Vraag nr. 916 van de heer Ramoudt dd. 30.11.2000
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Ontvangstbewijs,Lichte maaltijd
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 916 van de heer Ramoudt dd. 30.11.2000
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 916 van de heer Ramoudt dd. 30.11.2000 Tax year : 2005 Document date : 30/11/2000 Keywords : Ontvangstbewijs / Lichte maaltijd Document language : NL Name : 00/916 Version : 1 Question asked by : Ramoudt
VRAAG 00/916 Vraag nr. 916 van de heer Ramoudt dd. 30.11.2000 Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-40, blz. 2014-2015 Ontvangstbewijs - Lichte maaltijd VRAAG De verplichting tot het uitreiken van een BTW-briefje geldt niet voor de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne) die zich beperkt tot het verschaffen van "lichte" maaltijden die uitsluitend geserveerd worden met brood. De administratie heeft een niet-limitatieve lijst opgesteld met daarin onder andere belegde broodjes, hamburgers, hotdogs en pitta's. Door het niet limitatief zijn van de lijst ontstaat er wat sommige streekgerechten betreft enige onduidelijkheid. Hoe moet bijvoorbeeld een op de grill geroosterde kotelet met boerenbrood of grillworst op boerenbrood, gegarneerd met uitjes en augurken gezien worden? Of wat met aardappelen in de schil gebruikt als garnering? Wat met de landelijke hap "schelle van de zeuge" (varkenslapje) en "potjesvlees ", beiden gegarneerd met augurken en uitjes en soms met aardappel in de schil, die geserveerd worden in de streek van Poperinge en Veurne? Ook worden deze gerechten dikwijls geserveerd op een houten plank met enkel een mes. Dergelijke maaltijden staan frequent op de kaart van veelal landelijke herbergen of cafés. Door de financiële diensten wordt aan de uitbaters van dergelijke zaken wel degelijk de verplichting opgelegd om voor deze gerechten een BTW-briefje aan de verbruiker af te geven, terwijl het hier eigenlijk ook gaat over lichte maaltijden. Deze verplichting brengt uiteraard voor de desbetreffende uitbaters een niet te onderschatten administratie mee. In het kader van de vereenvoudiging van de administratieve verplichtingen, alsook in het kader van een positieve benadering van deze economisch niet onbelangrijke sector, kreeg ik graag van de geachte minister een antwoord op volgende vragen: 1. Welke gerechten worden niet meer beschouwd als lichte maaltijd? Spelen factoren van presentatie, garnering, combinatie van bepaalde gerechten, en dergelijke hierbij een rol? 2. Bij wie berust de beslissing om een gerecht te beschouwen als lichte maaltijd? 3. Kunnen de gerechten hierboven geciteerd, gegarneerd met augurken, uitjes en soms met aardappel in de schil beschouwd worden als lichte maaltijden en bijgevolg ook in aanmerking komen voor de vrijstelling van de verplichting van BTW-briefje? ANTWOORD Ik heb de eer het geachte lid het volgende mede te delen. Krachtens artikel 22, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, dient de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor het verschaffen van maaltijden en van daarbijhorende dranken die in die inrichting worden verbruikt. Voor de toepassing van dit artikel is iedere inrichting bedoeld, ongeacht haar benaming (restaurant, taverne, snack-bar, pizzeria, feestzaal, café, cafetaria, verbruikssalon voor ijs of banketgebak, pannekoekenrestaurant, frituur en andere verbruikssalons, ...), waar warme of koude maaltijden worden verbruikt, ongeacht hun aard (volledige maaltijden, lichte maaltijden, vegetarische maaltijden, kleine voorgerechten, ...) en ongeacht of het verschaffen van maaltijden en van dranken die bij die maaltijden worden verbruikt het geheel of een deel van de activiteiten van de exploitant uitmaken. Bij wijze van administratieve tolerantie dient de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne), snack-bar, tea-room, cafetaria of van een verbruikssalon geen rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken indien hij zich beperkt tot het verschaffen van de hierna volgende lichte maaltijden die in voorkomend geval uitsluitend worden geserveerd met brood:
Wanneer een exploitant de in deze lijst opgesomde gerechten serveert met aardappelen, onder welke vorm ook, of wanneer hij ook andere maaltijden verschaft, moet hij een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden met inbegrip van deze die voorkomen in deze lijst. Gelet op wat voorafgaat zijn de in uw vraag geciteerde streekgerechten niet voorzien in genoemde lijst van lichte maaltijden, met uitzondering evenwel van de grillworst op boerenbrood, gegarneerd met uitjes en augurken. In geval van twijfel omtrent het al dan niet gehouden zijn tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs kunnen de belastingplichtigen een verzoekschrift richten aan de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, centrale diensten, Directie II/2, Kruidtuinlaan 50, bus 61, 1010 Brussel. |
|||||||