Arbeidsrechtbank: Vonnis van 18 Maart 1980 (Antwerpen). RG 2644

Datum :
18-03-1980
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19800318-1
Rolnummer :
2644

Samenvatting :

De zinspeling op een rechtspraak, luidens welke, bij de vaststelling van de verbrekingsvergoeding, rekening zou dienen gehouden te worden met de minder gunstige economische toestand, waarin de ondernemingen zich thans bevinden, in vergelijking met deze die de "golden sixties" kenmerkten, heeft geen wettige verantwoording. Deze beschouwing kan hoogstens als een kritische overweging "de lege ferenda" beschouwd worden. Tot op heden is inderdaad de bestaande norm (vermoedelijke duur nodig voor het terugvinden van een gelijkwaardige betrekking) ongewijzigd gebleven. De wetgever heeft op herhaalde en nadrukkelijke wijze de louter sociale finaliteit van deze regel (vastheid van de betrekking) onderstreept. Deze is derhalve vreemd aan economische doelstellingen, zoals het algemeen welvaartspeil, waarin de ondernemingen zich op het ogenblik van het ontslag van de bediende bevinden (tenzij in de mate waarin deze factor de reaffectatie mogelijkheden van de bediende beïnvloedt). De beoordelingsruimte van de rechter reikt aldus niet zo ver, dat zij ook buiten de door de wetgever aangeduide grenzen zou kunnen uitgebreid worden.

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.