Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 28 Juli 2009 (België). RG M70299/5372
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20090728-1
- Rolnummer :
- M70299/5372
Samenvatting :
Samenvatting 1
Beslissing :
(...)
I. Feiten
Op 14 oktober 1999 werd het Argenta bankfiliaal te ..., waar verzoekster als loketbediende werkte, overvallen. Verzoekster stond oog in oog met de overvallers. Ze werd niet fysiek mishandeld maar was wel geschokt door het gebeuren.
De overvallers gingen aan de haal met een geldsom van 140.000 oude BEF.
II. Vervolging
Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 7 januari 2002 werden de genaamden Peter Z. en Jan W., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (diefstal gepleegd door middel van geweld of bedreiging, met verzwarende omstandigheden) elk veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van acht jaar en tot een geldboete van euro 2.478,93.
Op burgerlijk gebied werden beide beklaagden solidair veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 2.478,94 meer intresten aan verzoekster.
Tegen alle beschikkingen van voormeld vonnis werd hoger beroep ingesteld door beklaagde Jan W., alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem.
Bij in kracht van gewijsde getreden arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 6 januari 2004 werd het bestreden vonnis bevestigd ten aanzien van mevrouw X..
III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster
Ter zitting van de Commissie d.d. 16 juni 2009 lichtte de raadsman van verzoekster toe dat zijn cliënte enkel psychische schade heeft geleden. Ze zou psychologische begeleiding hebben gekregen, maar hieromtrent liggen geen stukken voor.
IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling
* De kansen op verhaal tegenover beide daders zijn nagenoeg onbestaande.
In zijn schrijven d.d. 22 november 2005 deelt gerechtsdeurwaarder G. H. mee dat Jan W. een voorstel ambtelijke schrapping heeft.
* Aangezien de feiten een arbeidsongeval betreffen werd geen aangifte gedaan bij de familiale verzekeraar.
De van kracht zijnde polis is de polis B.A. Uitbating (Mercator Verzekeringen), maar hierin is geen clausule insolventie van derden opgenomen.
V. Begroting van de hulp door de verzoekster
Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 2.478,94, conform de morele schadevergoeding die haar door de rechter werd toegekend.
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.
Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.
De Commissie stelt vast dat het dossier getuigt van een gebrek aan medewerking vanwege (de advocaat van) verzoekster. Gedurende het ganse procedureverloop waren niet minder dan vijf herinneringsbrieven van het secretariaat nodig om de opgevraagde informatie te bekomen. Die informatie bleek dan nog onvolledig te zijn, waardoor de ontbrekende gegevens nogmaals dienden te worden opgevraagd in het verslag d.d. 14 april 2009. Ook op dit verslag volgde geen reactie vanwege (de raadsman van) verzoekster...
Voorts betreurt de Commissie dat verzoekster het niet nodig heeft geacht gevolg te geven aan de persoonlijke uitnodiging ter zitting van 16 juni 2009. In de uitnodigingsbrief van het secretariaat d.d. 29 mei 2009 werd de aanwezigheid van verzoekster nochtans "zeer wenselijk" geacht.
Ter zitting van de Commissie d.d. 16 juni 2009 deelde de raadsman van verzoekster mee dat zijn cliënte ter verwerking van de feiten psychologische begeleiding heeft gekregen. De Commissie stelt evenwel vast dat hieromtrent geen stukken worden voorgelegd, zodat het haar onmogelijk is om het hulpverzoek adequaat te beoordelen.
Gelet op die omstandigheden komt het passend voor de zaak te verwijzen naar de bijzondere rol, in afwachting van de neerlegging van bewijskrachtige stukken nopens de door verzoekster opgelopen schade.
*
* *
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en 27 december 2004, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verwijst de zaak naar de bijzondere rol.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 december 2009.
De secretaris, De voorzitter,
G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET