Hof van Cassatie: Arrest van 15 Februari 1991 (België). RG 6764

Datum :
15-02-1991
Taal :
Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19910215-13
Rolnummer :
6764

Samenvatting :

Het bij art. 6.1 Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden gewaarborgde recht van eenieder op een eerlijke behandeling van zijn zaak brengt mee dat het gezag van het strafrechterlijk gewijsde verbonden aan de materiële vaststellingen van de strafrechter betreffende de plaats van een verkeersongeval op grond waarvan hij de beklaagde vrijspreekt, ten opzichte van derden die in het strafproces geen partij waren, slechts geldt behoudens tegenbewijs.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 19 december 1988 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : "schending van artikel 6.1 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, en van het algemeen rechtsbeginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft,
doordat het bestreden arrest het door eisers ingesteld hoger beroep als ongegrond afwijst, dienvolgens besluit tot de bevestiging van het vonnis a quo met de wijziging dat de som van 411.720 frank ten provisionele titel aan verweerder (sub 3) wordt toegekend, en eiser derhalve veroordeelt tot betaling aan verweerder (sub 1) van een bedrag van 175.826 frank, aan verweerster (sub 2) van een provisioneel bedrag van 10.000 frank, aan verweerder (sub 4) van een provisioneel bedrag van 50.000 frank, al deze bedragen te verhogen met de vergoedende interesten sedert 28 november 1983 en de gerechtelijke intresten, alsook aan verweerder (sub 3) van een provisioneel bedrag van 411.720 frank, meer de vergoedende interesten sedert de datum van uitgave en gerechtelijke interesten, evenals een deskundige aanstelt met het oog op het onderzoek van tweede en vierde verweerders in cassatie, en zulks op grond van volgende overwegingen : dat de burgerlijke rechter slechts gebonden is door wat de strafrechter bij zijn uitspraak over de strafvordering zeker, noodzakelijk en hoofdzakelijk heeft beslist; dat "noodzakelijk" betrekking heeft de juridische draagwijdte van de strafrechtelijke beslissing en alle vaststellingen omvat die de strafrechter krachtens de wet gehouden is te maken; dat de burgerlijke rechter derhalve niet gebonden is door wat de strafrechter ten deze over de eventuele fout van Stappers, die zelfs niet in het strafgeding was betrokken, in volgende bewoordingen ten overvloede bemerkte : "Overwegende dat derhalve hieruit duidelijk moet afgeleid worden dat Stappers op het ogenblik der aanrijding niet rechts van de weg, gezien in zijn rijrichting reed"; dat (eiser) evenwel als noodzakelijk motief dat aan de vrijspraak van (verweerder sub 4) ten grondslag was volgende overweging miskent : "Overwegende dat er derhalve enkele ogenblikken verlopen zijn tussen deze aanrijding, zodat beklaagde Paspont zeer zeker reeds op de voorsorteerstrook moest geweest zijn toen Stappers hem aanreed"; dat volgens het P.V. der Rijkswacht ter plaatse een zeer goede verlichting is, en dat Stappers betichtte Paspont - welke op een toegelaten strook (voorsorteerstrook om links af te slaan naar de Oude Baan) diende te zien (sic); dat de vrijspraak gegrond was op de overweging dat het ongeval tussen de bromfietser Paspont en de autobestuurder Stappers op de voorsorteerstrook om links af te slaan naar de Oude Baan gebeurde; dat de burgerlijke rechter derhalve gebonden is door voormelde vrijspraak alsmede door het voormeld motief omtrent plaats van aanrijding; dat ten deze moet worden onderzocht of (eiser) een fout in causaal verband met het verkeersongeval beging; dat hierbij geen rekening kan worden gehouden met het door (eiser) voorgebracht eenzijdig verslag van deskundige Vandeweerdt, gedateerd 3 april 1986; dat voormeld verslag niet tegenwerpelijk is aan (verweerders) en in strijd met het gezag van gewijsde van voormeld vonnis van 27 juni 1985 vermeldt dat de door de strafrechter aangeduide plaats van de eerste aanrijding niet steekhoudend is en in ondergeschikte orde opmerkt dat zelfs, indien het voertuig Stappers niet volledig op zijn rechterstrook was, zijn manoeuver een gevolg kan geweest zijn van een reactie op een ondoordacht en verwarring scheppend rijgedrag van Paspont; dat blijkens het voorgebracht strafdossier (eiser) de richting Maaseik-Centrum be
oogde en derhalve, in toepassing van artikel 9.3 van het Wegverkeersreglement verplicht was zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de Weertersteenweg en de daaropvolgende Acht Meilaan te blijven; dat, nu vaststaat dat de eerste aanrijding tussen (eiser) en (verweerder sub 4) op de voorsorteerstreek gebeurde, (eiser) minstens naar links op de door hem gevolgde rechter rijstrook is uitgeweken,
