Hof van Cassatie: Arrest (België). RG C.18.0501.N
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-20190614-5
- Rolnummer :
- C.18.0501.N
Samenvatting :
Samenvatting 1
Arrest :
Hof van Cassatie van België
Arrest
Nr. C.18.0501.N
LINEAS GROUP nv, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II laan 37,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de eiseres woonplaats kiest,
tegen
INFRABEL nv van publiek recht, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Marcel Broodthaersplein 2,
verweerster,
vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 26 maart 2018.
Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 29 maart 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
(...)
Tweede middel
Eerste onderdeel
1. Partijen kunnen de afhandeling van schade ten gevolge van buitencontrac-tuele aansprakelijkheid voor toekomstige schadegevallen, met inbegrip van de wijze en de omvang van vergoeding ervan, bij overeenkomst regelen.
In dergelijk geval kan bij de beoordeling van de omvang van de schade, in voor-komend geval, toepassing worden gemaakt van artikel 1135 Burgerlijk Wetboek, krachtens hetwelk overeenkomsten niet alleen verbinden tot hetgeen daarin uit-drukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het ge-bruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan worden toegekend.
2. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
Tweede onderdeel
3. De aangevoerde tegenstrijdigheid is een juridische tegenstrijdigheid, zodat het onderdeel, dat schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, niet ontvanke-lijk is.
Derde onderdeel
4. De appelrechter oordeelt dat:
- de door de verweerster gevorderde algemene kosten wel degelijk aannemelijk zijn aangezien de verweerster steeds materieel en personeel ter beschikking moet hebben om prompt aan elk euvel te kunnen verhelpen of daar tenminste te kunnen mee beginnen;
- het tevens aannemelijk is dat die algemene kosten niet voor elk treinongeval in concreto kunnen worden berekend vermits het aantal treinongevallen dat zich in een jaar zal voordoen en de omvang ervan niet op voorhand gekend is;
- de eerste rechter dan ook terecht die algemene kosten heeft toegekend, stel-lende dat 19 pct. aanvaardbaar is.
5. Door aldus voor algemene kosten een forfaitaire geraamde vergoeding toe te kennen gelijk aan een percentage van het bedrag van de facturen van de aan-nemers voor het hersporen van de treinen, bepaalt de appelrechter de schade, in de mate van het mogelijke, per individueel schadegeval.
Het onderdeel dat aanvoert dat de appelrechter de schade in abstracto bepaalt re-kening houdend met een geheel van ongevallen van verschillende omvang, mist feitelijke grondslag.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 891,09 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe.