Vraag nr. 257 van de heer Petitjean dd. 27.08.1982

Datum :
27-08-1982
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Parliamentary questions
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Vrijstelling voor werkzaamheden uitgevoerd door jeugdorganisaties

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 257 van de heer Petitjean dd. 27.08.1982
Vraag nr. 257 van de heer Petitjean dd. 27.08.1982
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 257 van de heer Petitjean dd. 27.08.1982
Tax year : 0
Document date : 27/08/1982
Keywords : Vrijstelling voor werkzaamheden uitgevoerd door jeugdorganisaties
Document language : NL
Modification date : 10/05/2006 16:52:39
Name : 82/257
Version : 1
Question asked by : Petitjean

VRAAG 82/257

Vraag nr. 257 van de heer Petitjean dd. 27.08.1982


Vr. en Antw., Kamer

Vrijstelling voor werkzaamheden uitgevoerd door jeugdorganisaties

VRAAG

    Op 11 mei 1981 heeft uw voorganger, Baron Snoy et d'Oppuers, een brief gericht aan de nationale jeugdraad, waarin hij in herinnering brengt dat luidens artikel 44, § 2, 2° van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde zijn vrijgesteld, de diensten verstrekt door instellingen erkend door het bevoegde Ministerie die, ingevolge hun statuten in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding...

    Voor de toepassing van die bepaling geldt de erkenning van die instellingen voor de jeugd ten aanzien van de activiteiten, die door het Departement van Franse Cultuur in aanmerking worden genomen voor de toekenning van subsidies, en eveneens ten aanzien van levering van goederen in het kader van de vrijgestelde activiteiten. Derhalve mochten de jeugdinstellingen, volgens de Minister, aanspraak maken op vrijstelling van BTW voor de volgende activiteiten: het beheer van centra voor opleiding van monitoren en het beheer van jeugdvakantietehuizen, inclusief levering van maaltijden en drank, verspreiding van agenda's en kalenders, en publicatie van informatiebulletins, programma's en informatie allerhande.

    Thans blijkt dat sommige BTW-controleurs de draagwijdte van die ministeriële omzendbrief in twijfel trekken en met drie jaar terugwerkende kracht betaling van de BTW opvorderen.

    Ik wens van de Minister van Financiën te vernemen of de jeugdorganisaties nog altijd binnen de hiervoren beschreven begrenzing die vrijstelling genieten en zo niet welke maatregelen hij van plan is te nemen om te verhinderen dat, met terugwerkende kracht, voor de vorige jaren BTW moet worden betaald, vooral daar de jeugdorganisaties het thans moeten stellen met verminderde toelagen en over uiterst krappe middelen beschikken.

ANTWOORD

    Sedert 1 januari 1971, stelt artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek van de belasting vrij de diensten, verstrekt in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid, door instellingen erkend door het bevoegde ministerie, die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding.

    Sinds deze wettelijke bepaling van kracht werd heeft zij geen enkele wijziging ondergaan en zijn de voorwaarden van de vrijstelling van de door jeugdinstellingen uitgevoerde werkzaamheden nog steeds dezelfde.

    Zo wordt een jeugdinstelling enkel beschouwd als erkend, ten aanzien van die werkzaamheden, daaronder begrepen de leveringen van goederen in het kader van de vrijgestelde werkzaamheden, welke door het bevoegde ministerie in aanmerking worden genomen voor de toekenning der subsidies.

    Het geacht Lid beoogt ter zake bepaalde gevallen waarin de BTW-diensten van oordeel zijn dat de voorwaarden tot het verkrijgen van de vrijstelling niet zijn vervuld.

    Indien hij mij deze gevallen ter kennis wil brengen zullen zij aan een aandachtig en nauwlettend onderzoek worden onderworpen, rekening houdend met het geheel van de omstandigheden waarin zij zich voordoen.