Hof van Cassatie: Arrest van 15 Oktober 1996 (België). RG P950681N

Datum :
15-10-1996
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19961015-6
Rolnummer :
P950681N

Samenvatting :

Is niet ontvankelijk, het cassatieberoep ingesteld door het college van burgemeester en schepenen dat verklaart op te treden voor de gemeente als eiseres, wanneer de machtiging van de gemeenteraad om in naam van de gemeente cassatieberoep in te stellen niet regelmatig wordt voorgelegd.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 14 april 1995 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Ranst, dat verklaart op te treden voor eiseres, door de gemeenteraad is gemachtigd om hetzij in naam van de gemeente cassatieberoep in te stellen, hetzij het geding in cassatie voort te zetten op een cassatieberoep dat is ingesteld tot bewaring van rechten;
Dat immers het besluit van de Gemeenteraad van de Gemeente Ranst van 14 maart 1991 houdende bekrachtiging van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van 21 februari 1991 waarbij P. Van Sant als advocaat gelast wordt de belangen van de gemeente te behartigen, noch het besluit van 22 juli 1993 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Ranst waarbij een andere advocaat wordt gelast met het verder behartigen van de belangen van de gemeente in de zaak gemeente Ranst/NV Arcadia machtiging van de gemeenteraad inhouden om een voorziening in te stellen;
Dat weliswaar de beslissing van het schepencollege van 25 april 1995 vermeldt dat de vereiste machtiging van de gemeenteraad zal worden benaarstigd; dat deze machtiging nochtans niet regelmatig wordt overgelegd;
Dat de voorziening mitsdien, krachtens de artikelen 123, 8° en 9°, en 270 Gemeentewet, niet ontvankelijk is;
OM DIE REDENEN,
zonder acht te slaan op het namens eiseres ter griffie van het Hof op 9 oktober 1995 neergelegd stuk, dit is buiten de termijn van twee maand bepaald bij artikel 420bis van het Wetboek van Strafvordering, de zaak ingeschreven zijnde op de algemene rol op 22 mei 1995, en zonder dat er grond is tot onderzoek van de namens eiseres aangevoerde middelen, die niet de ontvankelijkheid van de voorziening betreffen,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiseres in de kosten.