Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 6 April 2004 (België). RG M3585-3160
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20040406-3
- Rolnummer :
- M3585-3160
Samenvatting :
Samenvatting 1
Beslissing :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
(...)
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat verzoeker op 20 mei 2003 op de E 17-autoweg door een Mercedes met daarin twee manspersonen met kepie werd aangemaand zich naar de pechstrook te begeven. Toen verzoeker op de pechstrook stond, kwam een van beide mannen zeggen dat hij hem tot de volgende afrit zou begeleiden en dat hij hem zou bekeuren wegens telefoneren achter het stuur. De man stapte in de wagen van verzoeker terwijl de Mercedes volgde. Aan het einde van de afrit haalde de man een revolver boven, richtte het op verzoeker en eiste al zijn geld. Verzoeker gaf zijn brieventas af. Daarin vond de man de bankkaart van verzoeker en eiste het codenummer ervan. Verzoeker deelde hem dit mede. Een eind ging de man die de Mercedes bestuurde, met de bankkaart van verzoeker een bank binnen en haalde er geld af. Nog een eind verder werd verzoeker gedwongen te stoppen en moest hij in de Mercedes plaatsnemen. Hij werd er geblinddoekt met zijn das. Ongeveer een half uur later moest verzoeker uit de wagen stappen en kreeg een klap op de rechterslaap. Hij viel neer en kreeg nog een schop op de handen die hij voor zijn gezicht hield. Ook van een andere persoon kreeg hij nog stampen. De daders reden toen weg en na enkele minuten ging verzoeker aan het dichtstbijzijnde huis hulp halen. De wagen van verzoeker werd intussen teruggevonden.
II. Vervolging
Verzoeker legde op 22 mei 2003 klacht neer bij de politie.
Uit een schrijven d.d. 23 juli 2003 van de Procureur des Konings te ... blijkt dat een onderzoek werd gevorderd bij Onderzoeksrechter Van de M..
De daders bleven tot op heden onbekend.
III. Medische en psychische gevolgen
Verzoeker werd geslagen doch niet in de mate dat er een ziekenhuisopname noodzakelijk was. Er dienden geen medische kosten te worden gemaakt.
Er zijn wel gevolgen op psychisch vlak: sedert juni 2003 is verzoeker op regelmatige tijdstippen in begeleiding bij het Centrum Slachtofferhulp te ..., in het kader van het verwerkingsproces.
IV. Financiële situatie en schadeloosstelling
Verzoeker vraagt aan de Commissie om de toekenning van een noodhulp omdat hij ingevolge de feiten een zwaar inkomstenverlies leed. Hij was sedert 1 jaar zelfstandig vertegenwoordiger. Het inkomstenverlies is grotendeels het gevolg van zijn labiele emotionele toestand. Sinds de feiten is hij angstig, wantrouwt hij iedereen en kan hij zich heel moeilijk concentreren. Hierdoor haken heel wat klanten af en is het werven van nieuwe klanten nagenoeg uitgesloten.
Uit rapporten van het accountantskantoor AGIVER te ... blijkt dat de winst in december 2002 en in september 2003 respectievelijk Euro 3.227,75 en Euro 457,59 bedroeg.
Verzoeker verklaart niet te beschikken over een private verzekering ter dekking van de door hem geleden schade.
V. Begroting van de schade door de verzoeker
Verzoeker vraagt aan de Commissie om de toekenning van een noodhulp van Euro 7.000: Euro 2.000 voor psychisch lijden en Euro 5.000 voor inkomstenverlies.
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. Aangezien de daders tot op heden onbekend bleven, kan de schade niet op hen verhaald worden.
Overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985, kan de Commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging in de hulpverlening de verzoeker een aanzienlijk nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.
Het spoedeisend karakter van de noodhulp veronderstelt dat verzoeker, ingevolge de opzettelijke gewelddaad, dringende en aanzienlijke medische kosten heeft die hij ingevolge zijn precaire financiële toestand niet kan betalen.
Aangezien uit het voorliggend dossier blijkt dat verzoeker geen medische kosten heeft gemaakt ingevolge de gewelddaad, is niet voldaan aan de voorwaarden tot toekenning van een noodhulp.
Niets belet verzoeker om de door hem geleden schade (morele schade en inkomstenverlies) te vorderen in het kader van een procedure tot toekenning van een hoofdhulp.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 6 april 2004.
