Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 10 Maart 1994 (België). RG 442179

Datum :
10-03-1994
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19940310-6
Rolnummer :
442179

Samenvatting :

De Commissie, Verklaart het verzoek ontvankelijk. Kent aan de verzoekster een hulp toe van 40.000 frank. (Uit de stukken blijk dat de genaamde B. bij een op tegenspraak gewezen vonnis van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 12 oktober 1992 veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van twee jaar, onder meer wegens verkrachting op de persoon van de verzoekster te Deurne in de nacht van 10 op 11 augustus 1992. Aan de verzoekster, die zich burgerlijke partij had gesteld, werd door de rechtbank een vergoeding van 150.000 frank voor materiële en morele schade toegekend. Het verzoek is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig ingesteld. In de gegeven omstandigheden mag aanvaard worden dat de kansen op gedwongen uitvoering van het tussengekomen vonnis op civielrechtelijk vlak nagenoeg onbestaande zijn. Luidens de bepalingen van artikel 32 van de wet van 1 augustus 1985 bestaat het nadeel waarvoor een hulp door het slachtoffer kan worden aangevraagd, uitsluitend in een verlies of vermindering van inkomsten, een tijdelijke of permanente invaliditeit alsook de medische- en ziekenhuiskosten. Uit de aard zelf van de "hulp" wordt de volledige vergoeding door de Staat van het door het slachtoffer geleden nadeel niet gewaarborgd. Een hulp van de Staat wordt verder in billijkheid bepaald (artikel 33, alinéa 1 van de wet). De Commissie is aldus niet gebonden door de beslissing van de rechtbank. De verzoekster, geboren op 6 januari 1974, was 18 jaar toen de feiten zich hebben voorgedaan. Behoudens mogelijke medische kosten was er geen inkomstenverlies. Blijvende sekwellen worden niet bewezen terwijl niet betwist wordt dat de verzoekster niet in medische behandeling is gebleven. Haar schade betreft vooral morele schade door schending van haar integriteit. De verzoekster die voor de Commissie gehoord werd in aanwezigheid van haar vader, is nog steeds schoolgaande en volgt bijzonder onderwijs. Voorgehouden wordt dat, alhoewel zij niet onbekwaam zou zijn, haar vader die haar belangen waarborgt, het bedrag van de haar eventueel toegekende hulp van de Staat op een spaarboekje zal storten. Alle omstandigheden in acht genomen en rekening houdend met de voorschriften van artikel 33, alinéa 2 van de wet, wordt een hulp ten voordele van de verzoekster in billijkheid bepaald op 40.000 frank.)

Beslissing :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.