Hof van Cassatie: Arrest van 14 Mei 1998 (België). RG C980201N
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19980514-20
- Rolnummer :
- C980201N
Samenvatting :
Zo het met redenen omkleed en door een advocaat ondertekend verzoekschrift tot onttrekking van een tuchtzaak aan een provinciale raad van de Orde van architecten omwille van wettige verdenking kennelijk niet onontvankelijk is, beveelt het Hof uiterlijk binnen acht dagen dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de voorzitter van de provinciale raad teneinde, na overleg met de leden van de provinciale raad, de in art. 656, 2e lid, 1°, GerW. bedoelde verklaring onderaan op de uitgifte van het arrest te stellen en wordt de zaak voor verschijning op een terechtzitting van het Hof uiterlijk binnen twee maanden vastgesteld.
Arrest :
Gelet op het met redenen omkleed en door een advocaat ondertekend verzoekschrift op 6 mei 1998 ter griffie van het Hof neergelegd waarbij verzoeker omwille van wettige verdenking de onttrekking vraagt van de tuchtzaak 479/98 ten laste van verzoeker ingesteld voor de Raad van de provincie Brabant van de Orde van architecten;
Overwegende dat het verzoek niet kennelijk onontvankelijk is;
OM DIE REDENEN,
Beveelt dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de voorzitter van de Raad van de Provincie Brabant van de Orde van architecten teneinde vóór 1 juni 1998 en na overleg met de leden van de provinciale raad, de in artikel 656, tweede lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, bedoelde verklaring onderaan op de uitgifte van het arrest te stellen;
Stelt de zaak vast voor verschijning op de terechtzitting van 4 juni 1998 waarop afdelingsvoorzitter Verougstraete verslag zal uitbrengen.