Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 14 Maart 2005 (België). RG M3308;3031
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20050314-3
- Rolnummer :
- M3308;3031
Samenvatting :
Samenvatting 1
Beslissing :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
(...)
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat verzoekster sinds haar 6° levensjaar het slachtoffer was van seksuele misdrijven, gepleegd door haar vader, Jean X..
II. Vervolging
Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 3 oktober 2000 werd Jean X. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Op burgerlijk gebied werd Jean X. veroordeeld om aan verzoekster ten provisionele titel een schadevergoeding te betalen van 500.000 frank, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten. Alvorens recht te doen werd een college van deskundigen aangesteld met de gebruikelijke opdracht. Tenslotte werd de heer Van der S. aangesteld als deskundige met als opdracht "het door het slachtoffer ingevolge de feiten opgelopen financieel verlies te bepalen, meer bepaald het verlies dat zij lijdt doordat zij thans ingevolge de feiten in de onmogelijkheid verkeert de zaak in Benidorm die zij uitbaatte met beklaagde verder uit te baten".
Volgens de rechtbank kan aangenomen worden dat verzoekster tengevolge de feiten ernstige morele en fysische schade heeft geleden.
Op 11 oktober 2000 tekende Jean X. beroep aan tegen voormeld vonnis.
Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 18 april 2001 werd het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen bevestigd mits de enkele wijziging dat op de toegekende provisie van 500.000 frank geen intrest verschuldigd is. De zaak werd voor verdere afhandeling op burgerrechtelijk gebied verzonden naar de eerste rechter.
Voormeld vonnis en arrest werden namens verzoekster op 20 augustus 2001 betekend aan Jean X. door gerechtsdeurwaarder M..
Het door Jean X. ingestelde cassatieberoep werd bij arrest d.d. 29 juni 2001 verworpen.
Het strafdossier ligt neer op het secretariaat van de Commissie.
III. Financiële middelen en schadeloosstelling
Meester R. stelde bij schrijven d.d. 20 oktober 2003 dat verzoekster geen verzekering heeft. Verzoekster zou ook niet over voldoende financiële middelen beschikken om op burgerlijk gebied verdere stappen te ondernemen.
De politie ... deelde aan het secretariaat van de Commissie mede dat er een voorstel tot ambtelijke schrapping bestaat lastens Jean X..
Bij beslissing d.d. 18 augustus 2004 werd het dossier naar de bijzondere rol verwezen om verzoekster toe te laten pogingen te ondernemen om haar schade te verhalen op de dader.
In een schrijven d.d. 27 augustus 2004 deelde de gerechtsdeurwaarder aan de advocate van verzoekster mede dat indien er een poging tot beslag zou worden ondernomen lastens Jean X. dit een kans op een revindicatie inhoudt.
Volgens de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kwam Jean X. niet voor in haar databank voor de periode van het eerste en het tweede kwartaal van 2004.
Betrokkene is ook niet gekend als werkloze bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
IV. Begroting van de schade door de verzoekster
Verzoekster begroot de door haar geleden (morele) schade op EUR 25.000,00.
V. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarde werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.
Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Bij de begroting van de door verzoekster geleden schade houdt de Commissie rekening met:
- de ernst van de feiten;
- de lange periode gedurende welke de feiten hebben plaatsgevonden;
- de jonge leeftijd van verzoekster op het moment dat de feiten een aanvang namen;
- het gegeven dat de feiten gepleegd werden door een vertrouwenspersoon, namelijk de vader van verzoekster.
Rekening houdend met deze elementen meent de Commissie een hulp naar billijkheid te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.
VI. Begroting van de hulp door De Commissie
De Commissie meent in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van Euro 25.000,00.
x
x x
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvanâkelijk,
Kent verzoekster een hulp toe van Euro 25.000,00.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 14 maart 2005.
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat verzoekster sinds haar 6° levensjaar het slachtoffer was van seksuele misdrijven, gepleegd door haar vader, Jean X..
II. Vervolging
Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 3 oktober 2000 werd Jean X. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Op burgerlijk gebied werd Jean X. veroordeeld om aan verzoekster ten provisionele titel een schadevergoeding te betalen van 500.000 frank, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten. Alvorens recht te doen werd een college van deskundigen aangesteld met de gebruikelijke opdracht. Tenslotte werd de heer Van der S. aangesteld als deskundige met als opdracht "het door het slachtoffer ingevolge de feiten opgelopen financieel verlies te bepalen, meer bepaald het verlies dat zij lijdt doordat zij thans ingevolge de feiten in de onmogelijkheid verkeert de zaak in Benidorm die zij uitbaatte met beklaagde verder uit te baten".
Volgens de rechtbank kan aangenomen worden dat verzoekster tengevolge de feiten ernstige morele en fysische schade heeft geleden.
Op 11 oktober 2000 tekende Jean X. beroep aan tegen voormeld vonnis.
Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 18 april 2001 werd het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen bevestigd mits de enkele wijziging dat op de toegekende provisie van 500.000 frank geen intrest verschuldigd is. De zaak werd voor verdere afhandeling op burgerrechtelijk gebied verzonden naar de eerste rechter.
Voormeld vonnis en arrest werden namens verzoekster op 20 augustus 2001 betekend aan Jean X. door gerechtsdeurwaarder M..
Het door Jean X. ingestelde cassatieberoep werd bij arrest d.d. 29 juni 2001 verworpen.
Het strafdossier ligt neer op het secretariaat van de Commissie.
III. Financiële middelen en schadeloosstelling
Meester R. stelde bij schrijven d.d. 20 oktober 2003 dat verzoekster geen verzekering heeft. Verzoekster zou ook niet over voldoende financiële middelen beschikken om op burgerlijk gebied verdere stappen te ondernemen.
De politie ... deelde aan het secretariaat van de Commissie mede dat er een voorstel tot ambtelijke schrapping bestaat lastens Jean X..
Bij beslissing d.d. 18 augustus 2004 werd het dossier naar de bijzondere rol verwezen om verzoekster toe te laten pogingen te ondernemen om haar schade te verhalen op de dader.
In een schrijven d.d. 27 augustus 2004 deelde de gerechtsdeurwaarder aan de advocate van verzoekster mede dat indien er een poging tot beslag zou worden ondernomen lastens Jean X. dit een kans op een revindicatie inhoudt.
Volgens de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kwam Jean X. niet voor in haar databank voor de periode van het eerste en het tweede kwartaal van 2004.
Betrokkene is ook niet gekend als werkloze bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
IV. Begroting van de schade door de verzoekster
Verzoekster begroot de door haar geleden (morele) schade op EUR 25.000,00.
V. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarde werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.
Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Bij de begroting van de door verzoekster geleden schade houdt de Commissie rekening met:
- de ernst van de feiten;
- de lange periode gedurende welke de feiten hebben plaatsgevonden;
- de jonge leeftijd van verzoekster op het moment dat de feiten een aanvang namen;
- het gegeven dat de feiten gepleegd werden door een vertrouwenspersoon, namelijk de vader van verzoekster.
Rekening houdend met deze elementen meent de Commissie een hulp naar billijkheid te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.
VI. Begroting van de hulp door De Commissie
De Commissie meent in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van Euro 25.000,00.
x
x x
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvanâkelijk,
Kent verzoekster een hulp toe van Euro 25.000,00.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 14 maart 2005.