Vraag nr. 911 van de heer Devolder dd. 29.11.2000
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Tweedehands kledingtarief
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 911 van de heer Devolder dd. 29.11.2000
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 911 van de heer Devolder dd. 29.11.2000 Tax year : 2005 Document date : 29/11/2000 Keywords : Tweedehands kledingtarief Document language : NL Name : 00/911 Version : 1 Question asked by : Devolder
VRAAG 00/911 Vraag nr. 911 van de heer Devolder dd. 29.11.2000 Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-32, blz. 1582-1583 BTW-Revue nr. 151, blz. 465 Tweedehands kledingtarief VRAAG Volgens de Europese richtlijn 75/442/EEG beantwoordt textielafval dat door gespecialiseerde ondernemingen en organisaties met een liefdadig of humanitair doel bij particulieren gecollecteerd wordt en waaronder zich tweedehandse kleding bevindt, aan de definitie van afvalstoffen. Deze stelling werd volledig onderschreven door OVAM en houdt in dat deze bedrijven en organisaties aan de Vlarem-regelgeving onderworpen zijn. Op de verkoopfacturen aan recyclagebedrijven van deze afvalstoffenfractie wordt bijgevolg het verlaagd BTW-tarief van 0% toegepast conform de BTW aanschrijving nr. 88 van 15 december 1970. Via een schrijven van de BTW-diensten op 28 september 1999 wordt echter gesteld dat de verkoop van tweedehandse kleding, die door gespecialiseerde ondernemingen wordt opgehaald bij particulieren, niet meer in aanmerking komt voor de toepassing van de vergunning van 15 december 1970. Daar de BTW-diensten op deze nieuwe maatregel met terugwerkende kracht willen toepassen dreigt uiteraard voor de betrokken ondernemingen een gigantisch financieel probleem dat weinigen zullen kunnen dragen. Bovendien wordt vastgesteld dat sommige regionale BTW-kantoren er nog steeds van uitgaan dat op het schrijven van 28 september 1999 uitzonderingen kunnen toegestaan worden. Ondanks de weigering van de BTW-administratie om hierover een degelijke overeenkomst af te sluiten opdat eenieder in de betrokken sector precies zou weten waaraan men zich terzake te houden heeft, werd begin 2000 besloten dat op de Vlaamse kringloopcentra een verlaagd tarief van 6% zal mogen toegepast worden. Sinds 1 oktober blijken deze kringloopwinkels effectief hiervan te genieten. Graag kreeg ik van de geachte minister antwoord op volgende vragen: 1. Is het verantwoord dat verschillende administraties er ten aanzien van deze materie evenveel verschillende standpunten op na houden, waardoor ondernemingen en organisaties niet meer weten welke regelgeving van toepassing is, en door deze verschillende standpunten en regels in financiële problemen komen? 2. Waarom krijgt één bepaalde groep binnen deze sector een voorkeursbehandeling, die een flagrante concurrentievervalsing tot gevolg heeft? 3. Kan het verlaagd tarief van 6% niet worden uitgebreid naar alle ondernemingen en organisaties die in deze sector actief zijn? ANTWOORD 1. De verkoop van tweedehandse kleding is altijd uitgesloten geweest van de toepassing van de regeling van de ministeriële aanschrijvingen nr. 88/1970 en nr. 120/1971 inzake BTW, die in geen geval betrekking hebben op herbruikbare goederen. Een schrijven van de administratie waarin dat wordt bevestigd, kan dus niet worden beschouwd als een nieuw of gewijzigd standpunt. Niettegenstaande de bepalingen van genoemde aanschrijvingen duidelijk zijn, hebben diverse belastingplichtigen toch de gunstige regeling van die aanschrijvingen toegepast ten aanzien van de verkoop van ingezamelde tweedehandse kleding. Aangezien die overtredingen moeten worden geregulariseerd, beroepen sommigen zich nu op de kwalificatie van tweedehandse kleding volgens de niet-fiscale regelgeving inzake afvalvoorkoming en -beheer (bijvoorbeeld de richtlijn waarnaar het geachte lid verwijst). Het is evident dat die niet-fiscale regelgeving niets te maken heeft met de bijzondere BTW-regeling waarvan sprake hiervoor. Er kan bijgevolg niet worden aangenomen dat de te regulariseren overtredingen inzake BTW te wijten zouden zijn aan de genoemde niet-fiscale regelgeving. 2. Het koninklijk besluit van 20 september 2000 tot wijziging van de draagwijdte van de rubrieken XXIIIbis en XXXV van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1070 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, laat aan bepaalde instellingen met een erkend sociaal oogmerk toe om, vanaf 1 oktober 2000, onder welbepaalde voorwaarden, het BTW-tarief van 6% in plaats van het normaal tarief van die belasting toe te passen op de leveringen van bepaalde goederen die door die instellingen gratis dienen te worden opgehaald (nieuwe rubriekXXIIIbis) en op bepaalde dienstverrichtingen (nieuwe rubriek XXXV). 3. De toepassing van dit verlaagd tarief is voorbehouden aan instellingen waarvan het doel, in de zin van de betrokken decreten, besluiten en ordonnanties, bestaat in het tewerkstellen en het verzekeren van de werkgelegenheid van de laag- of middelmatig geschoolde werkloze werkzoekenden die uit de traditionele arbeidscircuits zijn uitgesloten of bijzonder moeilijk bemiddelbaar zijn en die daartoe zijn erkend door de bevoegde overheid. |
|||||||