Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Advies van 19 Februari 1997 (België). RG 06/97
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19970219-4
- Rolnummer :
- 06/97
Samenvatting :
Samenvatting 1
Advies :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
(De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, inzonderheid artikel 31;
Gelet op de klacht van ..X.., bij de Commissie ingediend op ..., en uitgebreid op ...;
Gelet op de beslissing nr. 03/96 van 28 november 1996 van de Commissie, waarbij de klacht ontvankelijk werd verklaard;
Gelet op de standpunten van de klager en de Minister van Financiën, uitgewisseld door bemiddeling van de Commissie;
Gelet op het uitblijven van een verzoening;
Gelet op het verslag van de Voorzitter,
Brengt op 19 februari 1997 het volgende advies uit :
I. VOORWERP :
Op ..., wordt in een dienstorder van het Ministerie van Financiën een vacature voor inspecteurs aangekondigd. ..X.. stelt zich kandidaat voor een van deze betrekkingen.
Per koninklijk besluit van ..., benoemt de Minister twee andere kandidaten voor deze functie. ..X.. bekomt, door een arrest van de Raad van State d.d. ..., de nietigverklaring van dit koninklijk besluit.
Tijdens deze procedure neemt ..X.. kennis van een nota met de opmerkingen van de Minister aan de Raad van State. In deze nota wordt gepreciseerd dat zelfs indien de kandidaat met de vermelding "zeer goed" zou zijn beoordeeld, hij geen kans had om te worden benoemd tot inspecteur. De geschiktheid en verdiensten zijn ook criteria waarmee rekening moet worden gehouden. De Minister verwijst terzake naar het advies van het College van dienstchefs d.d. ....
Op ..., wendt ..X.. zich tot de Minister van Financiën, op basis van artikel 12 alinéa 1 van de wet van 8 december 1992, om zijn recht op verbetering uit te oefenen ten opzichte van de hem betreffende persoonsgegevens. Hij betwist het gebruik van sommige gegevens in het benoemingsdossier, die ertoe leidden dat zijn verzoek tot promotie niet in aanmerking kwam.
Hij betwist in het bijzonder de juistheid van de volgende gegevens die betrekking hebben op zijn psychische gezondheidstoestand, en vraagt dat deze worden verwijderd : "Steeds volgens ..Y.. zou ..X.. te kampen hebben met ernstige psychische problemen, waardoor hij zich niet in staat zou achten zijn functie van hoofdcontroleur op een degelijke manier waar te nemen". Hij baseert zijn argumentatie op het feit dat ..Y.. geen beoefenaar van de geneeskunst is en hij dus niet bekwaam is om zich uit te spreken over de psychische gezondheidstoestand.
Hij betwist eveneens de relevantie van het gebruik van andere gegevens in het kader van het doeleinde van de promotie en verzoekt om het gebruik ervan te verbieden. Het betreft enerzijds gegevens betreffende afwezigheden wegens ziekte en anderzijds gegevens betreffende het feit dat ..X.. zelf een medisch geschiktheidsonderzoek heeft aangevraagd.
In dat verband betwist hij eveneens het gebruik van "medische" gegevens in de zin van artikel 7 van de wet van 8 december 1992 als basiselement om een waardeoordeel over hem te vellen en, inzonderheid, de mededeling aan derden van deze gegevens zonder zijn bijzondere en schriftelijke toestemming.
Hij verzoekt tenslotte om de toepassing van artikel 15 van de wet van 8 december 1992, krachtens welk "onmiddellijk bij het ontvangen van het verzoek tot verbetering, verwijdering of verbod van gebruik of bekendmaking van persoonsgegevens of (...), de houder van het bestand bij elke mededeling van een persoonsgegeven duidelijk (dient) aan te geven dat het gegeven betwist is."
Op ... legt ..X.. klacht neer bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, op basis van artikel 31 van de wet van 8 december 1992. In eerste instantie vraagt hij de Commissie om als bemiddelende instantie op te treden, en vervolgens, ingeval de bemiddelingsprocedure geen resultaat zou opleveren, een advies over zijn klacht uit te brengen.
