Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Advies van 7 Oktober 1993 (België). RG 17/93
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19931007-1
- Rolnummer :
- 17/93
Samenvatting :
Samenvatting 1
Advies :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en in het bijzonder op artikel 29;
Gelet op de adviesaanvraag van de Minister van Onderwijs van de Franse Gemeenschap dd. 19 augustus 1993;
Gelet op het verslag opgesteld door de Heer J. BERLEUR;
Brengt op 7 oktober 1993 het volgende advies uit :
I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG
1. Het dossier dat ter studie voorligt behandelt de invoering van een school-identificatiekaart die de controle van de schoolinschrijving mogelijk maakt. Dit dossier hangt samen met het dossier A/RN/005/92 dat reeds door de Commissie werd onderzocht op 11 maart 1992 en waarvoor zij het advies nr. 5/92 heeft uitgebracht.
Het dossier A/RN/005/92 beoogde een principieel advies met betrekking tot "een persoonlijke schoolkaart, die de kantonale inspectie van de Gemeenschaps-administratie de mogelijkheid biedt om na te gaan of de leerplicht wordt nageleefd". Op dat ogenblik moest deze kaart wat basisinformatie bevatten en het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen onder een cryptische en verkorte vorm door middel van een streepjescode.
Het huidig voorontwerp heeft nog steeds betrekking op de uitwerking en de toekenning van een schoolkaart aan elke leerling, maar het betreft alleen nog de Franse Gemeenschap en, ingevolge de aanbevelingen van de Commissie, maakt het geen gebruik meer van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Inderdaad, artikel 2 in fine van het voorontwerp stelt : "La carte comporte en outre un numéro d'identification du mineur noté en code à barres; ce numéro d'identification n'est pas celui du Registre national des personnes physiques"(1).
II. ONDERZOEK VAN HET VOORONTWERP
2.a. De Commissie stelt met genoegen vast dat haar verzoek om een identificatienummer eigen aan het Ministerie te gebruiken werd ingevolgd. Zij wenst evenwel dat het gebruik van dit nummer gepaard zou gaan met bepaalde veiligheidsvoorwaarden, al moeten deze niet noodzakelijk zo strikt zijn als deze die het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen omgeven. De finaliteit van dit nummer ligt in feite dicht bij die van het Rijksregisternummer, dit wil met name zeggen de vereenvoudiging van de identificatie van een natuurlijk persoon. Herinnerde een lid van de Commissie voor de Justitie van de Senaat in dit verband niet aan de woorden van de Amerikaanse senator ERVIN, volgens welke " het invoeren van een persoonsnummer onmiddellijk het probleem van de bescherming van de privacy (aanroept)." ? (Ontwerp van wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de Heer VANDENBERGHE, Parl. St., Senaat, B.Z. 1991-1992, nr. 445/2, p. 41 al. 1). In dit geval zal de identificatiekaart bestemd voor de controle op de schoolinschrijving of in ieder geval de inhoud ervan, waarschijnlijk door verschillende handen gaan: hoofden van instellingen of hun afgevaardigden, kantonale inspecteurs, ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs, van Onderzoek en Vorming, personeel van het Centrum voor informatieverwerking.
2.b. De veiligheidsvoorwaarden zouden, krachtens de rechtspraak van de Commissie, de volgende moeten zijn :
- de strikte beperking van de overheden die deze kaarten gebruiken, in te voegen in artikel 3 van het voorontwerp, bijvoorbeeld ;
- de aanwijzing van de ambtenaren : gewoonlijk gaat het om een beperkte groep ambtenaren van niveau 1, nominatief en schriftelijk aangesteld, in functie van de noden die inherent zijn aan de uitoefening van hun opdracht en in functie van het belang van de dienst, volgens een bepaalde periodiciteit aangegeven op een lijst die aan de Commissie wordt overgemaakt;
- de limitatieve opsomming van de activiteiten waarvoor het nummer mag worden gebruikt, in te voegen juist voor artikel 4 van het voorontwerp, bijvoorbeeld;
- de waarborgen die de mededeling omgeven van deze nummers tussen de diverse kantonale inspectiediensten, die dus beschouwd zouden moeten worden als onderscheiden diensten.
2.c. Artikel 8 van het voorontwerp gaat dieper in op de inrichting van de controle op de schoolinschrijving, aan de hand van het Rijksregister. De Commissie mag zich niet uitspreken over het koninklijk besluit met betrekking tot de toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, daar het een openbare overheid betreft in de zin van artikel 5, al. 1 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Zij stelt evenwel een harmonisering voor van de lijsten van de personen die gemachtigd zijn toegang te hebben tot het Rijksregister en deze die gemachtigd zijn kennis te nemen van de inhoud van de identificatienummer, tenminste waar het gaat om personen die bij het verificatieproces betrokken zijn.
OM DEZE REDENEN :
Brengt de Commissie, onder voorbehoud van hogervermelde aanbevelingen, een gunstig advies uit over het haar voorgelegde voorontwerp.
