Arbeidshof: Arrest van 21 Maart 1994 (Antwerpen). RG C-91/91

Datum :
21-03-1994
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19940321-7
Rolnummer :
C-91/91

Samenvatting :

Dat zij terecht uitgesloten werd van het recht op vergoedingen voor 20 inactiviteitsuren gedurende gans die periode en de gegrondheid van die beslissing overigens niet betwist wordt. Dat die uitsluiting met zich brengt dat alle ten onrechte uitgekeerde werkloosheidsvergoedingen, in casu het verschil zijnde 4 uur per week die gedurende die periode zouden betaald zijn, dienen teruggevorderd te worden. Dat het vanzelfsprekend is dat wanneer tijdens die periode geen onverschuldigde uitkeringen zouden uitbetaald zijn, er niet tot invordering kan overgegaan worden en in voorkomend geval appellante zich daartegen ten gepaste tijde kan verweren. Overwegende evenwel dat dient vastgesteld te worden dat zij hic et nunc geen pertinente grieven heeft, noch tegen de oorspronkelijke beslissing, noch tegen het vonnis a quo en het beroep in ieder geval ongegrond is. Overwegende dat geintimeerde het hoger beroep als tergend en roekeloos bestempelt en een schadevergoeding van 5.000 fr. vordert en de verwijzing van appellante in de kosten als naar recht. Overwegende dat in het kader van het sociaal recht iedere burger de mogelijkheid dient geboden te worden om een ernstig verweer te voeren en zijn rechten te vrijwaren of op te eisen t.o.v. de betrokken overheid of de instelling, en de wetgever een bijzondere regeling voorziet waardoor de gerechtskosten, zelfs wanneer de rechtzoekende in het ongelijk gesteld wordt, in principe ten laste gelegd worden van de overheid of de instelling, belast met het toepassen van de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 580, 581, 582, 1) en 2) van het Gerechtelijk Wetboek. Overwegende dat ongetwijfeld de gemeenschap financieel niet meer dient bezwaard te worden dan verantwoord voorkomt zodat in geval van tergend en roekeloos gedingvoeren de kosten kunnen omgeslagen worden (artikel 1017, 2) Gerechtelijk Wetboek). Dat overigens de afwijkende regeling wat de gerechtskosten betreft, zoals voorzien in het kader van het sociaal recht, niet kan beschouwd worden als een vorm van toelage om tot iedere prijs de procesvoering aan te sporen of op een goedkope manier aan dienstbetoon te kunnen doen. Overwegende dat ongetwijfeld zonder werkelijk pertinente grieven, appellante op lichtzinnige manier hoger beroep instelde en daarbij bijgestaan werd door een raadsman, zodat niet kan voorgehouden worden dat zij uit onwetendheid handelde.Overwegende dat geintimeerde, appellant op tegenvordering, echter gehouden is te bewijzen dat hij schade leed en bij gebrek aan bewijs van dergelijke schade, hetgeen in deze het geval is, zijn vordering slechts gegrond kan verklaard worden wat het omslagen van de gerechtskosten van hoger beroep betreft.

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.