Arbeidshof: Arrest van 18 Februari 1992 (Antwerpen). RG 84/409;84/562

Datum :
18-02-1992
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19920218-5
Rolnummer :
84/409;84/562

Samenvatting :

Artikel 796 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de vorderingen tot uitlegging of verbetering, ingeval de partijen het eens zijn, ingeleid worden volgens de regels van de vrijwillige verschijning, of anders in de gewone vorm van de dagvaardingen. Dit artikel maakt geen onderscheid tussen Hoven en Rechtbanken; ingeval de partijen het dus eens zijn over de vordering tot uitlegging of verbetering, kunnen zij wel degelijk vrijwillig voor het Hof verschijnen. Het gerecht in hoger beroep mag geen kennis nemen van de gedeelten van het vonnis waartegen geen hoger beroep is ingesteld; het adagium "tantum devolutum, quantum appellatum" heeft ook onder het stelsel van het Gerechtelijk Wetboek zijn draagwijdte behouden. Wanneer inzake arbeidsongevallen geen hoger beroep was ingesteld tegen de beschikkingen van het vonnis a quo betreffende het basisloon en het Hof derhalve daarover niet heeft gestatueerd, kan voor het Hof niet rechtsgeldig een vordering tot verbetering ingesteld worden nopens vermelde beschikkingen van het vonnis a quo.

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.