Hof van Cassatie: Arrest van 11 Mei 1993 (België). RG 6899

Datum :
11-05-1993
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19930511-9
Rolnummer :
6899

Samenvatting :

Niet rechtsgeldig is het met toepassing van art. 205 Sv. ingestelde hoger beroep van de procureur des Konings tegen een vonnis van de politierechtbank wanneer de betekening van dat hoger beroep aan woonplaats werd gedaan op een adres waar de beklaagde niet meer was ingeschreven volgens de bevolkingsregisters. (Art. 205 Sv.)

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden vonnis, op 11 juni 1992 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Antwerpen;
Gelet op eisers verzoekschrift waarvan een door de griffier van het Hof voor eensluidend verklaarde kopie aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt;
Over het middel :
Overwegende dat in strafzaken, krachtens het te dezen toepasselijke artikel 205 van het Wetboek van Strafvordering, het hoger beroep van het openbaar ministerie bij het hof of de rechtbank van het hoger beroep kennis moet nemen, geschiedt bij een door gerechtsdeurwaarder betekend exploot;
Overwegende dat in strafzaken deze betekening geregeld wordt door de bepalingen van hoofdstuk VII van het eerste deel van het Gerechtelijk Wetboek, in zoverre de toepassing ervan verenigbaar is met de wetsbepalingen en de rechtsbeginselen van de strafvordering;
Overwegende dat krachtens artikel 33 van het Gerechtelijk Wetboek de betekening aan personen geschiedt wanneer het afschrift van de akte van de geadresseerde zelf wordt ter hand gesteld;
Dat artikel 35 van dat wetboek bepaalt : "indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of administratieve zetel"; dat artikel 36 van zelfde wetboek luidt als volgt : "In dit wetboek wordt verstaan : onder woonplaats : de plaats waar de persoon op de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf; onder verblijfplaats : iedere andere vestiging, zelfs de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft";
Overwegende dat het hoger beroep van het openbaar ministerie op 25 februari 1992 werd betekend, niet aan eiser in persoon, maar aan het adres Golfstraat 67 te Antwerpen (Wilrijk), gevolgd door overmaking van het betekende stuk aan de politiediensten van de plaats; dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat eisers verblijfplaats gekend is; dat uit het stuk waarnaar eiser verwijst blijkt dat hij vanaf 20 februari 1992 was ingeschreven in de bevolkingsregisters te 2100 Antwerpen, Bisschoppenhoflaan 35; dat bijgevolg eiseres woonplaats aldaar was toen het stuk werd betekend aan het adres Golfstraat 67 te Antwerpen (Wilrijk);
Overwegende dat door de betekening van 25 februari 1992 geen rechtsgeldig hoger beroep van het openbaar ministerie wordt ingesteld; dat daaraan geen afbreuk werd gedaan door het ter hand stellen op 16 april 1992 aan eiser van de betekening gedaan aan het adres Golfstraat 67 te Antwerpen (Wilrijk), op 25 februari 1992;
Dat het middel gegrond is;
Het O.M. concludeerde tot de verwerping van de voorziening. Het sloot zich aan bij de motivering van het bestreden vonnis luidende als volgt :
"Overwegende dat de beklaagde stelt dat het hoger beroep van het openbaar ministerie onontvankelijk is, waar de akte betekend werd aan de Golfstraat 7 te Antwerpen-Wilrijk op 25 feb. 1992, alwaar hij reeds was afgeschreven sinds 20 februari 1992 naar de Bisschoppenhoflaan 305, te Antwerpen-Deurne;
Overwegende dat, wanneer een exploot is betekend aan een adres waar de geadresseerde niet meer is ingeschreven in de bevolkingsregisters, de betekening niet gedaan is overeenkomstig artt. 35, 36 en 40, eerste lid, Ger.W. en dat de door art. 43, 3°, op straffe van nietigheid voorgeschreven vermelding van de woonplaats van de geadresseerde onregelmatig is;
Overwegende evenwel dat de nietigheid slechts kan worden uitgesproken als de geadresseerde aantoont dat de onregelmatigheid zijn belangen heeft geschaad. (Cass., 24 juni 1982, R.W., 1982-83, 2737);
Overwegende dat uit de stukken in de bundel van de rechtspleging blijkt dat het deurwaardersexploot via de politie ter hand werd gesteld aan de beklaagde op 16 april 1992, die voor ontvangst ondertekende; dat de beklaagde derhalve tijdig kennis had van de betekening van het hoger beroep, alsook van de datum van de terechtzitting voor deze rechtbank en kamer;
Overwegende dat de door de beklaagde opgeworpen onregelmatigheid derhalve geenszins diens belangen heeft geschaad en het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk is";
Overeenkomstig art. 205 Sv. moet het openbaar ministerie bij het Hof of de rechtbank die van het beroep kennis moet nemen, op straffe van verval, binnen de vijfentwintig dagen te rekenen van de uitspraak van het vonnis, zijn beroep betekenen, hetzij aan de beklaagde, hetzij aan de voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijke partij,
De in dat artikel voorgeschreven termijn is een vervaltermijn, derhalve voorgeschreven op straffe van niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Voor het overige wordt betreffende de betekening zelf niets bepaald. Men past daarop derhalve de regelen van betekening toe die gelden voor de dagvaarding.
Wat de inhoud van de dagvaarding in strafzaken betreft gelden de artt. 145, 182, 184 en 211 Sv. en niet 702 Ger.W.
In die artikelen is geen sprake van nietigheid van de dagvaarding.
Die zal enkel kunnen worden uitgesproken wanneer een essentieel bestanddeel van die akte ontbreekt of wanneer bewezen is dat door de onregelmatigheid het recht van verdediging werd miskend. (Cass., 17 maart 1987 en 26 mei 1987, A.C., 1986-87, nrs. 424 en 580.)
Voor de betekeningstechniek gelden de regelen van het Gerechtelijk Wetboek, "in zoverre de toepassing ervan verenigbaar is met de wetsbepalingen en rechtsbeginselen van de strafvordering". (Cass., 15 febr. 1977, A.C., 1977, 661.)
Dit laatste voorbehoud is ontleend aan art. 2 van het Ger.W. volgens hetwelk de in dit wetboek gestelde regels van toepassing zijn op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek.
In zijn arrest van 8 sept. 1981 oordeelde het Hof dat, wanneer in strafzaken in de dagvaarding waarbij, in het bij art. 205 Sv. bepaalde geval, het openbaar ministerie hoger beroep instelt, de naam en de voornaam van de gerechtsdeurwaarder en het adres van zijn kantoor niet zijn vermeld, de rechter, krachtens art. 861 Ger.W., de dagvaarding alleen dan nietig mag verklaren, indien dat verzuim of die onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt. (A.C., 1981-82, nr. 17.)
De vermelding van een verkeerd adres in een exploot van betekening aan woonplaats is in het gerechtelijk recht en tekortkoming aan het voorschrift van art. 43, 3°, Ger.W. en valt niet onder de toepassing van art. 862, alinéa 1, 6°, van dit wetboek. Art. 862, volgens hetwelk de rechter een proceshandeling alleen dan nietig kan verklaren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt, is erop van toepassing. (Cass., 24 juni 1982, A.C., 1981-82, nr. 642.)
Dit stelsel wordt in het geannoteerde arrest onverenigbaar geacht met de regelen die het door het openbaar ministerie overeenkomstig art. 205 Sv. ingestelde hoger beroep beheersen.