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat verzoeker op 20 mei 2003 op de E 17-autoweg door een Mercedes met daarin twee manspersonen met kepie werd aangemaand zich naar de pechstrook te begeven. Toen verzoeker op de pechstrook stond, kwam een van beide mannen zeggen dat hij hem tot de volgende afrit zou begeleiden en dat hij hem zou bekeuren wegens telefoneren achter het stuur. De man stapte in de wagen van verzoeker terwijl de Mercedes volgde. Aan het einde van de afrit haalde de man een revolver boven, richtte het op verzoeker en eiste al zijn geld. Verzoeker gaf zijn brieventas af. Daarin vond de man de bankkaart van verzoeker en eiste het codenummer ervan. Verzoeker deelde hem dit mede. Een eind ging de man die de Mercedes bestuurde, met de bankkaart van verzoeker een bank binnen en haalde er geld af. Nog een eind verder werd verzoeker gedwongen te stoppen en moest hij in de Mercedes plaatsnemen. Hij werd er geblinddoekt met zijn das. Ongeveer een half uur later moest verzoeker uit de wagen stappen en kreeg een klap op de rechterslaap. Hij viel neer en kreeg nog een schop op de handen die hij voor zijn gezicht hield. Ook van een andere persoon kreeg hij nog stampen. De daders reden toen weg en na enkele minuten ging verzoeker aan het dichtstbijzijnde huis hulp halen. De wagen van verzoeker werd intussen teruggevonden.
II. Vervolging
Verzoeker legde op 22 mei 2003 klacht neer bij de politie.
Uit een schrijven d.d. 23 juli 2003 van de Procureur des Konings te ... blijkt dat een onderzoek werd gevorderd bij Onderzoeksrechter Van de M..
De daders bleven tot op heden onbekend.
III. Medische en psychische gevolgen
Verzoeker werd geslagen doch niet in de mate dat er een ziekenhuisopname noodzakelijk was. Er dienden geen medische kosten te worden gemaakt.
Er zijn wel gevolgen op psychisch vlak: sedert juni 2003 is verzoeker op regelmatige tijdstippen in begeleiding bij het Centrum Slachtofferhulp te ..., in het kader van het verwerkingsproces.
IV. Financiële situatie en schadeloosstelling
Verzoeker vraagt aan de Commissie om de toekenning van een noodhulp omdat hij ingevolge de feiten een zwaar inkomstenverlies leed. Hij was sedert 1 jaar zelfstandig vertegenwoordiger. Het inkomstenverlies is grotendeels het gevolg van zijn labiele emotionele toestand. Sinds de feiten is hij angstig, wantrouwt hij iedereen en kan hij zich heel moeilijk concentreren. Hierdoor haken heel wat klanten af en is het werven van nieuwe klanten nagenoeg uitgesloten.
Uit rapporten van het accountantskantoor AGIVER te ... blijkt dat de winst in december 2002 en in september 2003 respectievelijk Euro 3.227,75 en Euro 457,59 bedroeg.
Verzoeker verklaart niet te beschikken over een private verzekering ter dekking van de door hem geleden schade.
V. Begroting van de schade door de verzoeker
Verzoeker vraagt aan de Commissie om de toekenning van een noodhulp van Euro 7.000: Euro 2.000 voor psychisch lijden en Euro 5.000 voor inkomstenverlies.
VI. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. Aangezien de daders tot op heden onbekend bleven, kan de schade niet op hen verhaald worden.
Overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985, kan de Commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging in de hulpverlening de verzoeker een aanzienlijk nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.
Het spoedeisend karakter van de noodhulp veronderstelt dat verzoeker, ingevolge de opzettelijke gewelddaad, dringende en aanzienlijke medische kosten heeft die hij ingevolge zijn precaire financiële toestand niet kan betalen.
Aangezien uit het voorliggend dossier blijkt dat verzoeker geen medische kosten heeft gemaakt ingevolge de gewelddaad, is niet voldaan aan de voorwaarden tot toekenning van een noodhulp.
Niets belet verzoeker om de door hem geleden schade (morele schade en inkomstenverlies) te vorderen in het kader van een procedure tot toekenning van een hoofdhulp.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 6 april 2004.