Wanneer de in strafzaken aangeduide deskundige schriftelijk zijn eed aflegt, dient het geschrift dat de eedaflegging inhoudt aan de verzoekende overheid gericht te worden, alvorens de deskundige met de uitvoering van zijn taak begint. (Wetb. van strafv., art. 44, lid 3; wet van 3 juli 1957, enig artikel.)
Arrest :
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.