Vraag nr. 494 van de heer Hendrickx dd. 07.11.2000
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Behoorlijk bestuur,Antwoorden op vragen
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 494 van de heer Hendrickx dd. 07.11.2000
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 494 van de heer Hendrickx dd. 07.11.2000 Tax year : 2005 Document date : 07/11/2000 Document language : NL Name : 00/494 Version : 1 Question asked by : Hendrickx
VRAAG 00/494 Vraag nr. 494 van de heer Hendrickx dd. 07.11.2000 Bull. nr. 828, pag. 1946-1949 Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 104, blz. 12152-12154 Behoorlijk bestuur - Antwoorden op vragen VRAAG Al te vaak merken de belastingplichtigen op dat de antwoorden van de minister van Financiën op juridische vragen eenvoudige beweringen zijn die op geen enkele wijze juridisch worden gestaafd. Vaak is het antwoord ook louter op opportuniteitsoverwegingen gebaseerd. Belastingplichtigen melden herhaaldelijk dat vragen aangaande de artikelen 10 en 11 van de Grondwet angstvallig worden vermeden. Ik verwijs eveneens naar de toepassing van uw antwoorden op mijn vragen nrs. 110 en 112 van 4 november 1999 en de vraag nr. 145 van 6 december 1999 van de heer Leterme (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 41, blz. respectievelijk 4824, 4827 en 4829). 1. Bent u de mening toegedaan dat de artikelen 10 en 11 van onze Grondwet dienen toegepast te worden indien de belastingplichtige vragen stelt, schriftelijk of mondeling, aan de administratie aangaande belastingverduidelijkingen uit bekommernis om zijn rechtszekerheid te beveiligen? 2. Indien de administratie een volgens haar zogezegde of vermeende wettige reden opgeeft om niet te antwoorden, mag deze later ook gebezigd worden door de belastingplichtigen om niet te antwoorden op basis van het opgewekt vertrouwen en behoorlijk bestuur? 3. Wat is uw mening aangaande de wettelijkheid van het klassiek antwoord op vragen van de belastingplichtigen gegeven door uw administratie: "Ik heb uw schrijven goed ontvangen. Gelet dat ik ... weken afwezig was en omwille van het personeelstekort heb ik echter nog geen tijd gehad om te antwoorden. Ik zal u antwoorden zodra de tijd mij dit toelaat"? 4. Mogen de belastingplichtigen ook dit argument zoals verwoord door beëdigde ambtenaren gebruiken om hun belastingverplichtingen niet ogenblikkelijk te moeten nakomen? 5. Indien het antwoord negatief is, waarom gelden de artikelen 10 en 11 van onze Grondwet niet in deze aangelegenheid? 6. Indien het antwoord negatief is, waarom gelden de beginselen van opgewekt vertrouwen niet in deze aangelegenheid? 7. Indien het antwoord negatief is, waarom gelden de regels van behoorlijk bestuur niet in deze aangelegenheid? 8. Zijn er "bijzondere openbareordewetten" die voorzien dat er verschillen bestaan aangaande de toepassing in onze "openbareordebelastingwetten" ondersteund door onze Grondwet naargelang deze belastingswetten toegepast dienen te worden door uw administratie of door de belastingplichtigen? 9. Indien de antwoorden van uw administratie onwettig zijn, welke stappen ter vergoeding van de opgelopen schade mag de belastingplichtige eisen? 10. Mag de belastingplichtige gebruik maken van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet om van de verantwoordelijke van de administratie hoofdelijk, persoonlijk en ondeelbaar hetzelfde bedrag te eisen als door de verantwoordelijke van de administratie opgelegd gegrondvest op onwettelijk optreden? 11. Indien negatief, wat is het grondwettelijk verschil tussen het onwettig optreden van een ambtenaar en deze van een belastingplichtige? ANTWOORD Ik veroorloof mij het geachte lid te verwijzen naar het antwoord dat ik heb verstrekt op zijn vraag nr. 493 van 6 november 2000 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2001-2002, nr. 104, blz. 12150). Inzake de door het lid opgeworpen houding aangenomen door mijn administratie betreffende vragen gesteld door belastingplichtigen, ben ik bereid om een onderzoek te doen instellen indien mij de nodige identificatiegegevens worden meegedeeld. |
|||||||