Hof van Cassatie: Arrest van 19 December 1994 (België). RG S940066N

Datum :
19-12-1994
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19941219-10
Rolnummer :
S940066N

Samenvatting :

Voor de vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming aan gehandicapten moet het bestuur beslissen op grond van de gegevens die het bij het nemen van zijn beslissing kent en in aanmerking mag nemen, zonder dat daartoe een nieuwe aanvraag moet worden ingediend wanneer de gegevens zijn gewijzigd voor de ingangsdatum van de tegemoetkoming. (Art. 8, alinéa 1, laatste lid, Gehandicaptenwet Tegemoetkomingen; artt. 8, 9 en 20 K.B. 6 juli 1987).

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 23 februari 1994 door het Arbeidshof te Antwerpen gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 8 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten en de artikelen 8, 9, 12, 13 en 20 tot 23 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming in de oorspronkelijke versie van deze artikelen van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 vooraleer zij werd gewijzigd en met name artikel 12 vooraleer het werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 8 januari 1992, artikel 13 vooraleer het werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 5 maart 1990,
doordat het arbeidshof vooraf het hoger beroep van eiser ontvankelijk en gegrond verklaart en dienvolgens de vordering van verweerder ontvankelijk doch ongegrond verklaart wat de weigering van de tegemoetkoming per 1 december 1987 betreft en op dat punt de oorspronkelijke beslissing bevestigt doch vervolgens het incidenteel beroep dat door verweerder werd ingesteld ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaart en dienovereenkomstig de vordering van verweerder in die mate gegrond verklaart dat met ingang van 1 januari 1988 de rechten op tegemoetkomingen verder dienen onderzocht te worden rekening houdend met de bestaansmiddelen van verweerder van het jaar 1987,
terwijl, overeenkomstig artikel 8, alinéa 1 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 voor de toekenning van de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming als inkomen in aanmerking komt het in het eerste lid van die paragraaf omschreven belastbaar inkomen van het tweede jaar dat aan het jaar voorafgaat in de loop waarvan de aanvraag wordt ingediend; dat artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt dat, wanneer voor de ingangsdatum van de tegemoetkoming, de gegevens inzake burgerlijke staat, de samenstelling van het gezin, samenwoning of inkomen, welke tot grondslag hebben gediend voor de bepaling van het bedrag van het op het aanslagbiljet voorkomend inkomen, gewijzigd zijn, rekening wordt gehouden met de nieuwe toestand en het bedrag van het inkomen eventueel wordt aangepast, voor zover de wijziging van dit inkomen minstens 20 % bedraagt; dat het belastbaar inkomen van het jaar van de aanvraag om tegemoetkoming pas nà het verstrijken van dat jaar kan worden vastgesteld en kan worden vergeleken met het belastbaar inkomen van 2 jaar voor dat van de aanvraag; dat het inkomen van het jaar waarin de tegemoetkoming ingaat, de in voormeld artikel 9 bedoelde gegevens inzake het inkomen niet kan wijzigen voor de ingangsdatum van de tegemoetkoming; dat voor de toepassing van dit artikel 9 geen rekening kan worden gehouden met een vermindering van het inkomen van het jaar van de ingangsdatum van de tegemoetkoming; dat daaruit voortvloeit dat het belastbaar inkomen van het tweede jaar voor de aanvraag alleen kan worden vervangen door een ander belastbaar inkomen dat voor de aanvangsdatum van de tegemoetkoming is vastgesteld en gekend door een aanslagbiljet; dat, zo de aanvrager wil dat wel rekening wordt gehouden met het inkomen van het jaar van de ingangsdatum van de tegemoetkoming, hij daartoe de herziening van de beslissing moet vragen overeenkomstig artikel 20 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 welke aanvraag overeenkomstig artikel 23, alinéa 1 van datzelfde besluit uitwerking krijgt op de eerste dag van de maand volgend op de indiening van dergelijke herzieningsaanvraag; de appelrechters derhalve door te oordelen dat daartoe geen nieuwe aanvraag vereist is en dat, in het stadium van de betwisting van een beslissing over een aanvraag, de arbeidsgerechten dienen rekening te houden met alle pertinente gegevens die hun worden voorgelegd i