In zijn schrijven van ... laat de Minister van Financiën ..X.. weten dat hij de gevraagde verbeteringen aan de gegevens niet wenst aan te brengen, aangezien de betwiste gegevens een substantieel element van het benoemingsdossier vormen. Bovendien is de Minister van mening dat het gebruik van "medische" gegevens gerechtvaardigd is in de mate dat ..X.. zelf een geschiktheidsonderzoek had aangevraagd.
Op ..., wendt ..X.. zich tot de Commissie, in de mening dat het antwoord van de Minister van Financiën onvoldoende gemotiveerd is en handhaaft hij zijn verzoek van ....
Op ..., richt de Commissie zich tot de Minister van Financiën om beide partijen met elkaar te verzoenen.
Op ..., bevestigt de Minister van Financiën in zijn antwoord aan de Commissie zijn standpunt, volgens welk de betwiste gegevens een essentieel element van het benoemingsdossier van ..X.. vormen. Deze gegevens maken het onder andere mogelijk om tot een objectief en gefundeerd oordeel te komen. De Minister van Financiën voegt hier verder aan toe dat de bevoegde overheid een aantal criteria met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer in aanmerking kan nemen.
Op ..., richt ..X.. een brief aan de Commissie, waarin hij naast zijn hoofdverzoek, een verzoek formuleert op basis van het feit dat de houder van het bestand de betwiste gegevens verder blijft gebruiken en mededelen.
2. TOEPASSELIJKHEID VAN DE WET VAN 8 DECEMBER 1992 :
De Commissie is van oordeel dat men niet kan uitsluiten dat de wet van 8 december 1992 van toepassing is op de door ..X.. betwiste gegevens. Volgens de elementen waarover de Commissie beschikt, zouden deze gegevens immers deel kunnen uitmaken van een "geheel van persoonsgegevens (...) samengesteld en bewaard op een logisch gestructureerde wijze met het oog op een systematische raadpleging ervan". Dit zou het geval zijn in de mate dat :
het benoemingsdossier een geïntegreerd deel van het administratief dossier zou zijn met een voldoende structuur of geheel of gedeeltelijk langs geautomatiseerde weg verwerkt.
3. TOEPASSING VAN DE WET VAN 8 DECEMBER 1992 :
De Commissie meent dat de betwistbare gegevens niet bestempeld kunnen worden als medische gegevens in de zin van artikel 7 van voornoemde wet, daar ze niet afkomstig zijn van een "beoefenaar van de geneeskunst", maar slechts het standpunt weergeven van ..Y.. en/of het college van dienstchefs. Bijgevolg geniet de mededeling van deze gegevens niet de bijzondere bescherming voorzien in artikel 7, lid 4 van de wet.
Verder betwist ..X.. volgens de Commissie niet de juistheid van de gegevens maar enkel de relevantie van het gebruik ervan in de context van een promotie. Zo betwist betrokkene bijvoorbeeld niet het vermelde aantal ziektedagen.
In dit verband merkt de Commissie op dat het advies van het college van dienstchefs een essentieel en verplicht element is in een promotieprocedure. De gegevens die in dat advies zijn opgenomen, zijn subjectieve gegevens die de mening weergeven van het college van dienstchefs. Waar het meer in het bijzonder de gegevens over de psychische gezondheidstoestand betreft die in dat advies zijn opgenomen, zijn deze slechts de individuele mening van ..Y.. ..X.. kan de gegevens van het dossier niet vervangen door zijn eigen mening. Hoogstens zou hij, in het kader van een administratieve beroepsprocedure, aan het dossier een ander oordeel kunnen laten toevoegen van een bevoegd deskundige van zijn keuze.
Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat het haar niet toekomt om de inhoud van dergelijke gegevens na te gaan.
De Commissie zou misschien anders redeneren indien de gegevens gebruikt werden buiten de specifieke context die, in het kader van een promotieprocedure, het advies is van het college van dienschefs en, in het bijzonder, dat van ..Y..
