Arbeidshof: Arrest van 29 Juni 1984 (Antwerpen). RG 90/388

Datum :
29-06-1984
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19840629-2
Rolnummer :
90/388

Samenvatting :

V., eerste geintimeerde, werd op 5 september 1974 failliet verklaard. Het faillissement werd opgeheven op 3 februari 1977, maar in 1975 en 1976 oefende hij een activiteit als vrije vertegenwoordiger uit. Appellante dagvaardde hem op 11 augustus 1976 voor de Arbeidsrechtbank te Antwerpen tot betaling van bijdragen in het sociaal statuut der zelfstandigen. V. werd bij verstekvonnis van 14 juni 1976 veroordeeld. Van dit vonnis kwam zijn curator op 28 januari 1977 in verzet. Bij conclusie van 23 november 1979 verklaarde V. vrijwillig het geding te hervatten. Bij vonnis van 14 december 1981 verklaarde de rechtbank de oorspronkelijke vordering van appellante niet ontvankelijk op grond dat een gefailleerde, zolang het faillissement niet is opgeheven, slechts kan worden gedagvaard in de persoon van de curator. Dit vonnis wordt op gelijkluidend advies van de advocaat-generaal tenietgedaan om de volgende redenen : "Overwegende dat de oorspronkelijke eis van appellante betrekking heeft op een activiteit als vrij vertegenwoordiger van eerste geintimeerde in de laatste drie kwartalen van 1975 en het eerste kwartaal van 1976, zijnde dus gedurende een periode na zijn in faillietverklaring; Overwegende dat appelante terecht stelt dat de buitenbezitstelling door faillissement alleen betrekking heeft op de goederen en vorderingen die de massa van het faillissement aanbelangen, wat niet het geval is voor vorderingen voortspruitend uit een nieuwe activiteit van de gefailleerde, dit wil zeggen die welke hij aanvat na het vonnis van faillissement; Overwegende dat de schuldeisers van een gefailleerde, die na zijn faillietverklaring een nieuwe activiteit begint, niet kunnen worden toegelaten tot het passief van het nog openstaand faillissement omdat hun schuldvordering dateert van na de opening van het faillissement (*); Overwegende dat de gefailleerde, na het vonnis van faillissement, zonder toestemming of bijstand van de curator een nieuwe activiteit, ook van commerciele aard, mag aanvatten (**); Overwegende dat de gefailleerde in het kader van zijn nieuwe activiteit verbintenissen mag aangaan, de verwezenlijkte inkomsten mag beheren en zelf in rechte mag optreden als eiser of als verweerder (

Arrest :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.