Vraag nr. 641 van mevrouw Pieters dd. 30.03.2001
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Controle vrije beroepen,Bevoegdheid AOIF
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 641 van mevrouw Pieters dd. 30.03.2001
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 641 van mevrouw Pieters dd. 30.03.2001 Tax year : 2005 Document date : 30/03/2001 Document language : NL Name : 01/641 Version : 1 Question asked by : Pieters
VRAAG 01/641 Vraag nr. 641 van mevrouw Pieters dd. 30.03.2001 Bull. nr. 827, pag. 1670-1673 Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 104, blz. 12158-12160 Controle vrije beroepen - Bevoegdheid AOIF VRAAG Artikel 19, 1°, van het koninklijk besluit van 18 december 1998 houdende hervorming van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) bepaalt op een ontegensprekelijke wijze het precieze kader van de grondige verificaties die door de 48 "polyvalente" controlecentra, opgericht in de schoot van diezelfde administratie, wettelijk kunnen worden uitgeoefend. Ingevolge deze wettelijke en reglementaire controlebevoegdheden kan de AOIF enkel en alleen de fiscale toestand van de ondernemingen (natuurlijke personen en rechtspersonen) controleren, die "gelijktijdig" belastingplichtige zijn voor zowel de inkomstenbelastingen als voor de BTW. Bijgevolg worden uit fiscaalrechtelijk oogpunt patrimoniumen doktersvennootschappen en natuurlijke personen die een vrij beroep uitoefenen in de vorm van een ambt of in opdracht en in die hoedanigheden ook geen BTW-plichtigen zijn, in principe totaal uitgesloten van de wettelijke werkingssfeer van de AOIF. Het grondig onderzoek van de belastingdossiers van die natuurlijke personen en van bedoelde dokters- en patrimoniumvennootschappen ressorteert derhalve uitsluitend onder de juridsiche en territoriale bevoegdheid van de klassieke taxatiediensten van de administratie der Directe Belastingen (cf. tevens het opgeheven artikel 297, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992). Het grondig onderzoek van de belastingdossiers van onder andere de notarissen, de huisdokters, de ziekenhuisgeneesheren en de tandartsen gebeurt thans nagenoeg alleen nog door de AOIF. Daarenboven werkt binnen alle Vlaamse controlecentra het merendeel van de AOIF-geschillen-ambtenaren (sector belastingen) eveneens mee aan die "eenzijdige" controlewerkzaamheden inzake directe belastingen, zelfs wetende dat er nu nog altijd bijna 80.000 bezwaarschriften op een spoedige en bekwame afhandeling wachten. 1. De pertinente algemene vraag rijst derhalve om welke precieze "administratieve" redenen voornoemde fiscale bepalingen van artikel 19, 1o, van het voornoemde koninklijk besluit van 18 december 1998, die onbetwistbaar van openbare orde zin, thans blijkbaar niet meer door de AOIF-administratie worden nageleefd, terwijl die in de beginfase wel nauwgezet werden gerespecteerd? 2. Welke dringende maatregelen zullen er weldra worden getroffen om die wettelijke en welomschreven controlebevoegdheden opnieuw in vlotte en correcte banen te leiden en om de kolossale voorraad bezwaarschriften (waarbij wel reeds een gunstige evolutie te merken valt) nog verder serieus te laten slinken? 3. Op grond van welke wettelijke en/of reglementaire bepalingen beschouwt de AOIF alle ingestelde "onderzoeksdaden" inzake directe belastingen bij die "niet-BTW-plichtigen" wel als volledig rechtsgeldig, dit zowel voor als na de datum van 6 april 1999 (cf. datum van inwerkingtreding van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen)? 4. Moeten de gevestigde aanslagen inzake directe belastingen niet veeleer onmiddellijk nietig worden verklaard wanneer naar genoegen van recht zou blijken dat de procedurele voorschriften met betrekking tot de uitgevoerde onderzoeksdaden met schending van artikel 19, 1°, van voornoemd koninklijk besluit van 18 december 1998 werden verricht? 5. Kadert deze niet-polyvalente AOIF-onderzoekspolitiek wel degelijk integraal in de rol en in het globaal actieplan van de regeringscommissaris belast met de vereenvoudiging van de fiscale procedures en met de strijd tegen de "grote" fiscale fraude? 6. Kan u punt per punt uw wettelijke zienswijze weergeven in het licht van de dwingende bepalingen van zowel de artikelen 13, 159, 170, eerste lid, en 172 van de Grondwet, de wettelijke en reglementaire bepalingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 als van alle beginselen van een behoorlijk en klantvriendelijk openbaar bestuur? ANTWOORD Het door het geachte lid vermelde artikel 19 van het koninklijk besluit van 18 december 1998 (Belgisch Staatsblad van 31 december 1998) werd met ingang van 2 augustus 1999 vervangen bij artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 juni 1999 (Belgisch Staatsblad van 23 juli 1999). Luidens de huidige tekst van voornoemd artikel is elk polyvalent controlecentrum bevoegd voor de verificatie van de fiscale toestand van natuurlijke of rechtspersonen inzake de inkomstenbelastingen en met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, de BTW, de met het zegel gelijkgestelde taksen, de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, op de kredietinstellingen en op de verzekeringsondernemingen en de jaarlijkse taks op de coördinatiecentra, alsmede de behandeling van de betwistingen als gevolg van de door het controlecentrum uitgevoerde verificaties en de verdediging van die dossiers voor de verschillende rechtsinstanties. |
|||||||