terwijl luidens artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen een ieder recht heeft op een eerlijke behandeling van zijn zaak; voormeld beginsel evenwel wordt geschonden, zo wordt aangenomen dat aan deze persoon bepaalde gegevens, andere dan een vrijspraak, kunnen worden tegengeworpen, die, ingevolge een in kracht van gewijsde gegane vonnis, gewezen in strafzaken, waarbij zij geen partij was, niet meer zouden kunnen worden betwist; het recht op een eerlijk proces integendeel impliceert dat de derde zich omtrent deze materiële feiten, die bepalend kunnen zijn voor zijn aansprakelijkheid, kan verdedigen; ten deze aan eiser, betrokken bij een verkeersongeval te Maaseik op 28 november 1983, een vonnis van de Correctionele Rechtbank te Tongeren werd tegengeworpen, waarbij, in zijn afwezigheid, de plaats der aanrijding dusdanig werd bepaald dat deze vaststelling het foutief karakter van zijn rijgedrag nagenoeg impliceerde, nu werd vastgesteld dat het ongeval zich voordeed op de voorsorteerstrook in het midden van de rijbaan, hetgeen in afwezigheid van fout in hoofde van de tegenliggende bromfietser, die links wenste af te slaan, inhield dat eiser onvoldoende rechts hield, en de vrije appreciatiebevoegdheid van de burgerlijke rechter dusdanig beperkte dat eisers recht van verdediging volledig werd uitgehold; zodat door eiser het recht te ontzeggen zijn middelen te laten gelden met betrekking tot de juiste plaats van het ongeval, dewelke bepalend was voor het al dan niet foutief karakter van zijn rijgedrag, het bestreden arrest artikel 6.1 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950, miskent evenals het algemeen rechtsbeginsel, dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft" :
Overwegende, enerzijds, dat artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - hierna te noemen het Verdrag - een ieder het recht geeft op een eerlijke behandeling van zijn zaak, bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen; dat zulks onder meer inhoudt dat de partijen in en burgerlijk geding gelijke kansen moeten hebben om de door de andere partijen aangedragen bewijzen te weerleggen;
Overwegende, anderzijds, dat uit het internrechtelijk algemeen rechtsbeginsel van het gezag erga omnes van het strafrechterlijk gewijsde onder meer volgt dat de feiten waarvan de strafrechter, in het kader van zijn beslissing op de strafvordering, ten aanzien van de beklaagde het bestaan zeker en noodzakelijk heeft aangenomen, door derden in een later civiel geding niet meer kunnen worden betwist;
Overwegende dat, indien die toepassing van het bedoelde algemeen rechtsbeginsel in strijd komt met de toepassing van artikel 6.1 van het Verdrag, het voorschrift van het Verdrag, dat rechtstreekse werking bezit, voorrang heeft;
Overwegende dat uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat Ronald Paspont, thans verweerder, bij vonnis van 27 juni 1985 van de Correctionele Rechtbank te Tongeren, werd vrijgesproken ter zake van de hem ten laste gelegde overtreding van de artikelen 418 tot 420 van het Strafwetboek en 19.3, 3°, en 12.4 van het Wegverkeersreglement, en dat zijn ouders, de echtgenoten Paspont-Broeckx, als burgerrechtelijk aansprakelijken buiten de zaak werden gesteld, met betrekking tot een verkeersongeval van 28 november 1983, waarin eiser, die geen partij was in het strafgeding, betrokken was en waarbij hij met zijn voertuig in aanrijding was gekomen met de uit de tegenovergestelde richting komende bromfietser Ronald Paspont, waardoor hij vervolgens tegen het voertuig van Peter Leunissen, bestuurd door Maryse Van Dorpe, botste;
Dat de echtgenoten Leunissen-Van Dorpe en het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, thans verweerders, eiser op 5 september 1985 hebben gedagvaard tot vergoeding van de door het vorenbedoelde verkeersongeval veroorzaakte schade, en de echtgenoten Paspont-Broeckx, q.q. voor Ronald Paspont, met hetzelfde doel tussenkwamen in het geding; dat Ronald Paspont daarna als meerderjarige het geding voortzette;
Overwegende dat het arrest eiser jegens de verweerders aansprakelijk verklaart voor de door het ongeval van 28 november 1983 veroorzaakte schade; dat het die beslissing laat berusten op het door de strafrechter vastgestelde maar thans door eiser betwiste feit dat Ronald Paspont zich op het ogenblik van de aanrijding op de voor hem bestemde voorsorteerstrook bevond; dat het hof van beroep geoordeeld heeft dat het door die vaststelling van de strafrechter gebonden was en eiser niet heeft toegestaan van dat feitelijk gegeven het tegenbewijs te leveren;
Overwegende dat het arrest aldus, op grond van beginsel van het gezag erga omnes van het strafrechterlijk gewijsde, eiser, in een geding betreffende zijn burgerlijke rechten en verplichtingen, ten opzichte van de andere gedingpartijen geen gelijke kans heeft om het door dezen aangedragen bewijs betreffende een feitelijk gegeven te weerleggen;
Dat het arrest aldus artikel 6, lid 1, van het Verdrag, door eiser voor de feitenrechter ingeroepen, schendt;
Dat het middel in zoverre gegrond is;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het Ronald Paspont akte verleent dat hij het geding in eigen naam voortzet; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.