Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 10 Juli 2009 (België). RG M70831/5643

Datum :
10-07-2009
Taal :
Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20090710-2
Rolnummer :
M70831/5643

Samenvatting :

Samenvatting 1

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

(...)

I. Feiten

Charlotte X. en Océane Y. waren tussen 1 januari 2000 en 25 juni 2003 slachtoffer van aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd door Z., hun stiefvader.

II. Vervolging

Z. werd bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 13 maart 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden met uitstel gedurende 5 jaar en onder voorwaarden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld volgende bedragen te betalen:

- aan Anja X. in eigen naam: euro 2.000;

voor morele schade

- aan Anja X. q.q. Charlotte X.: euro 5.000;

- aan Anja X. q.q. Océane Y.: euro 5.000,

telkens moreel en materieel vermengd.

Dit vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

III. Financiële middelen tot schadeloosstelling

- Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 13 maart 2007 werd betekend door gerechtsdeurwaarder Ch. V..

- De raadsman van de dader liet op 25 mei 2007 weten dat zijn cliënt enkel van een werkloosheidsuitkering geniet en dat hij niet over een financiële reserve beschikt. Hij dient als insolvabel te worden beschouwd.

- Uit een door verzoekster persoonlijk ondertekende verklaring d.d. 19 februari 2008 blijkt dat zij niet over een familiale polis noch over een polis rechtsbijstand beschikt.

IV. Gevolgen

- Uit een attest van het Vluchthuis CAW te ... d.d. 8 mei 2003 blijkt dat verzoekster samen met haar kinderen in dit vluchthuis verbleven van 2 mei tot en met 7 mei 2003 en van 5 tot en met 15 oktober 2004. Als bewijs worden facturen neergelegd.

- Verzoekster legt tevens verpleegnota's over van haar opname in de psychiatrie van het Universitair Centrum St. J. te ..., dit tussen april en september 2005. Uit inlichtingen uit het strafdossier blijkt dat relationele problemen aan de basis lagen.

- Er ligt tevens een attest voor van 19 september 2006 van het V...centrum te .... Hierin wordt vermeld: "Charlotte en Océane werden in mei 2003 op onze dienst aangemeld omwille van het feit dat zij in het verleden slachtoffer zijn geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag door hun toenmalige stiefvader. Beide meisjes alsook hun moeder worden sindsdien vanuit hulpverlening begeleid. Vanuit de contacten die wij hadden en hebben met mevrouw X. alsook met de kinderen en de andere hulpverleners blijkt dat de kinderen van jongsaf aan in moeilijke omstandigheden hebben geleefd. Ook het samenleven met de heer Z. verliep omwille van relationele problemen tussen het koppel voor de kinderen zeer stresserend. De reeds ontwikkelde kwetsbaarheid werd nog extra aangetast door de seksuele feiten die zich hebben voorgedaan met de heer Z.."

- In een tweede attest voor van b... centrum d.d. 30 oktober 2007 staat: "Onderaan deze brief vindt u een opsomming van de data waarop wij individuele contacten hadden met Océane en Charlotte. Daarnaast vonden er op regelmatige tijdstippen overlegvergaderingen plaats met de andere betrokken hulpverleningsdiensten op de evolutie van beide meisjes te bespreken. De begeleiding van Charlotte op het VK verliep intensiever dat die van haar zus. Océane werd en wordt ondersteund door een individuele begeleider in de leefgroep waarin zij verblijft.

V. Begroting van de schade

• ANJA X. in eigen naam:

euro 50.000, nadien herleid tot euro 10.000

(intresten en procedurekosten inbegrepen),

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

► Conform artikel 31, 3° van de wet van 1 augustus 1985 kan een financiële hulp worden toegekend aan ouders of personen die voorzien in het onderhoud van een minderjarig slachtoffer dat als gevolg van een opzettelijke gewelddaad een langdurige medische of therapeutische behandeling behoeft.

In het vonnis van 13 maart 2007 kan het volgende worden gelezen: "Voor elk van beide kinderen wordt een vergoeding gevorderd van 10.000 euro voor morele schade en 5.000 euro voor materiële schade (kosten therapie). De materiële schade wordt gevorderd op basis van een raming door een orthopedagoog van het ‘V...centrum Kindermishandeling', opgemaakt op 19 september 2006. Deze wijst er ook op dat de beide meisjes op een adequate manier zijn omgegaan met de negatieve seksuele feiten maar dat bij belangrijke scharniermomenten in hun verdere leven moeilijkheden kunnen opduiken. Bewijzen van reeds gevolgde therapie worden niet bijgebracht. De noodzaak van een therapie is niet zeker."

► Uit het tweede attest van het V...centrum te ... blijkt dat: Charlotte van 14 juli 2003 tot en met 24 april 2007 in totaal 25 individuele begeleidingen had.

► Voor Océane grepen er drie contacten plaats: nl op 6 juni 2003, 9 juli 2003 en op 2 januari 2004. Nergens blijkt dat verzoekster deze begeleiding heeft bekostigd.

► Bij het verzoekschrift worden tevens diverse verpleegnota's bijgevoegd op naam van mevrouw Anja X.. Hieromtrent citeert het vonnis van 13 maart 2007: "Het kan aanvaard worden dat mevrouw X. Anja inderdaad morele schade leed. De gevorderde vergoeding is evenwel sterk overdreven. Het blijkt niet dat de moeilijkheden waarmee zij kampte en eventueel nog kampt volledig zouden te wijten zijn aan de bewezen verklaarde feiten. Dit oorzakelijk verband wordt niet bewezen door de overgelegde stukken.

Uit niets blijkt dat de relationele problemen verband hielden met de bewezen feiten. Bij gebreke van enig verder bewijs wordt enkel een vergoeding voor morele schade toegekend van 2.000 euro."

► De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

► Rekening houdend met alle elementen van het dossier en met de opmerkingen van verzoekster ter zitting kent de Commissie haar in billijkheid een bedrag toe van euro 2.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003, de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

Kent de verzoekster in eigen naam een hulp toe van euro 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 juli 2009.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS