Hof van Cassatie: Arrest van 17 Februari 1997 (België). RG S960083F

Datum :
17-02-1997
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19970217-7
Rolnummer :
S960083F

Samenvatting :

Onder dringende medische hulp in de zin van art. 57, alinéa 2, vijfde lid, OCMW-wet, wordt verstaan de hulp die wordt verstrekt aan een vreemdeling die onmiddellijke verzorging behoeft ten gevolge van een ongeval of ziekte, alsook het transport van die persoon en zijn opname in een verzorgingsinstelling.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 13 februari 1996 door het Arbeidshof te Luik gewezen;
Over het middel : schending van de artikelen 1, 57, alinéa 1 en 2, inzonderheid 57, alinéa 2, vijfde lid, 58 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening,
doordat het arrest, nu het vaststelt dat het bevel om het grondgebied te verlaten waarvan op 26 april 1993 kennis werd gegeven in de zin van artikel 57, alinéa 2, van de wet van 8 april 1976, definitief was, maar oordeelt "dat (dat artikel) toch bepaalt dat dringende medische hulp moet worden geboden", beslist dat "die dringende medische hulp niet beperkt blijft tot een geneeskundige raadpleging en tot het verstrekken van geneesmiddelen", dat "hij ook moet worden begrepen in de zin van het verstrekken van inzonderheid levensmiddelen die levensnoodzakelijk zijn voor de mens en van een behoorlijk onderkomen", dat "die vorm van hulpverlening in specie (lees : in natura) kan worden verstrekt door het opnemen van de betrokken personen in verplegingsinrichtingen waar (zij) een onderkomen, voeding en aangepaste zorgen kunnen krijgen", dat het evenwel niet mogelijk is "de ziekenhuizen te verplichten de rol van laatste vitale hulpverlener te spelen" en dat "hulp bij equivalent, met andere woorden geld, dat moet opvangen en aan de betrokken persoon een levensminimum moet verzekeren zodat de menselijke waardigheid niet in het gedrang komt",
terwijl, volgens artikel 57, alinéa 2, van de wet van 8 juli 1976, aan de maatschappelijke dienstverlening een einde wordt gemaakt vanaf de datum van de uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten, en ten laatste, vanaf de datum van het verstrijken van de termijn van het definitieve bevel om het grondgebied te verlaten (derde lid); van die regel wordt afgeweken "gedurende de strikt noodzakelijke termijn, om de betrokkene in staat te stellen het grondgebied effectief te verlaten" en, ten hoogste, gedurende een maand (vierde lid); wanneer die termijn van een maand is verstreken, de vreemdeling aan wie een definitief bevel is gegeven om het grondgebied te verlaten vóór een bepaalde datum alleen nog recht heeft op dringende medische hulp (vijfde lid); de dringende medische hulp die aldus behouden blijft, de hulpverlening is als bepaald bij de artikelen 58 van dezelfde wet en 1 van de wet van 8 juli 1964; hij bestaat in de verzorging van de personen die zich op het grondgebied bevinden van de door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bediende gemeente en die, ingevolge ongeval of ziekte onmiddellijke verzorging nodig hebben, in het overbrengen naar en het opnemen in de geschikte verplegingsinstelling; het arrest, door te beslissen dat dringende medische hulp ook "het verstrekken" omvat "inzonderheid van levensmiddelen die levensnoodzakelijk zijn voor de mens en van (...) een behoorlijk onderkomen" en "aan de betrokken persoon een levensminimum moet verzekeren zodat de menselijke waardigheid niet in het gedrang komt", aan de dringende medische hulp, waarvan het behoud is bepaald bij artikel 57, alinéa 2, vijfde lid van de wet van 8 april 1976, een extensieve inhoud geeft die strijdig is met de bedoeling van die bepaling en bijgevolg die bepaling en de andere in het middel aangewezen wetsbepalingen schendt :
Overwegende dat, ingevolge artikel 57, alinéa 2, eerste lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, in afwijking van alinéa 1 het centrum slechts de strikt noodzakelijke dienstverlening verleent om het verlaten van het grondgebied mogelijk te maken : 1° aan de vreemdeling die zich vluchteling heeft verklaard en heeft gevraagd als dusdanig te worden erkend doch die niet de toelating heeft om in die hoedanigheid in het Rijk te verblijven en aan wie een definitief bevel is betekend om het grondgebied te verlaten; 2° aan elke andere vreemdeling die onwettig in het Koninkrijk verblijft en aan wie een definitief bevel is betekend om het grondgebied te verlaten;
Dat het derde en het vijfde lid van dezelfde paragraaf 2 bepalen dat aan de maatschappelijke dienstverlening een einde wordt gemaakt vanaf de datum van de uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten, en ten laatste, vanaf de datum van het verstrijken van de termijn van het definitieve bevel om het grondgebied te verlaten, maar dat daarvan wordt afgeweken ingeval van dringende medische hulp;
Overwegende dat artikel 58 van dezelfde wet bepaalt dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn hulp verleent aan ieder persoon die zich op het grondgebied bevindt van de door hem bediende gemeente, buiten de openbare weg of een openbare plaats, en die, ingevolge ongeval of ziekte, onmiddellijk geneeskundige verzorging nodig heeft; het zorgt ervoor dat die persoon, indien nodig, naar de geschikte verplegingsinrichting wordt overgebracht en erin wordt opgenomen;
Overwegende dat, ingevolge artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende medische hulpverlening, onder die hulpverlening wordt verstaan de eerste hulp aan de personen die zich op de openbare weg of in een openbare plaats bevinden en wier gezondheidstoestand, ingevolge ongeval of ziekte, onmiddellijk verzorging vereist, hun vervoer naar het ziekenhuis en hun opneming in een verplegingsdienst;
Dat, volgens de parlementaire voorbereiding van de wet van 8 juli 1976, door de bepaling van voornoemd artikel 58 de wet van 8 juli 1964 wordt aangevuld;
Overwegende dat uit de samenhang van de voormelde bepalingen volgt dat, in de stand van de wetgeving op het tijdstip van de feiten, onder dringende medische hulp moet worden verstaan de hulp die wordt verstrekt aan een persoon waarvan de gezondheidstoestand onmiddellijke verzorging vereist ten gevolge van een ongeval of ziekte, alsook het transport van die persoon en zijn opname in een verzorgingsinstelling;
Overwegende dat het arrest dat oordeelt dat de dringende medische hulp "ook moet worden begrepen in de zin van het verstrekken van levensmiddelen die levensnoodzakelijk zijn voor de mens en van een behoorlijk onderkomen", en dat bij ontstentenis van opname in een verplegingsinrichting "hulp bij equivalent, met andere woorden geld, dat moet opvangen en aan de betrokken persoon een levensminimum moet verzekeren zodat de menselijke waardigheid niet in het gedrang komt", de in het middel aangewezen wetsbepalingen schendt;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt de tweede verweerder in de kosten;
Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Bergen.