Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 28 Juli 2009 (België). RG M70300/5373

Datum :
28-07-2009
Taal :
Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20090728-3
Rolnummer :
M70300/5373

Samenvatting :

Samenvatting 1

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

(...)

I. Feiten

Op 14 oktober 1999 werd het A. bankfiliaal te .., waar verzoeker zelfstandig bankagent is, overvallen. De overvallers gingen aan de haal met een geldsom van 140.000 oude BEF.

In het deskundig verslag van Dr. B. V. d.d. 28 november 2001 worden de feiten als volgt weergegeven:

"De feiten dateren van 14-10-1999 omstreeks 12.30 uur, in het A. kantoor te ... er is dus een overval gebeurd in het kantoor, er is een beveiliging met een sassysteem, met een voorhamer werd het sas vernield, de heer X. is langs achter naar buiten gelopen, betrokkene is daar ten val gekomen en het gaat over een oprit met klinkers, onmiddellijk is betrokkene dan terug opgestaan en is terug verder gaan lopen, eigenlijk is de heer X. dan de voordeur op slot gaan doen, dit heeft geen baat gebracht want ook de voordeur werd met die hamer er uit geslagen."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 7 januari 2002 werden de genaamden Peter Z. en Jan W., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (diefstal gepleegd door middel van geweld of bedreiging, met verzwarende omstandigheden) elk veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van acht jaar en tot een geldboete van euro 2.478,93.

Op burgerlijk gebied werden beide beklaagden solidair veroordeeld tot betaling van de som van euro 16.922,03 meer intresten aan verzoeker.

Tegen alle beschikkingen van voormeld vonnis werd hoger beroep ingesteld door beklaagde Jan W., alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem.

De zaak werd op burgerlijk gebied beslecht bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 26 oktober 2004, waarbij W. bij verstek werd veroordeeld tot betaling van de som van euro 11.362,65 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoeker

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar het AZ M. te ..., alwaar een luxatie van de linkerschouder werd vastgesteld, gepaard gaande met een vrij belangrijke fractuur van het tuberculum majus (deel van het opperarmbeen).

In het ziekenhuis gebeurde een reductie onder narcose, waarna verzoeker huiswaarts mocht keren met een draagverband voor zes weken.

Verzoeker werd verder opgevolgd door orthopedist Dr. V. en volgde een jaar kinesitherapie ter behandeling van verstijving en krachtsvermindering.

In zijn deskundig verslag d.d. 28 november 2001 weerhoudt Dr. B. V. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

50 % van 14.10.99 t.e.m. 30.11.99

30 % van 01.12.99 t.e.m. 31.12.99

20 % van 01.01.00 t.e.m. 31.01.00

15 % van 01.02.00 t.e.m. 30.06.00

10 % van 01.07.00 t.e.m. 31.08.00

7 % van 01.09.00 t.e.m. 13.10.00.

Er is consolidatie op 14 oktober 2000, met een blijvende invaliditeit van 6 % (krachtsvermindering in de linkerschouder, lichte bewegingsbeperking, pijnklachten, traumatisch aandeel in tintelingen in het ulnarisgebied).

Er is geen esthetische schade.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De kansen op verhaal tegenover beide daders zijn nagenoeg onbestaande.

In zijn schrijven d.d. 22 november 2005 deelt gerechtsdeurwaarder G. H. mee dat Jan W. een voorstel ambtelijke schrapping heeft.

* Verzoeker beschikt over een exploitatiepolis bij Euromex (BVBA X.), maar in het luik rechtsbijstand van die polis is geen insolventieclausule opgenomen.

V. Begroting van de hulp door de verzoeker

In het initieel verzoekschrift werd om de toekenning gevraagd van een financiële hulp van euro 17.500.

Ter zitting van de Commissie d.d. 16 juni 2009 beperkte de raadsman van verzoeker de vordering tot euro 11.362,65, conform de schadevergoeding toegekend bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 26 oktober 2004:

- medische kosten: euro 546,38

- morele schade TAO: euro 1.752,86

- TAO meerinspanningen: euro 1.363,41

- blijvende invaliditeit (6 %): euro 3.700,00 (*)

- bijkomende morele schade: euro 4.000,00

(*) In het arrest d.d. 26.10.04 lezen we: "in het verslag van Dr. V. wordt aangegeven dat de burgerlijke partij geen blijvende arbeidsongeschiktheid heeft; wel een invaliditeit van 6 %; de burgerlijke partij vordert een bedrag per punt dat volgens de indicatieve tabel toegekend wordt bij vermengde morele en materiële schade, de burgerlijke partij viseert derhalve zowel een vergoeding voor de invaliditeit als arbeidsongeschiktheid; bij gebreke aan concreet waardeerbare gegevens kan een bedrag ex aequo et bono toegekend worden voor de 6 % invaliditeit van 3.700 EUR."

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. De post ‘TAO meerinspanningen' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Wat de gevraagde hulp voor ‘bijkomende morele schade' betreft is de Commissie van oordeel dat er, rekening houdend met de gegevens van het dossier, geen aanleiding toe is om voor deze schadepost een afzonderlijke hulp toe te kennen.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

VII. Begroting van de hulp door de Commissie

De hulp kan in billijkheid begroot worden op euro 5.900.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en 27 december 2004, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent de verzoeker een hulp toe van euro 5.900.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 juli 2009.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET