Hof van Cassatie: Arrest van 10 Januari 1995 (België). RG P930976N

Datum :
10-01-1995
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19950110-1
Rolnummer :
P930976N

Samenvatting :

Het bestaan van een noodtoestand als rechtvaardigingsgrond wordt niet wettig vastgesteld door de rechter die geen concreet feitelijk gegeven vermeldt waaruit hij wettelijk vermag af te leiden dat de dader van een misdrijf geplaatst was voor een ernstig en dreigend kwaad en dat deze niet anders de belangen heeft kunnen vrijwaren die hij verplicht was voor alle andere te beschermen, dan door het plegen van het hem ten laste gelegde feit; als dusdanig gelden niet beperkingen en ongemakken die niet onvoorzienbaar uit een algemene reglementering voortvloeien.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden vonnis nr. 1564, op 21 mei 1993 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Kortrijk :
Over het ambtshalve aangevoerde middel : schending van artikel 71 van het Strafwetboek :
Overwegende dat het aan het Hof toekomt na te gaan of de rechter uit de feiten en omstandigheden, die hij op onaantastbare wijze vaststelt, het bestaan van een rechtvaardigingsgrond wetting kan afleiden;
Overwegende dat de appelrechters oordelen "dat de materialiteit van de inbreuk niet kan betwist worden";
Dat zij verweerder evenwel vrijspreken op grond : "De toestand waarin (verweerder) als stadsbewoner door het parkeerreglement werd gebracht is darentegen wel degelijk een noodtoestand, gekenmerkt door een conflict van rechter, waarin (verweerder) uiteindelijk geen andere uitweg heeft dan het plegen van een misdrijf. Wil de stadsbewoner enigszins normaal genieten van zijn toch fundamentele rechten op professioneelen gezinsleven, op rustig wonen e.d. dan kan hij uiteindelijk niet anders dan in conflict komen met het parkeerreglement zoals hier
toegepast. Ten deze is er wel degelijk een reële nood voorhanden, ook al is deze moeilijker concreet in te schatten en te omschrijven vermits deze nood niet voortvloeit uit een wederrechtelijke toestand. Het om de haverklap genoodzaakt zijn om als stadsbewoner zijn professionele- en gezinsactiviteiten te onderbreken om de auto opnieuw te parkeren maakt elk normaal leven dusdanig onmogelijk en levert dermate veel gevaar op dat hier wel degelijk van een noodtoestand kan gesproken worden. Deze hier vastgestelde noodtoestand ontneemt aan de parkeerinbreuk, zoals aan (verweerder) ten laste gelegd, haar wederrechtelijk karakter. Dienvolgens ontbreekt in het handelen van (verweerder) de wederrechtelijkheid als essentiële vereiste tot strafbaarheid. Alhoewel de aan (verweerder) ten laste gelegde gedraging, in casu de parkeerinbreuk, strikt genomen het feitelijk bestanddeel van de delictsomschrijving oplevert, kan deze gedraging bij afwezigheid van wederrechtelijkheid niet bestraft worden";
Overwegende dat de rechters geen concreet feitelijk gegeven vermelden waaruit zij wettelijk vermogen af te leiden dat verweerder geplaatst was voor een ernstig en dreigend kwaad en dat hij niet anders de belangen heeft kunnen vrijwaren die hij verplicht of gerechtigd was voor alle andere te beschermen, dan door het plegen van het hem ten laste gelegde feit; dat beperkingen en ongemakken die niet onvoorzienbaar uit een algemene reglementering voortvloeien, geen rechtvaardigingsgrond opleveren;
Dat de rechters het bestaan van een rechtvaardigingsgrond niet wettig vaststellen;
OM DIE REDENEN,
zonder acht te slaan op eisers verzoekschrift dat op 18 juni 1993 ter griffie van de Correctionele Rechtbank te Kortrijk is ontvangen, dit is buiten de termijn van vijftien dagen volgend op de op 1 juni 1993 gedane verklaring van beroep in cassatie,
Vernietigt het bestreden vonnis;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Veurne, zitting houdende in hoger beroep.