Vraag nr. 544 van de heer Pillaert dd. 21.06.1990

Datum :
21-06-1990
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Regelgeving
Type :
Parliamentary questions
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Middelgrote woning,Gedeeltelijk beroepsgebruik,Verkoopwaarde

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 544 van de heer Pillaert dd. 21.06.1990
Vraag nr. 544 van de heer Pillaert dd. 21.06.1990
Document
Content exists in : nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 544 van de heer Pillaert dd. 21.06.1990
Tax year : 2005
Document date : 21/06/1990
Document language : NL
Name : 90/544
Version : 1
Question asked by : Pillaert

VRAAG 90/544

Vraag nr. 544 van de heer Pillaert dd. 21.06.1990


Bull. nr. 700, blz. 3413

Middelgrote woning - Gedeeltelijk beroepsgebruik - Verkoopwaarde

VRAAG

    Onder middelgrote woning wordt onder andere verstaan : de woning die beantwoordt aan de criteria vastgesteld in de artikelen 5 en 6, van het Koninklijk Besluit van 20 april 1959, houdende uitvoering van de wet van 8 maart 1954 tot bevordering van de bouw, de aankoop en de verbouwing van middelgrote woningen.
    Voormeld artikel 5 werd meermaals gewijzigd en bepaalt dat : als middelgrote woning wordt beschouwd, het woongebouw of het gedeelte van het woongebouw, hieronder begrepen een appartement, bestemd voor de huisvesting van een familie of van een alleenstaande persoon, waarvan de verkoopwaarde onderstaande bedragen niet overschrijdt (bedragen 1988);

  • 3.400.000 F;
  • 3.600.000 F;

    Wanneer een ondernemer nu een werkplaats opricht, en zijn woning binnenin deze werkplaats optrekt, is het evident dat de woning afzonderlijk wordt geschat en vergeleken met voornoemde bedragen.
    Mag een identieke werkwijze worden toegepast, indien een beoefenaar van een vrij beroep zijn praktijk en zijn private woning in hetzelfde gebouw heeft opgetrokken, mits er door de kredietinstelling een afzonderlijke schatting werd gemaakt voor de beroepslokalen en de private vertrekken ?

ANTWOORD

    De omstandigheid dat een woning gedeeltelijk voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt, is geen beletsel voor de toepassing van de aftrek ingevolge artikel 54, 3°, van het WIB.
    Die aftrek moet niet worden beperkt tot de kapitaalaflossingen van de hypothecaire lening die uitsluitend op het privé-gedeelte van de woning betrekking hebben. Dit impliceert echter ook dat in het door het geachte lid beoogde geval, voor de classificatie van de woning rekening moet worden gehouden met de totale verkoopwaarde van het pand (leningen gesloten voor 1989). Er wordt op gewezen dat de maximumverkoopwaarde, ingevolge het beroepsmatig gebruik van een gedeelte van de woning door de eigenaar, met 25 % mag worden verhoogd (cf. artikel 6, laatste lid, van het in de vraag geciteerde Koninklijk Besluit van 20 april 1959).