Hof van Cassatie: Arrest van 18 Mei 1998 (België). RG S970149N

Datum :
18-05-1998
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19980518-8
Rolnummer :
S970149N

Samenvatting :

Schenden de devolutieve werking van het hoger beroep de appelrechters die, betreffende een vordering tot administratieve herziening van het recht op tegemoetkomingen, de in graad van beroep voor het eerste door de administratie aangevoerde grond van niet-ontvankelijkheid, gesteund op de onwettigheid een administratieve herziening te vorderen op medische gronden zonder hernieuwde aanvraag, deze exceptie afwijzen door ze strijdig te achten met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 30 juli 1997 door het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 8 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, 20 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming, 582-1° en 1068 van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat het bestreden arrest, recht sprekende over het beroep van verweerster tegen de administratieve beslissing van eiser d.d. 14 november 1996, na vastgesteld te hebben a) dat verweerster op 7 oktober 1996 een aanvraag om administratieve herziening met het oog op het bepalen van het recht op de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming heeft ingediend en b) dat verweerster op 6 januari 1997 ter griffie van de arbeidsrechtbank medische formulieren heeft neergelegd, het vonnis van de arbeidsrechtbank bevestigt dat een deskundige heeft aangesteld met als opdracht onder meer te zeggen of bij verweerster vanaf 01.11.1996 een gebrek aan of vermindering van zelfredzaamheid bestaat, en deze beslissing steunt op de overwegingen dat de formulering van de beslissing van 14 november 1996 "van een aard (is) om bij de gehandicapte de suggestie op te wekken dat de medische toestand eveneens het voorwerp van de beslissing is geweest. Partij Marino vermocht derhalve te denken dat zij haar medische gegevens - in de vorm van de formulieren 3 en 4 - tot staving van een bezwaar bij de arbeidsrechtbank kon indienen. Gelet op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - inzonderheid de informatieplicht en het vertrouwensbeginsel - kan het ministerie het middel van onontvankelijkheid niet meer aanwenden, dat het in hoger beroep laat gelden maar blijkbaar in de eerste aanleg niet heeft opgeworpen",
terwijl een aanvraag om herziening, zoals ingediend door verweerster op 7 oktober 1996, die niet strekt tot vaststelling van een wijziging in de lichamelijke of psychische toestand en niet vergezeld is van een recent geneeskundig getuigschrift, niet kan leiden tot een beslissing over de graad van zelfredzaamheid,
en terwijl het neerleggen van medische formulieren op 6 januari 1997 ter griffie van de arbeidsrechtbank niet tot gevolg kan hebben dat de medische toestand het voorwerp van de beslissing van 14 november 1996 is geweest, zodat een beslissing over die medische toestand enkel mogelijk was op grond van een nieuwe bij de burgemeester in te dienen aanvraag (schending van alle ingeroepen bepalingen behalve art. 1068 GerW.),
en terwijl het aanwenden door eiser van een nieuw middel in graad van beroep niet moet getoetst worden aan de beginselen van behoorlijk bestuur maar wel aan de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die zulk nieuw middel wel toelaten (schending van artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek) :
Overwegende dat, krachtens artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek, het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen, het geschil zelf aanhangig maakt bij de rechter in hoger beroep; dat door het hoger beroep het geschil op de appèlrechters overgaat met al de feitelijke en juridische vragen die daarmee samenhangen;
Overwegende dat eiser voor het arbeidshof de niet-ontvankelijkheid heeft aangevoerd van het op medische gronden gebaseerd beroep dat verweerster bij de arbeidsrechtbank heeft ingesteld tegen eisers beslissing over haar aanvraag tot administratieve herziening van het recht op de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming;
Dat het arrest oordeelt dat eiser de niet-ontvankelijkheid die hij niet voor de arbeidsrechtbank had opgeworpen, in hoger beroep niet meer kan opwerpen op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid de informatieplicht en het vertrouwensbeginsel;
Dat het arrest, door aldus te oordelen, artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek schendt;
Dat het middel in zoverre gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt eiser in de kosten;
Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Brussel.