Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 10 November 1994 (België). RG 584246

Datum :
10-11-1994
Taal :
Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19941110-3
Rolnummer :
584246

Samenvatting :

(Uit de bij het verzoekschrift gevoegde bescheiden blijkt dat de genaamde D. bij vonnis van .. januari 1992 van de correctionele rechtbank te Dendermonde tot tien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens een poging tot doodslag op de heer J. te Lebbeke op 13 juni 1991. Dit vonnis, waartegen de veroordeelde hoger beroep instelde, werd in al zijn beschikkingen bevestigd bij arrest van het Hof van beroep te Gent dd. .. april 1992. Dit arrest verwierf kracht van gewijsde op .. mei 1992. Luidens de bepalingen van art. 34, alinéa 3 van de wet van 1 augustus 1985 dient een verzoek tot hulp op straffe van verval ingediend te worden binnen een jaar, te rekenen al naar gelang het geval, ofwel vanaf de dag waarop bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak is gedaan over de strafvordering, ofwel vanaf de beslissing van het onderzoeksgerecht. De Commissie dient in het onderhavig geval vast te stellen dat het verzoekschrift van 22 februari 1994 laattijdig werd neergelegd, zodat het verzoek niet ontvankelijk is. OP DIE GRONDEN, De Commissie, Gelet op de artikelen 17, alinéa 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986, Verklaart het verzoek onontvankelijk.)

Beslissing :

De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.