Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 13 Juli 2009 (België). RG M80723/6152

Datum :
13-07-2009
Taal :
Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20090713-4
Rolnummer :
M80723/6152

Samenvatting :

Samenvatting 1

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

(...)

I. Feiten

Uit het vonnis blijkt dat de feiten plaats vonden in de woning van de vriendin van Z. na een avondje stappen.

De verzoekster (op het moment van de feiten 14 jaar) zou bij het koppel overnachten en kreeg een afzonderlijke kamer toegewezen. Ze werd in de slaapkamer benaderd door Z. om samen met hem en zijn vriendin een trio te ondernemen. Toen ze weigerde, werd ze door Z. verkracht.

II. Vervolging

II.1. Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... van 7 april 2004 werd Z. veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 18 maanden (met probatieuitstel van 3 jaar voor wat betreft de opgelegde hoofdgevangenisstraf behoudens het reeds ondergane gedeelte ervan) wegens,

Te ... op 21 april 2003,

De misdaad van verkrachting, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd te hebben op de persoon van een kind boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar op het ogenblik der feiten, namelijk op de persoon van X. Stefanie, geboren te ... op ../../1988, die daar niet in had toegestemd, hetzij doordat de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list, hetzij mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer, met de verzwarende omstandigheid dat de dader de minderjarige op het ogenblik van de feiten onder zijn gezag en toezicht had staan.

Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten, namelijk door de borsten en de vagina te betasten en te strelen, met de verzwarende omstandigheid dat de dader de minderjarige op het ogenblik van de feiten onder zijn gezag en toezicht had staan in casu,

C. Te ... op 21 april 2003:

op de persoon van X. Stefanie, geboren te ... op ../../1988.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan Sonja Y. in eigen naam 1 euro te betalen, aan Sonja Y. qualitate qua haar minderjarige dochter Stefanie X. 5.000 euro (meer de intresten), aan Martine V. in eigen naam 1 euro en aan Martine V. qualitate qua haar minderjarige dochter Liesa W. 1.860 euro (meer de intresten).

II.2. Bij arrest van het Hof van Beroep te ... van 7 oktober 2004 werd Z. veroordeeld om aan Sonja Y. in eigen naam een schadevergoeding van euro 1.250 (+ intresten), aan Sonja Y. q.q. haar minderjarige dochter X. Stefanie de som van euro 5.000 (+ intresten), aan Martine V. in eigen naam het bedrag van euro 750 (+ intresten) en aan Martine V. q.q. haar minderjarige dochter W. Liesa de som van 1.860 (+ intresten) te betalen.

De rechtbank oordeelde (q.q. Stefanie X.):

"Overwegende dat bij de begroting van morele schade, ontstaan door een feit van aanranding van de eerbaarheid met geweld, even later gevolgd door een feit van verkrachting rekening dient te worden gehouden met de omstandigheden, waarin de feiten zich voordeden en met de jeugdige leeftijd van het slachtoffer, dat in casu de schade ontstond op een ogenblik waarin zijn in volle puberale ontwikkeling was;

Dat daarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat zulke feiten een langdurig verwerkingsproces vereisen en de schade zich voor een groot deel in de toekomst uitstrekt;

Overwegende dat rekening houdend met deze gegevens de schade te begroten is op euro 5.000, te vermeerderen met de intresten (...)."

III. Begroting van de schade door de verzoekster

De verzoekster begroot haar schade conform het arrest van het Hof van Beroep van 7 oktober 2004 en vraagt 5.000 euro schadevergoeding.

IV. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm.

Artikel 31bis, § 1, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen luidt als volgt: "Het verzoek is binnen drie jaar ingediend. De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de eerste beslissing tot seponering, de beslissing van het onderzoeksgerecht, de dag waarop definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering of de dag, indien deze van latere datum is, waarop uitspraak is gedaan over de burgerlijke belangen." In dit dossier dateert het arrest van 2004. Het verzoekschrift werd pas op 15 juli 2008 neergelegd.

De verzoekster beroept zich op overmacht: pas wanneer zij meerderjarig geworden is (4 november 2006) kon zij zelf de nodige stappen ondernemen. De Commissie houdt rekening met het feit dat de verzoekster als minderjarige en derhalve als handelingsonbekwame zelfs niet de mogelijkheid had om een rechtsgeldig verzoekschrift in te dienen en dat anderzijds de enige persoon die in rechte voor haar kon optreden weliswaar zich voor de rechtbank burgerlijke partij gesteld heeft qualitate qua haar minderjarige dochter, maar nadien nagelaten heeft zich namens haar dochter tot de Commissie te wenden.

De Commissie meent dat verzoekster, die eerst op 4 november 2006 meerderjarig is geworden, niet mag bestraft worden voor zaken die volkomen buiten haar wil om zijn gebeurd.

De Commissie aanvaardt dan ook overmacht en verklaart het verzoek ontvankelijk. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd aldus voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daders zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeY.stelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdende met de ernst van de feiten en met de door de verzoekster geleden schade meent de Commissie aan verzoekster naar billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

V. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op 5.000,00 euro.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van

1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van 5.000,00 euro.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 juli 2009.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN C. DELESIE