033 omschreven als zeereizen, die naast het vervoer een geheel van prestaties omvatten in verband met het verblijf aan boord van het schip en het bezichtigen van bezienswaardigheden in of van uit iedere haven die wordt aangedaan.

    1. Wat moet als de plaats van dienst worden aangemerkt voor de volgende diensten, tijdens de cruise, als de dienstverstrekker (bijvoorbeeld de eigenaar die zijn diensten aanrekent aan een tussenkomend reisbureau of rechtstreeks aan de opvarenden) zijn zetel van activiteit in België heeft:

a) het vervoer van personen;

b) het verstrekken van logies;

c) het verstrekken van spijzen en dranken?

    2.
a) Geldt de vrijstelling van belasting voor het zeevervoer van personen, indien er tijdens de cruise havens in verschillende landen worden bezocht?

b) Geldt deze vrijstelling ook voor de andere, bijkomende diensten in verband met verblijf aan boord van een schip?

    3. Indien één of meer van de in de eerste vraag vermelde diensten niet onder voornoemde vrijstelling vallen en geacht worden plaats te vinden op de plaats waar de dienst materieel wordt verricht, moet dan de dienstverstrekker van cruises, waarbij havens worden bezocht in de verschillende lidstaten van de Unie, in elk van deze lidstaten een identificatienummer aanvragen of een aansprakelijk vertegenwoordiger aanstellen?

ANTWOORD

    Aangezien cruises in de regel een geheel van prestaties omvatten (vervoer, logies, spijzen en dranken, vermaak en andere in artikel 18 van het BTW-wetboek bedoelde diensten) dienen deze te worden aangemerkt als een geheel van gecombineerde prestaties onderworpen aan de BTW op de winstmarge van reisbureaus.

    De persoon die dergelijke cruises organiseert en daarvoor op derden- dienstverrichters beroep doet, dient dan ook als reisbureau of zogenaamde "touroperator" te worden aangemerkt. Voor de toepassing van het Belgisch BTW-wetboek wordt immers onder reisbureau verstaan eenieder wiens werkzaamheid erin bestaat reizen of verblijven, onder meer logies inbegrepen, tegen een vaste som te organiseren en te verkopen ofwel, als tussenpersoon, zodanige reizen of verblijven, vervoerbiljetten, logies- of maaltijdbons te verkopen (BTW-wetboek, art. 20, § 2, tweede lid).

    Wanneer aldus een in België gevestigd reisbureau (de organisator van de cruise) een door haar georganiseerde reis zowel rechtstreeks aan de reizigers als door bemiddeling van andere reisbureaus tegen een globale prijs verkoopt, moet de BTW worden toegepast over een vaste winstmarge van 18 % van de publieke prijs. Indien diezelfde reis evenwel door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau wordt verkocht, bedraagt de te belasten winstmarge slechts 6 % van de werkelijke prijs die door het Belgische reisbureau aan het buitenlandse reisbureau wordt aangerekend.

    Anderzijds wordt ingevolge artikel 20, §2, eerste lid, van het BTW- wetboek, de BTW niet geheven op het gedeelte van de globale prijs dat betrekking heeft op prestaties die het reisbureau zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht of wanneer het reisbureau handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten. Wanneer derhalve het reisbureau of tour-operator tevens de eigenaar van het schip of de reder is, is het gedeelte van de globale prijs dat betrekking heeft op prestaties die genoemd reisbureau zelf met eigen middelen verricht (zoals het vervoer, het verstrekken van logies, spijzen en dranken) in die mate niet onderworpen aan de BTW op de winstmarge van reisbureaus. Iedere dienst die het reisbureau met eigen middelen verricht is derhalve volgens zijn eigen aard belastbaar.

    Zo dient op grond van artikel 21, § 3, 3°, van het BTW-wetboek inzake vervoerdiensten als plaats van de dienst te worden aangemerkt de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden. Het zeevervoer van personen is evenwel van de belasting vrijgesteld (BTW-wetboek, art. 41, § 1, 1°), ook als er tijdens de cruise havens in verschillende landen worden bezocht.

    Inzake de diensten die betrekking hebben op het verstrekken van spijs en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het BTW- wetboek, heeft het Hof van justitie (zaak C-231/94) op 2 mei 1996 beslist dat het verstrekken van bedoelde diensten aan boord van een ferry die de overvaart tussen twee lid-staten verzekert een dienst is in de zin van de artikelen,6, lid 1, en 9, lid 1, van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 en aldus belast dienen te worden in de lid-staat van de zetel van bedrijfsuitoefening van de dienstverrichter.

    Aldus zal als plaats van de dienst inzake het verschaffen aan boord van een schip van spijs en drank door de eigenaar van het schip of de reder ter gelegenheid van een door hen georganiseerde cruise worden aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter i.c. de eigenaar of de reder de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de diensten verricht, of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats. Naar analogie met hetgeen voorafgaat, worden ook het verstrekken van logies aan boord van een schip en andere door de reder verstrekte bijkomende diensten aan dezelfde regeling onderworpen.