Hof van Cassatie: Arrest van 12 Mei 1998 (België). RG P960263N
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19980512-8
- Rolnummer :
- P960263N
Samenvatting :
Inlichtingen door een anoniem gebleven getuige aan een politieambtenaar verstrekt mogen niet als bewijsmiddel van doorslaggevend belang worden aangewend bij de vorming van de innerlijke overtuiging van de rechter.
Arrest :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 16 januari 1996 door het Hof van Beroep te Brussel gewezen;
Over de grieven, in zoverre zij opkomen tegen de beoordeling van eisers schuld door de feitenrechter :
Overwegende dat de grieven in zoverre zij opkomen tegen de onaantastbare beoordeling van feiten door de rechter en in zoverre het onderzoek ervan het Hof zou verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, niet ontvankelijk zijn;
Overwegende dat de rechter in strafzaken, wanneer zoals te dezen, de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, op onaantastbare wijze in feite de bewijswaarde beoordeelt van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, waaronder de verklaringen van partijen en van getuigen;
Overwegende dat inlichtingen aan een politieambtenaar verstrekt door een anoniem gebleven getuige niet als bewijsmiddel van doorslaggevend belang mogen worden aangewend bij de vorming van de innerlijke overtuiging van de rechter;
Overwegende dat de appèlrechters op grond van in het arrest vermelde feitelijke gegevens van de zaak de verklaringen van eiser ongeloofwaardig en die van een anonieme getuige geloofwaardig achten, en besluiten tot de schuld van eiser aan het hem ten laste gelegde misdrijf;
Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat de zogenaamde anonieme getuige niet onder eed werd gehoord, en deze uitsluitend aan de verbalisanten inlichtingen verstrekte;
Overwegende dat de appèlrechters op grond van de vaststelling "dat de door de anonieme getuige opgegeven omstandigheden waarin de feiten plaatsvonden nagetrokken werden en juist bevonden werden" niet vermogen te concluderen "dat (eiser) zodoende onterecht voorhoudt dat alleen deze getuigenis als grondslag voor de vervolgingen diende"; dat de appèlrechters geen gewag maken van ander bewijsmateriaal van doorslaggevend belang betreffende het aan eiser ten laste gelegde wanbedrijf;
Dat de appèlrechters mitsdien hun beslissing niet naar recht verantwoorden;
Dat de grieven in zoverre gegrond zijn;
OM DIE REDENEN,
ongeacht de overige namens eiser aangevoerde grieven die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent.
Gelet op het bestreden arrest, op 16 januari 1996 door het Hof van Beroep te Brussel gewezen;
Over de grieven, in zoverre zij opkomen tegen de beoordeling van eisers schuld door de feitenrechter :
Overwegende dat de grieven in zoverre zij opkomen tegen de onaantastbare beoordeling van feiten door de rechter en in zoverre het onderzoek ervan het Hof zou verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, niet ontvankelijk zijn;
Overwegende dat de rechter in strafzaken, wanneer zoals te dezen, de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, op onaantastbare wijze in feite de bewijswaarde beoordeelt van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, waaronder de verklaringen van partijen en van getuigen;
Overwegende dat inlichtingen aan een politieambtenaar verstrekt door een anoniem gebleven getuige niet als bewijsmiddel van doorslaggevend belang mogen worden aangewend bij de vorming van de innerlijke overtuiging van de rechter;
Overwegende dat de appèlrechters op grond van in het arrest vermelde feitelijke gegevens van de zaak de verklaringen van eiser ongeloofwaardig en die van een anonieme getuige geloofwaardig achten, en besluiten tot de schuld van eiser aan het hem ten laste gelegde misdrijf;
Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat de zogenaamde anonieme getuige niet onder eed werd gehoord, en deze uitsluitend aan de verbalisanten inlichtingen verstrekte;
Overwegende dat de appèlrechters op grond van de vaststelling "dat de door de anonieme getuige opgegeven omstandigheden waarin de feiten plaatsvonden nagetrokken werden en juist bevonden werden" niet vermogen te concluderen "dat (eiser) zodoende onterecht voorhoudt dat alleen deze getuigenis als grondslag voor de vervolgingen diende"; dat de appèlrechters geen gewag maken van ander bewijsmateriaal van doorslaggevend belang betreffende het aan eiser ten laste gelegde wanbedrijf;
Dat de appèlrechters mitsdien hun beslissing niet naar recht verantwoorden;
Dat de grieven in zoverre gegrond zijn;
OM DIE REDENEN,
ongeacht de overige namens eiser aangevoerde grieven die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent.