Vraag nr. 90 van de senator Vervaet dd. 16.12.1986
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Maatstaf van heffing,Minimummaatstaf van heffing,Werk in onroerende staat,Nieuwbouw,Bouwwaarde,Oprichtingswaarde,Bestek,Plan,Gebouw,Onroerend goed,Controlemaatregel,Verplichtingen,Bouwdossier,Fiscale geldboete,Boete,Expertise,Deskundige schatting,Wettelijk vermoeden
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 90 van de senator Vervaet dd. 16.12.1986
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 90 van de senator Vervaet dd. 16.12.1986 Tax year : 2005 Document date : 16/12/1986 Keywords : Maatstaf van heffing / Minimummaatstaf van heffing / Werk in onroerende staat / Nieuwbouw / Bouwwaarde / Oprichtingswaarde / Bestek / Plan / Gebouw / Onroerend goed / Controlemaatregel / Verplichtingen / Bouwdossier / Fiscale geldboete / Boete / Expertise / Deskundige schatting / Wettelijk vermoeden Document language : NL Name : 86/090 Version : 1 Question asked by : Vervaet
VRAAG 86/090 Vraag nr. 90 van de senator Vervaet dd. 16.12.1986 Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1986-1987 blz. 832 Maatstaf van heffing - Minimummaatstaf van heffing - Werk in onroerende staat - Nieuwbouw - Bouwwaarde - Oprichtingswaarde - Bestek - Plan - Gebouw - Onroerend goed - Controlemaatregel - Verplichtingen - Bouwdossier - Fiscale geldboete - Boete - Expertise - Deskundige schatting - Wettelijk vermoeden VRAAG Overeenkomstig het BTW-Wetboek heft de fiscus de BTW op de «normale waarde» van een nieuwgebouwde woning. De wetgever is uitgegaan van de filosofie dat iedereen die «waarde toevoegt» belasting moet betalen. Het systeem heeft vanzelfsprekend zin in de optiek van de strijd tegen het sluikwerk en niemand zal tegenspreken dat de fiscus tracht de BTW te recupereren die ontdoken werd door het niet-factureren van bepaalde werken. Voor het vaststellen van de «normale waarde» beschikt de BTW-controleur over geen enkele wettelijke formule. Dat leidt onvermijdelijk tot willekeur. Immers, de normale waarde is geenszins gelijk aan de «gemiddelde waarde». Over de «normale waarde» valt te onderhandelen en dat houdt onvermijdelijk het gevaar in dat praktijken worden aangewend die het daglicht schuwen. Daarbij kan men zich niet van de indruk ontdoen dat, via de zogenaamde «navordering» van de BTW en de bijhorende «boete», een flink gedeelte van bouwbevorderende middelen (bouwpremie, fiscale aftrek) naar de Schatkist terugvloeit en de fiscus op een nogal willekeurige wijze de mensen bestraft die goedkoop bouwen. Hoe die «normale waarde» wordt vastgesteld, staat niet in een formule. Het BTW-Wetboek omschrijft dit begrip als volgt : «De priJs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, in dezelfde handelsfase kan worden verkregen onder vriJe mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.» Veel wijzer wordt men daardoor niet. In dit verband had ik aan de geachte Minister willen vragen of maatregelen worden overwogen om de onaanvaardbare praktijken inzake de vaststelling van de «normale waarde» van nieuwgebouwde woningen tegen te gaan, zodat wordt vermeden dat mensen die volledig te goeder trouw hebben gehandeld, niets «in het zwart» lieten uitvoeren en in feite geen enkele fout hebben begaan, worden beboet. De aanvullende BTW en de bijkomende boete, gelijk aan de aanvullende BTW (eventueel gereduceerd met 10 pct.), bestraft mensen die op zoek gaan naar de goedkoopst mogelijke formule, nu bouwen al bij al een vrij dure zaak geworden is. ANTWOORD Met het oog op de controle van de normale bouwwaarde (art. 36 en 64, § 4, van het BTW-Wetboek) heeft de administratie ten behoeve van haar ambtenaren uniforme richtlijnen uitgewerkt. Die richtlijnen zijn opgesteld met inachtneming van de prijzen die algemeen in de bouwsector toepasselijk zijn, de geplaatste of verwerkte materialen en de aard van de constructie. Er wordt dus uiteraard rekening gehouden met het gebruik van duurdere of minder dure materialen, de bijzondere wijze van constructie en de al dan niet weelderige afwerking van het gebouw. De eigenaar van een pas opgericht gebouw die meent dat de door de controleambtenaar vastgestelde normale bouwwaarde betwistbaar is, kan steeds zijn bezwaren aan de administratie kenbaar maken (cf. art. 84 van het BTW-Wetboek). Bovendien hebben zowel de eigenaar als de administratie het recht om, bij ontstentenis van een minnelijk akkoord, de schattingsprocedure bedoeld in artikel 59, § 2, van het BTW-Wetboek en in het koninklijk besluit nr. 15 van 3 juni 1970, in te stellen. In dat geval geldt de door de deskundige(n) bepaalde normale waarde als minimummaatstaf van heffing van de belasting. Wat de administratieve geldboete (art. 70, § 5, van het BTW-Wetboek) betreft, wordt opgemerkt dat deze boete, in tegenstelling met wat het geachte Lid meent, in de huidige stand van de wetgeving verminderd wordt volgens het barema vastgesteld in de richtlijnen voor de vermindering van de geldboeten inzake BTW, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973. |
|||||||