OM DEZE REDENEN,
verklaart de Commissie de klacht van ..X.. ongegrond.)
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, inzonderheid artikel 31;
Gelet op de klacht van ..X.., bij de Commissie ingediend op ..., en uitgebreid op ...;
Gelet op de beslissing nr. 03/96 van 28 november 1996 van de Commissie, waarbij de klacht ontvankelijk werd verklaard;
Gelet op de standpunten van de klager en de Minister van Financiën, uitgewisseld door bemiddeling van de Commissie;
Gelet op het uitblijven van een verzoening;
Gelet op het verslag van de Voorzitter,
Brengt op 19 februari 1997 het volgende advies uit :
I. VOORWERP :
Op ..., wordt in een dienstorder van het Ministerie van Financiën een vacature voor inspecteurs aangekondigd. ..X.. stelt zich kandidaat voor een van deze betrekkingen.
Per koninklijk besluit van ..., benoemt de Minister twee andere kandidaten voor deze functie. ..X.. bekomt, door een arrest van de Raad van State d.d. ..., de nietigverklaring van dit koninklijk besluit.
Tijdens deze procedure neemt ..X.. kennis van een nota met de opmerkingen van de Minister aan de Raad van State. In deze nota wordt gepreciseerd dat zelfs indien de kandidaat met de vermelding "zeer goed" zou zijn beoordeeld, hij geen kans had om te worden benoemd tot inspecteur. De geschiktheid en verdiensten zijn ook criteria waarmee rekening moet worden gehouden. De Minister verwijst terzake naar het advies van het College van dienstchefs d.d. ....
Op ..., wendt ..X.. zich tot de Minister van Financiën, op basis van artikel 12 alinéa 1 van de wet van 8 december 1992, om zijn recht op verbetering uit te oefenen ten opzichte van de hem betreffende persoonsgegevens. Hij betwist het gebruik van sommige gegevens in het benoemingsdossier, die ertoe leidden dat zijn verzoek tot promotie niet in aanmerking kwam.
Hij betwist in het bijzonder de juistheid van de volgende gegevens die betrekking hebben op zijn psychische gezondheidstoestand, en vraagt dat deze worden verwijderd : "Steeds volgens ..Y.. zou ..X.. te kampen hebben met ernstige psychische problemen, waardoor hij zich niet in staat zou achten zijn functie van hoofdcontroleur op een degelijke manier waar te nemen". Hij baseert zijn argumentatie op het feit dat ..Y.. geen beoefenaar van de geneeskunst is en hij dus niet bekwaam is om zich uit te spreken over de psychische gezondheidstoestand.
Hij betwist eveneens de relevantie van het gebruik van andere gegevens in het kader van het doeleinde van de promotie en verzoekt om het gebruik ervan te verbieden. Het betreft enerzijds gegevens betreffende afwezigheden wegens ziekte en anderzijds gegevens betreffende het feit dat ..X.. zelf een medisch geschiktheidsonderzoek heeft aangevraagd.
In dat verband betwist hij eveneens het gebruik van "medische" gegevens in de zin van artikel 7 van de wet van 8 december 1992 als basiselement om een waardeoordeel over hem te vellen en, inzonderheid, de mededeling aan derden van deze gegevens zonder zijn bijzondere en schriftelijke toestemming.
Hij verzoekt tenslotte om de toepassing van artikel 15 van de wet van 8 december 1992, krachtens welk "onmiddellijk bij het ontvangen van het verzoek tot verbetering, verwijdering of verbod van gebruik of bekendmaking van persoonsgegevens of (...), de houder van het bestand bij elke mededeling van een persoonsgegeven duidelijk (dient) aan te geven dat het gegeven betwist is."
Op ... legt ..X.. klacht neer bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, op basis van artikel 31 van de wet van 8 december 1992. In eerste instantie vraagt hij de Commissie om als bemiddelende instantie op te treden, en vervolgens, ingeval de bemiddelingsprocedure geen resultaat zou opleveren, een advies over zijn klacht uit te brengen.