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en in het bijzonder op artikel 29;
Gelet op de adviesaanvraag van de Minister van Onderwijs van de Franse Gemeenschap dd. 19 augustus 1993;
Gelet op het verslag opgesteld door de Heer J. BERLEUR;
Brengt op 7 oktober 1993 het volgende advies uit :
I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG
1. Het dossier dat ter studie voorligt behandelt de invoering van een school-identificatiekaart die de controle van de schoolinschrijving mogelijk maakt. Dit dossier hangt samen met het dossier A/RN/005/92 dat reeds door de Commissie werd onderzocht op 11 maart 1992 en waarvoor zij het advies nr. 5/92 heeft uitgebracht.
Het dossier A/RN/005/92 beoogde een principieel advies met betrekking tot "een persoonlijke schoolkaart, die de kantonale inspectie van de Gemeenschaps-administratie de mogelijkheid biedt om na te gaan of de leerplicht wordt nageleefd". Op dat ogenblik moest deze kaart wat basisinformatie bevatten en het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen onder een cryptische en verkorte vorm door middel van een streepjescode.
Het huidig voorontwerp heeft nog steeds betrekking op de uitwerking en de toekenning van een schoolkaart aan elke leerling, maar het betreft alleen nog de Franse Gemeenschap en, ingevolge de aanbevelingen van de Commissie, maakt het geen gebruik meer van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Inderdaad, artikel 2 in fine van het voorontwerp stelt : "La carte comporte en outre un numéro d'identification du mineur noté en code à barres; ce numéro d'identification n'est pas celui du Registre national des personnes physiques"(1).
II. ONDERZOEK VAN HET VOORONTWERP
2.a. De Commissie stelt met genoegen vast dat haar verzoek om een identificatienummer eigen aan het Ministerie te gebruiken werd ingevolgd. Zij wenst evenwel dat het gebruik van dit nummer gepaard zou gaan met bepaalde veiligheidsvoorwaarden, al moeten deze niet noodzakelijk zo strikt zijn als deze die het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen omgeven. De finaliteit van dit nummer ligt in feite dicht bij die van het Rijksregisternummer, dit wil met name zeggen de vereenvoudiging van de identificatie van een natuurlijk persoon. Herinnerde een lid van de Commissie voor de Justitie van de Senaat in dit verband niet aan de woorden van de Amerikaanse senator ERVIN, volgens welke " het invoeren van een persoonsnummer onmiddellijk het probleem van de bescherming van de privacy (aanroept)." ? (Ontwerp van wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door de Heer VANDENBERGHE, Parl. St., Senaat, B.Z. 1991-1992, nr. 445/2, p. 41 al. 1). In dit geval zal de identificatiekaart bestemd voor de controle op de schoolinschrijving of in ieder geval de inhoud ervan, waarschijnlijk door verschillende handen gaan: hoofden van instellingen of hun afgevaardigden, kantonale inspecteurs, ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs, van Onderzoek en Vorming, personeel van het Centrum voor informatieverwerking.
2.b. De veiligheidsvoorwaarden zouden, krachtens de rechtspraak van de Commissie, de volgende moeten zijn :
- de strikte beperking van de overheden die deze kaarten gebruiken, in te voegen in artikel 3 van het voorontwerp, bijvoorbeeld ;
- de aanwijzing van de ambtenaren : gewoonlijk gaat het om een beperkte groep ambtenaren van niveau 1, nominatief en schriftelijk aangesteld, in functie van de noden die inherent zijn aan de uitoefening van hun opdracht en in functie van het belang van de dienst, volgens een bepaalde periodiciteit aangegeven op een lijst die aan de Commissie wordt overgemaakt;
- de limitatieve opsomming van de activiteiten waarvoor het nummer mag worden gebruikt, in te voegen juist voor artikel 4 van het voorontwerp, bijvoorbeeld;
- de waarborgen die de mededeling omgeven van deze nummers tussen de diverse kantonale inspectiediensten, die dus beschouwd zouden moeten worden als onderscheiden diensten.
2.c. Artikel 8 van het voorontwerp gaat dieper in op de inrichting van de controle op de schoolinschrijving, aan de hand van het Rijksregister. De Commissie mag zich niet uitspreken over het koninklijk besluit met betrekking tot de toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, daar het een openbare overheid betreft in de zin van artikel 5, al. 1 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Zij stelt evenwel een harmonisering voor van de lijsten van de personen die gemachtigd zijn toegang te hebben tot het Rijksregister en deze die gemachtigd zijn kennis te nemen van de inhoud van de identificatienummer, tenminste waar het gaat om personen die bij het verificatieproces betrokken zijn.
OM DEZE REDENEN :
Brengt de Commissie, onder voorbehoud van hogervermelde aanbevelingen, een gunstig advies uit over het haar voorgelegde voorontwerp.