Hof van Cassatie: Arrest van 15 Februari 1991 (België). RG 7165

Datum :
15-02-1991
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19910215-11
Rolnummer :
7165

Samenvatting :

Het voorschrift dat de raad van beroep van de Orde der Geneesheren met een tweederde meerderheid uitspraak doet, vindt geen toepassing wanneer de raad een individuele maatregel beveelt die niet het karakter van een tuchtsanctie heeft. ( Art. 25, alinéa 4, K.B. nr. 79 van 10 november 1967. )

Arrest :

Selecteer tekst om te onderstrepen of annotaties te maken bij het document
HET HOF; - Gelet op de bestreden beslissing, op 12 februari 1990 op verwijzing gewezen door de raad van beroep van de Orde van Geneesheren, met het Nederlands als voertaal;
Gelet op het arrest van het Hof van 26 september 1986 (1);
Over het middel : schending van de artikelen 6, 2°, 13, eerste lid, 21 en 25, in het bijzonder alinéa 4, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren, als gewijzigd bij koninklijk besluit van 26 december 1985, en 8, alinéa 1, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunde,
doordat de raad van beroep van de Orde van Geneesheren met het Nederlands als voertaal, na de beroepen beslissing van de provinciale raad te hebben tenietgedaan en de zaak tot zich te hebben getrokken, beslist dat eiser zijn medische activiteit, onverminderd zijn militaire verplichtingen, dient te beperkten tot één plaats en beveelt dat hij zijn keuze dient te laten kennen aan de provinciale raad, uiterlijk op 1 mei 1990, terwijl deze keuze volledig uitgevoerd moet zijn op 1 juli 1990, beslissing genomen bij meerderheid van stemmen van de bij de beraadslaging aanwezige leden, en dit op de volgende gronden : "Overwegende dat (eiser) inroept dat hij als militair op 1 januari 1991 de pensioenleeftijd in het leger zal hebben bereikt en reeds vanaf 1 augustus 1990 van alle verdere dienst zal worden ontslagen; dat reeds vanaf november 1989 hij niet meer kan worden aanzien als hebbende een full time activiteit tengevolge van de afvloeiing van het personeel van de dienst waar hij werkzaam was; dat hieruit volgt dat hij meer bereikbaar zal zijn voor zijn privé-cliënteel; Overwegende dat de desbetreffende argumentering van (eiser) ter zake niet opgaat; dat immers zijn militaire status reglementair en wettelijk tot 1 januari 1991 ongewijzigd blijft, zodat pas vanaf deze datum aan een ambtshalve herziening kan worden gedacht; Overwegende dat wat de overige medische activiteit van (eiser) betreft, in casu zijn praktijk aan de Rooseveltlaan te Gent, zijn activiteit in de Caritas te Melle en het Instituut Moderne te Gent, het besluit zich opdringt dat het wel degelijk om het houden van drie medische kabinetten gaat - dat inderdaad de activiteit te Melle in het Instituut Caritas ook als een afzonderlijk medisch kabinet moet worden beschouwd en niet als een aanvullende activiteit van een privé-praktijk naar een kliniekcomplex; dat duidelijk vaststaat dat de activiteit te Caritas Melle en deze van het Institut Moderne totaal van elkaar onderscheiden activiteiten zijn en niet als de aanvulling hetzij de een van de andere hetzij wederzijds van elkaar in aanmerking kunnen genomen; dat te Melle patiënten door (eiser) worden onderzocht die hem, volgens eigen verklaring door collega-psychiaters worden verwezen, zonder dat daarvoor een verdere klinische behandeling in het Institut Moderne noodzakelijk is; Overwegende dat deze activiteit even volwaardig is als zijn private praktijk aan de Rooseveltlaan te Gent; dat hetzelfde dient aangestipt te worden omtrent de uitgeoefende praktijk in het Instituut Moderne te Gent; Overwegende dat medisch gezien alle activiteit van (eiser), de militaire en de burgerlijke als afzonderlijke kabinetten te beschouwen zijn, dat de zorgen te Melle en in het Institut Moderne onderscheiden zonder een aanvullend klinisch compendium geschieden; Overwegende dat het deontologisch en met het belang van de patiënten niet verzoenbaar is dat met de verspreiding van dergelijke medische activiteiten wordt doorgegaan; dat het eveneens als oncollegiaal tegenover jonge geneesheren voorkomt dat (eiser) de uitoefening van de geneeskunde verspreid over vier kabinetten doorvoert nu vaststaat dat zulks niet in
het belang van een goede geneeskunde kan genoemd worden en bovendien de kansen van jongeren op een behoorlijke en waardige wijze van de uitoefening van hun beroep ernstig beknot en in gevaar brengt",
terwijl, ...
tweede onderdeel, overeenkomstig artikel 25, alinéa 4, van het koninklijk besluit nr. 70 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren de raden van beroep kennis nemen van het geheel van de zaak, zelfs indien enkel hoger beroep werd ingesteld door de geneesheer en de raad van beroep alleen met een tweederdemeerderheid een sanctie kan toepassen wanneer de provinciale raad er geen heeft uitgesproken of de door die raad uitgesproken sanctie kan verzwaren; dit vereiste van een tweederdemeerderheid niet enkel van toepassing is wanneer het gaat om een maatregel van disciplinaire aard maar ook wanneer het gaat, zoals te dezen, om een maatregel die geen disciplinair karakter heeft doch een individuele maatregel is ter voorkoming van een inbreuk op regelen van de medische plichtenleer; hieruit volgt dat de raad van beroep te dezen, na de vernietiging van de beroepen beslissing, alleen met een tweederdemeerderheid een individuele maatregel kon bevelen; de raad van beroep derhalve door, na vernietiging van de beroepen beslissing, een individuele maatregel te bevelen enkel en alleen bij meerderheid van stemmen, zonder vast te stellen dat deze beslissing met een tweederdemeerderheid werd genomen, voormeld artikel 25, alinéa 4, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren schendt :
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat de bestreden beslissing, door eiser te bevelen zijn medische activiteit te beperken, een individuele maatregel beveelt, die niet het karakter van een tuchtsanctie heeft;
Overwegende dat het voorschrift van artikel 25, alinéa 4, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 slechts toepassing kan vinden wanneer de raad van beroep een tuchtsanctie oplegt;
Dat e raad van beroep die bepaling derhalve niet heeft geschonden door niet met een tweederdemeerderheid van zijn leden uitspraak te doen;
Dat het onderdeel faalt naar recht;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.
(1) A.R. nr. 5218 (A.C., 1986-87, nr. 50).