Vraag nr. 401 van de heer de Clippele dd. 04.02.2000

Datum :
04-02-2000
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Parliamentary questions
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Motorvoertuigen,Inschrijving in het buitenland

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 401 van de heer de Clippele dd. 04.02.2000
Vraag nr. 401 van de heer de Clippele dd. 04.02.2000
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 401 van de heer de Clippele dd. 04.02.2000
Tax year : 2005
Document date : 04/02/2000
Document language : NL
Name : 00/401
Version : 1
Question asked by : de Clippele

VRAAG 00/401

Vraag nr. 401 van de heer de Clippele dd. 04.02.2000


Vr. en Antw., Senaat, 1999-2000, nr. 2-14, blz. 648-649

Bull. nr. 810, pag. 3353

Motorvoertuigen - Inschrijving in het buitenland

VRAAG

    Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 31 december 1953 houdende regeling nopens de inschrijving van motorvoertuigen en aanhangwagens bepaalt het volgende:

    "De motorvoertuigen en de aanhangwagens worden eerst tot het verkeer op de openbare weg toegelaten als zij op aanvraag en op naam van hun eigenaar vooraf zijn ingeschreven in het in artikel 2 bedoelde repertorium van de motorvoertuigen en de aanhangwagens.

    De motorvoertuigen en de aanhangwagens die kortstondig in België rijden zonder dat zij werden ingevoerd door in het land verblijvende personen, behoeven echter in België niet te worden ingeschreven op voorwaarde dat zij voorzien zijn van een inschrijvingsteken dat werd toegekend door de autoriteiten van een ander land dan België dat is toegetreden tot de Internationale verdragen inzake het wegverkeer en hun bijlagen, respectievelijk ondertekend te Wenen op 8 november 1968 en te Genève op 19 september 1949 en respectievelijk goedgekeurd bij de wet van 30 september 1988 en de wet van 1 april 1954, of tot de internationale overeenkomst betreffende het verkeer met motorvoertuigen, ondertekend te Parijs op 24 april 1926, alsmede van het bij deze overeenkomsten voorgeschreven kenteken."

    Hoewel in dit artikel het begrip "kortstondig" niet duidelijk is gedefinieerd, kan men denken aan een periode van zes maanden, want "wanneer het voertuig niet het voorwerp uitmaakt van enige vrijstelling inzake douanerechten of BTW, wordt een tijdelijke inschrijving toegestaan voor een niet verlengbare periode van ten hoogste zes maanden" (artikel 10.1.1 van hetzelfde koninklijk besluit).

    Ik verneem dat autobestuurders die regelmatig rijden en voor een lange periode (meer dan twaalf maanden bijvoorbeeld), aan de belasting ontsnappen omdat voor de voertuigen die in België zijn ingeschreven of moeten worden ingeschreven, het tijdstip waarop de belasting verschuldigd is het tijdstip is waarop dit voertuigen op de openbare weg rijden, namelijk vanaf het ogenblik waarop en tijdens de periode waarvoor ze zijn ingeschreven of moeten zijn ingeschreven in het repertorium van de Dienst inschrijving van voertuigen.

    Wat moet verstaan worden onder "kortstondig" in de zin van het bovenvermelde artikel 3?

    Hoe worden niet in België ingeschreven voertuigen van particulieren die in ons land verblijven, gecontroleerd?

    Welke sancties dreigen er voor een inwoner van België die gedurende een lange periode in België een voertuig bestuurt dat regelmatig is ingeschreven in een andere lidstaat van de Europese Unie en die de fiscale regelgeving niet overtreedt?

ANTWOORD

    Hoewel de door het geachte lid gestelde vraag voornamelijk betrekking heeft op de regels die van toepassing zijn op de inschrijving van de autovoertuigen, bevatten deze ontegensprekelijk fiscale aspecten in die zin dat artikel 2 van het koninklijk besluit van 31 december 1953 houdende reglementering van de inschrijving van de motorvoertuigen en de aanhangwagens bepaalt dat de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens van het repertorium van de Dienst van het wegverkeer (DWV) mogen worden verwerkt de volgende zijn, met name: "2° de identificatie van de natuurlijke of rechtspersoon die de belasting op de inverkeerstelling van een motorvoertuig of een aanhangwagen, de belasting over de toegevoegde waarde bij de verkoop van zulk een voertuig en de verkeersbelasting verschuldigd is".

    Wat meer bepaald de verkeersbelasting op de autovoertuigen (VB) betreft - maar hetgeen volgt is mutatis mutandis ook van toepassing op de andere met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen die betrekking hebben op de autovoertuigen - vergist het geachte lid zich niet wanneer hij herinnert aan het feit dat de fiscale wet een onweerlegbaar vermoeden van belastbaar gebruik van sommige voertuigen invoert wanneer ze in het voormeld repertorium ingeschreven zijn of moeten zijn.

    Men moet aannemen dat het begrip "kortstondig" vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 31 december 1953 enkel de voertuigen van buitenlandse bezoekers die slechts tijdelijk op het Belgische grondgebied verblijven viseert en die - op basis van een of andere overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting - over het algemeen van de VB zijn vrijgesteld.

    Geen enkele termijn, behalve een praktisch uitstel met het oog op de regularisatie van de inschrijving, wordt toegestaan voor de voertuigen die in België worden ingevoerd of overgebracht door personen die er verblijven. Tot dat doel nodigt de administratie der Douane en Accijnzen, wanneer zij er kennis van heeft, systematisch de Belgische verblijfhouders die autovoertuigen invoeren uit om deze voertuigen te doen inschrijven bij de Dienst voor de inschrijving van de voertuigen (DIV) en vraagt de betaling van de VB voor de periode van de eerste dag van de maand van de invoer op het grondgebied tot de laatste dag van de maand die de definitieve inschrijving in België voorafgaat.

    De controle op de openbare weg met betrekking tot de naleving van de fiscale verplichtingen in deze materie kan worden uitgeoefend door de agenten opgesomd in artikel 14 van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.

    Deze agenten zijn bevoegd om over het hele grondgebied de overtredingen op te sporen en om, zelfs alleen, de processen verbaal terzake op te stellen.

    Naast de administratieve sancties bepaald bij artikel 40 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen die bestaan uit het verdrievoudigen van de ontdoken belasting wanneer zij een tiende van de oorspronkelijke belasting overschrijdt, bepaalt artikel 2 van hetzelfde wetboek nog een andere administratieve sanctie evenals strafrechterlijke sancties. Het betreft, enerzijds, een administratieve boete van 2.000 tot 50.000 frank zoals bepaald in artikel 445 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) en, anderzijds, strafrechtelijke sancties zoals bepaald in de artikelen 449 tot 453 en 455 tot 459, WIB 1992, behalve in de mate dat deze betrekking hebben op de bepalingen die niet van toepassing zijn inzake de materie van de met de inkomstenbelastingen, gelijkgestelde, belastingen.