Hof van Cassatie: Arrest van 10 September 1993 (België). RG F1963N

Datum :
10-09-1993
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19930910-9
Rolnummer :
F1963N

Samenvatting :

De grondwettelijke regels inzake de gelijkheid van de Belgen en de niet-discriminatie op het stuk van belastingen staan er niet aan in de weg dat een verschillende fiscale behandeling wordt ingesteld ten aanzien van bepaalde categorieën van personen, voor zover daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat; of zodanige verantwoording aanwezig is, moet worden getoetst aan het doel en de gevolgen van de ingestelde belasting en aan de redelijkheid van de verhouding tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op de bestreden beslissing, op 8 augustus 1991 door de Bestendige Deputatie van de Provincieraad vn Limburg gewezen;
Overwegende dat de beslissing uitspraak doet over het bezwaar van eiseres tegen de aanslag in de gemeentebelasting op het verspreiden van reclame, dienstjaar 1990;
Overwegende dat, volgens artikel 1 van de belastingverordening van 13 februari 1990, een belasting is ingesteld "op de bedeling aan huis van publiciteitsbladen en -kaarten met handelskarakter, alsook van catalogi en kranten welke publiciteit bevatten met handelskarakter, wanneer die drukwerken niet voorzien zijn van een adres van de bestemmeling" en "de vordering (...) uitsluitend de bedeling (bedoelt) die kosteloos is voor de bestemmeling"; dat volgens artikel 3 van de genoemde verordening, "de bedeling van publicaties die ten minste 40 redactionele niet-publicitaire tekst bevatten, geen aanleiding geeft tot toepassing van de belasting"; dat, volgens artikel 4, van de belasting zijn vrijgesteld "verenigingen zonder winstoogmerk en handelsondernemingen die hun maatschappelijke zetel op het grondgebied van de gemeente gevestigd hebben";
Dat in de aanhef van de verordening vermeld wordt dat de belasting geheven wordt "gelet op de financiële toestand van de gemeente";
Overwegende dat de grondwettelijke regels inzake de gelijkheid van de Belgen en de niet discrimatie op het stuk van de belastingen er niet aan in de weg staan dat een verschillende financiële behandeling wordt ingesteld ten aanzien van bepaalde categorieën van personen, voor zover daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat; dat de al of niet aanwezigheid van zodanige verantwoording moet worden getoetst aan het doel en de gevolgen van de ingestelde belasting en aan de redelijkheid van de verhouding tussen de aangewende middelen en het beoogde doel;
Overwegende dat de beslissing de aanvoering van eiseres, dat de belastingverordening "ongrondwettelijk" is en de artikelen 6bis en 112 van de Grondwet schendt, verwerpt op grond dat door het gelijkheidsbeginsel "niet uitgesloten wordt dat fiscaal onderscheid gemaakt wordt tussen bepaalde categorieën belastingplichtigens, mits dit onderscheid niet willekeurig is, d.w.z. kan worden verantwoord" en dat "de vigerende belastingverordening zo werd opgesteld dat alle burgers die zich onder gelijkaardige omstandigheden bevinden op dezelfde wijze worden aangeslagen"; dat de beslissing evenwel de belasting niet toetst aan het doel en de gevolgen van de ingestelde belasting en aan de redelijkheid van de verhouding tussen de aangewende middelen en het beoogde doel;
Dat de beslissing uit de enkele vaststelling dat alle burgers die zich onder gelijkaardige omstandigheden bevinden op dezelfde wijze worden aangeslagen, niet vermocht af te leiden dat het gelijkheidsbeginsel niet was miskend;
Dat het middel in zoverre gegrond is;
Om die redenen, vernietigt de bestreden beslissing; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing; veroordeelt verweerder in de kosten; verwijst de zaak naar de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen.