Arbeidsrechtbank: Vonnis van 29 Oktober 1973 (Antwerpen). RG 2124

Datum :
29-10-1973
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19731029-1
Rolnummer :
2124

Samenvatting :

Uit de lezing van het hoofdstuk over de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in het K.B. van 20-12-1963 en van de bepalingen van het K.B. van 4-6-1964 blijkt dat de gedeeltelijk werkloze "het bewijs van zijn gedeeltelijke werkloosheid moet indienen, formulier C3.2" Dit betekent dat de werkloze, aan de hand van een door de werkgever afgeleverd stuk _ dat overigens in de teksten een bewijs wordt genoemd _ moet bewijzen dat hij werkloos is. Dit bewijs is slechts een bewijs juris tantum. Art. 173 van hetzelfde K.B. bepaalt dat de Directeur van het G.B. alle ingediende stukken naziet en daarbij alle nodige opzoekingen kan doen. Dit impliceert dat het de Rijksdienst is die moet bewijzen dat de ingediende stukken _ meer bepaald het formulier C3.2 _ onjuist zijn.

Vonnis :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.