Vraag nr. 920 van de heer Valkeniers dd. 12.12.1994

Datum :
12-12-1994
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Parliamentary questions
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Kadastraal inkomen,Woningaftrek.

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 920 van de heer Valkeniers dd. 12.12.1994
Vraag nr. 920 van de heer Valkeniers dd. 12.12.1994
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 920 van de heer Valkeniers dd. 12.12.1994
Tax year : 2005
Document date : 12/12/1994
Document language : NL
Name : 94/920
Version : 1
Question asked by : Valkeniers

VRAAG 94/920

Vraag nr. 920 van de heer Valkeniers dd. 12.12.1994


Bull. nr. 749, pag. 1335

Kadastraal inkomen - Woningaftrek.

    Krachtens artikel 6 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (afgekort : WIB 92) wordt het kadastraal inkomen van een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar is verminderd met een woningaftrek ten bedrage van 120 000 frank.



1. Waarom wordt deze aftrek niet of slechts gedeeltelijk toegestaan wanneer deze belastingplichtige interesten van hypothecaire leningen betaalde om in België een enige woning te bouwen of in nieuwe staat met heffing van BTW te verwerven ?
2. Bestaat voor dit criterium van onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording ?
3. Hoe werden de parlementairen van deze discriminatie volgens artikel 9 van de wet van 7 december 1988 ingelicht?

ANTWOORD

    Het geachte lid beoogt het geval van een belastingplichtige die interesten van hypothecaire leningen betaald heeft, welke van het totaal van zijn inkomsten kunnen worden afgetrokken bij toepassing van artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 115 en 116 van het wetboek.

    Artikel 116 bepaald inderdaad dat deze aftrek - de zogenaamde bijkomende interestaftrek - enkel betrekking heeft op het gedeelte van de interesten die overblijven na de zogenaamde gewone aftrek die uitgevoerd wordt op de inkomsten van de onroerende goederen.

    De gewone aftrek heeft inderdaad voorrang op de woningaftrek. Deze regel, die reeds vanaf het aanslagjaar 1964 bestaat, heeft tot doel de belastingplichtige toe te laten een verrekening (belastingaftrek) van de onnroerende voorheffing te verkrijgen, wat in feite het fiscaal voordeel is dat verhand houdt met de gewone interestaftrek.

    Dit stelsel werd bij de invoering van de bijkomende interestaftrek ingevoerd door de wet van 4 augustus 1986 en werd niet gewijzigd door de belastinghervorming. Integendeel, het stelsel werd toen uitdrukkelijk bevestigd, zoals blijkt uit een amendement van de regering op het ontwerp van wet dat de hervormingswet is geworden (zie verslag namens de Commissie voor de Financiën, Senaat, zitting 1988-1989, doc. nr. 440-2, blz. 72 en 73).

    In 1986, en bij de bevestiging in 1988, heeft de wetgever dus met kennis van zaken beslist het voordeel van de verrekening van de onroerende voorheffing te vervolledigen met een bijkomende aftrek van een gedeelte van de interesten, en niet de verrekening in kwestie te vervangen door de loutere aftrek van de interesten van het totaal van de belastbare inkomsten, wat natuurlijk een niet onbelangrijke verhoging van de fiscale uitgaven tot gevolg zou hebben gehad.