n de loop van het geding en door op die grondslag te beslissen dat de vordering van verweerder in die mate gegrond is dat met ingang van 1 januari 1988 de rechten op tegemoetkomingen verder dienen onderzocht te worden, rekening houdend met de bestaansmiddelen van verweerder van het jaar 1987 alle in het middel aangeduide wetsartikelen schenden :
Overwegende dat, krachtens artikel 8, alinéa 1, van het koninklijk besluit van 6 juli 1987, voor de toekenning van de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming als inkomen in aanmerking komt het in het eerste lid van die paragraaf omschreven belastbaar inkomen van het tweede jaar dat aan het jaar voorafgaat in de loop waarvan de aanvraag wordt ingediend; dat dit inkomen voorkomt op het aanslagbiljet dat wordt afgeleverd door de Administratie der Directe Belastingen;
Dat artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt dat, wanneer voor de ingangsdatum van de tegemoetkoming, de gegevens inzake burgerlijke staat, de samenstelling van het gezin, samenwoning of inkomen, welke tot grondslag hebben gediend voor de bepaling van het bedrag van het op het aanslagbiljet voorkomend inkomen, gewijzigd zijn, rekening wordt gehouden met de nieuwe toestand en het bedrag van het inkomen eventueel wordt aangepast, voor zover de wijziging van dit inkomen minstens 20 pct. bedraagt;
Overwegende dat het belastbaar inkomen van het jaar van de aanvraag om tegemoetkoming na het verstrijken van dat jaar kan worden vastgesteld en kan worden vergeleken met het belastbaar inkomen van twee jaar voor dat van de aanvraag;
Overwegende dat, krachtens de artikelen 8, alinéa 1, laatste lid, Gehandicaptenwet Tegemoetkomingen, en 20 van het voormelde koninklijk besluit, een nieuwe aanvraag bij de burgemeester mag worden ingediend wanneer zich volgens de aanvrager wijzigingen voordoen welke de toekenning of verhoging van de tegemoetkomingen rechtvaardigen;
Overwegende dat uit de samenhang van de voormelde bepalingen volgt dat een vermindering van het inkomen van het jaar van de ingangsdatum van de bestuurlijke beslissing slechts tot toekenning of verhoging van de tegemoetkomingen kan leiden indien daartoe een nieuwe aanvraag is ingediend; dat eiser moet beslissen op grond van de gegevens die hij bij het nemen van zijn beslissing kent en in aanmerking mag nemen;
Overwegende dat het arrest vaststelt dat eiser op 28 september 1989 een beslissing nam, waarbij hij weigerde, op grond van verweerders inkomen van 1985, tegemoetkomingen aan verweerder toe te kennen vanaf 1 december 1987, dit is de eerste dag van de maand die volgt na het indienen van verweerders aanvraag;
Dat het arrest voorts vaststelt dat verweerders inkomen van 1987, in vergelijking met het inkomen van 1985 een vermindering van ten minste 20 pct. had ondergaan;
Overwegende dat het middel kritiek uitoefent op het arrest in zoverre dit beslist dat eiser, zonder dat daartoe een nieuwe aanvraag is vereist, verweerders rechten met ingang van 1 januari 1988 voorts dient te onderzoeken;
Overwegende dat die beslissing evenwel is gegrond op het niet bekritiseerde oordeel dat eiser, mits het bepalen van een latere ingangsdatum met inachtneming van de vereisten van de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987, bij het nemen van zijn beslissing op 28 september 1989 vermocht rekening te houden met de wijziging die zich in 1987 in verweerders inkomen had voorgedaan;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.