In zijn schrijven van ... laat de Minister van Financiën ..X.. weten dat hij de gevraagde verbeteringen aan de gegevens niet wenst aan te brengen, aangezien de betwiste gegevens een substantieel element van het benoemingsdossier vormen. Bovendien is de Minister van mening dat het gebruik van "medische" gegevens gerechtvaardigd is in de mate dat ..X.. zelf een geschiktheidsonderzoek had aangevraagd.
Op ..., wendt ..X.. zich tot de Commissie, in de mening dat het antwoord van de Minister van Financiën onvoldoende gemotiveerd is en handhaaft hij zijn verzoek van ....
Op ..., richt de Commissie zich tot de Minister van Financiën om beide partijen met elkaar te verzoenen.
Op ..., bevestigt de Minister van Financiën in zijn antwoord aan de Commissie zijn standpunt, volgens welk de betwiste gegevens een essentieel element van het benoemingsdossier van ..X.. vormen. Deze gegevens maken het onder andere mogelijk om tot een objectief en gefundeerd oordeel te komen. De Minister van Financiën voegt hier verder aan toe dat de bevoegde overheid een aantal criteria met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer in aanmerking kan nemen.
Op ..., richt ..X.. een brief aan de Commissie, waarin hij naast zijn hoofdverzoek, een verzoek formuleert op basis van het feit dat de houder van het bestand de betwiste gegevens verder blijft gebruiken en mededelen.
2. TOEPASSELIJKHEID VAN DE WET VAN 8 DECEMBER 1992 :
De Commissie is van oordeel dat men niet kan uitsluiten dat de wet van 8 december 1992 van toepassing is op de door ..X.. betwiste gegevens. Volgens de elementen waarover de Commissie beschikt, zouden deze gegevens immers deel kunnen uitmaken van een "geheel van persoonsgegevens (...) samengesteld en bewaard op een logisch gestructureerde wijze met het oog op een systematische raadpleging ervan". Dit zou het geval zijn in de mate dat :
het benoemingsdossier een geïntegreerd deel van het administratief dossier zou zijn met een voldoende structuur of geheel of gedeeltelijk langs geautomatiseerde weg verwerkt.
3. TOEPASSING VAN DE WET VAN 8 DECEMBER 1992 :
De Commissie meent dat de betwistbare gegevens niet bestempeld kunnen worden als medische gegevens in de zin van artikel 7 van voornoemde wet, daar ze niet afkomstig zijn van een "beoefenaar van de geneeskunst", maar slechts het standpunt weergeven van ..Y.. en/of het college van dienstchefs. Bijgevolg geniet de mededeling van deze gegevens niet de bijzondere bescherming voorzien in artikel 7, lid 4 van de wet.
Verder betwist ..X.. volgens de Commissie niet de juistheid van de gegevens maar enkel de relevantie van het gebruik ervan in de context van een promotie. Zo betwist betrokkene bijvoorbeeld niet het vermelde aantal ziektedagen.
In dit verband merkt de Commissie op dat het advies van het college van dienstchefs een essentieel en verplicht element is in een promotieprocedure. De gegevens die in dat advies zijn opgenomen, zijn subjectieve gegevens die de mening weergeven van het college van dienstchefs. Waar het meer in het bijzonder de gegevens over de psychische gezondheidstoestand betreft die in dat advies zijn opgenomen, zijn deze slechts de individuele mening van ..Y.. ..X.. kan de gegevens van het dossier niet vervangen door zijn eigen mening. Hoogstens zou hij, in het kader van een administratieve beroepsprocedure, aan het dossier een ander oordeel kunnen laten toevoegen van een bevoegd deskundige van zijn keuze.
Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat het haar niet toekomt om de inhoud van dergelijke gegevens na te gaan.
De Commissie zou misschien anders redeneren indien de gegevens gebruikt werden buiten de specifieke context die, in het kader van een promotieprocedure, het advies is van het college van dienschefs en, in het bijzonder, dat van ..Y..
OM DEZE REDENEN,
verklaart de Commissie de klacht van ..X.. ongegrond.)