Hof van Cassatie: Arrest van 16 Juni 2015 (België). RG P.14.0213.N

Datum :
16-06-2015
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20150616-3
Rolnummer :
P.14.0213.N

Samenvatting :

Uit artikel 5, § 1, eerste lid, Wet Welzijn Werknemers, dat bepaalt dat de werkgever de nodige maatregelen treft ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en daartoe de in die bepaling opgesomde algemene beginselen toepast, volgt dat de werkgever de erin bedoelde maatregelen moet nemen ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, maar niet ter bevordering van zijn eigen welzijn of van het welzijn van een zelfstandige medewerker bij de uitvoering van hun werk.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Nr. P.14.0213.N

PROCUREUR-GENERAAL bij het Arbeidshof te Gent,

vervolgende partij,

eiser,

tegen

1. GEBROEDERS VERSTRAETE bvba, met zetel te 9111 Belsele, Groen-straat 90,

beklaagde,

2. VIVIUM nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 153,

gedaagde in tussenkomst en vrijwaring,

verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 21 november 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. In zoverre gericht tegen de verweerster 2 die niet tot de kosten op strafge-bied is veroordeeld, en tegen de beschikkingen op burgerrechtelijk gebied, is het cassatieberoep bij gebrek aan hoedanigheid niet ontvankelijk.

Eerste ambtshalve middel

Geschonden wetsbepaling

- Artikel 5, § 1, eerste lid, Wet Welzijn Werknemers

2. Krachtens artikel 5, § 1, eerste lid, Wet Welzijn Werknemers treft de werk-gever de nodige maatregelen ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en past daartoe de in die bepaling opgesomde al-gemene beginselen toe.

3. Uit die bepaling volgt dat de werkgever de erin bedoelde maatregelen moet nemen ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, maar niet ter bevordering van zijn eigen welzijn of van het welzijn van een zelfstandige medewerker bij de uitvoering van hun werk.

2. Het arrest (p. 6) dat oordeelt dat de veiligheidsvoorschriften van de Wet Welzijn Werknemers ook gelden voor de werkgever en een zelfstandig medewer-ker, en enkel op grond daarvan de verweerster 1 schuldig verklaart aan de telast-leggingen A1, A2 en A3 is niet naar recht verantwoord.

Tweede ambtshalve middel

Geschonden wetsbepalingen

- Artikelen 418 en 419 Strafwetboek

- Artikel 5, § 1, eerste lid, a) en k), Wet Welzijn Werknemers

3. De artikelen 418 en 419 Strafwetboek stellen strafbaar hij die bij gebrek aan voorzichtigheid en voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen, onopzettelijk de dood veroorzaakt.

Het gebrek aan voorzorg en voorzichtigheid betreft elke fout en nalatigheid waar-door de dood werd veroorzaakt. Wanneer die dood werd veroorzaakt tijdens de uitvoering van een arbeidsovereenkomst, kan een overtreding van de bepalingen van de Wet Welzijn Werknemers dergelijke fout of nalatigheid zijn.

4. Artikel 5, § 1, eerste lid, a) en k), Wet Welzijn Werknemers bepaalt:

"De werkgever treft de nodige maatregelen ter bevordering van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Daartoe past hij de volgende algemene preventiebeginselen toe.

a) risico's te voorkomen;

(...)

k) het verschaffen van passende instructies aan de werknemers en het vaststellen van begeleidingsmaatregelen voor de redelijke garantie op de naleving van die instructies."

5. Uit die bepalingen in hun onderlinge samenhang volgt dat teneinde het wel-zijn van de werknemers te verzekeren, waarvan het voorkomen van arbeidsonge-vallen deel uitmaakt, de werkgever het risico tot een arbeidsongeval kan voorko-men door als preventiemaatregel aan de werknemers passende instructies te ver-schaffen. In dat geval is vereist dat de werkgever tevens de begeleidingsmaatre-gelen vaststelt om de naleving van die instructies te waarborgen.

6. Het arrest oordeelt dat het slachtoffer niet op het niet-beveiligde deel van het dak mocht komen en dat de verweerster 1 de vereiste voorzichtigheid en voor-zorg aan de dag gelegd heeft door het slachtoffer daar geen werken te laten uit-voeren en zelfs te verbieden dat hij daar zou komen. Volgens het arrest zou dit het risico op een ongeval voorkomen. Op die grond spreekt het de verweerster 1 vrij van de telastlegging B, onopzettelijke doding, zonder evenwel vast te stellen dat de nodige begeleidingsmaatregelen waren getroffen om de naleving van die instructies te waarborgen. Aldus schendt het arrest de vermelde wetsbepalingen.

Middelen

7. De middelen kunnen niet tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing leiden en behoeven bijgevolg geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet op de ingestelde straf-vordering.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 230,56 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 16 juni 2015 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van procureur-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

A. Bloch G. Jocqué P. Maffei