Hof van Cassatie: Arrest van 14 November 1995 (België). RG P940727N

Datum :
14-11-1995
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19951114-2
Rolnummer :
P940727N

Samenvatting :

De rechter die op grond van feitelijke gegevens waarvan hij de bewijswaarde vrij apprecieert, oordeelt dat het door de verdachte gevoerde verweer niets geloofwaardigs bevat, legt aan die verdachte geen niet op hem rustende bewijslast op en miskent evenmin het vermoeden van onschuld.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 28 april 1994 door het Hof van Beroep te Gent gewezen;
I. Op de voorziening van Walter Blanckaert :
Gelet op eisers memorie waarvan een door de griffier van het Hof voor eensluidend verklaarde kopie aan dit arrest is gehecht en ervan deel uitmaakt :
Over het eerste middel :
Overwegende dat de rechter in strafzaken wanneer de wet zoals te dezen geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, vrij mitsdien op onaantastbare wijze, de bewijswaarde beoordeelt van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover partijen tegenspraak hebben kunnen voeren; dat niets hem belet geen geloof te hechten aan de gegevens die de beklaagde tot zijn verweer aanvoert en uit andere gegevens het bewijs door vermoedens van zijn schuld af te leiden;
Overwegende dat de appelrechters met de in het middel vermelde consideransen het door eiser gevoerde verweer ten betoge dat het aantreffen van een verboden stof met hormonale of anti-hormonale werking bij het in de telastlegging vermelde dier het gevolg is van een behandeling met een dierengeneeskundig middel, onderzoeken en vaststellen, eensdeels, dat niet blijkt dat het door eiser overgelegde dierengeneeskundig attest "specifiek betrekking heeft op het vrouwelijk rund dat na slachting positief (werd) bevonden", anderdeels, dat de door eiser gegeven uitleg volgens de geraadpleegde deskundige "wetenschappelijk weinig waarschijnlijk is"; dat voorts de rechters, die vaststellen dat "de door (eiser) verstrekte uitleg twijfelachtig voorkomt", het bewijs van eisers schuld laten steunen op het geheel van de vermoedens die zij vermelden;
Dat de rechters voor het overige met de considerans dat "(eiser) derhalve geenszins het bewijs (brengt) dat het aantreffen van het verboden produkt het gevolg zou zijn van een therapeutische behandeling van het dier" aan eiser geen niet op hem berustende bewijslast opleggen, maar op grond van feitelijke gegevens waarvan zij de bewijswaarde vrij appreciëren, oordelen dat het door eiser gevoerde verweer niets geloofwaardigs bevat; dat de rechters door hun motivering het vermoeden van onschuld niet miskennen;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
Over het tweede middel :
Overwegende dat de rechters met de considerans dat "zelfs indien aangenomen wordt dat het dier werd behandeld met MGA 60, wat in casu niet vaststaat (...)", een hypothese onderzoeken die zij niet aannemen, zodoende hun beslissing hierop niet laten steunen;
Dat het middel opkomt tegen een overtollige redengeving, mitsdien niet ontvankelijk is;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
II. Op de voorziening van Willem Van Der Bauwhede :
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorzieningen;
Veroordeelt de eisers in de kosten van hun respectieve voorziening.