Hof van Cassatie: Arrest van 19 December 1997 (België). RG F970067F

Datum :
19-12-1997
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19971219-6
Rolnummer :
F970067F

Samenvatting :

De omstandigheid dat de belastingambtenaar de belastbare grondslag verkeerd heeft beoordeeld in rechte door een te klein BTW-bedrag in die grondslag op te nemen is geen materiële vergissing waardoor de directeur der belastingen ontheffing van overbelasting mag verlenen buiten de bezwaartermijn, bepaald bij art. 272 WIB (1964).

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 5 maart 1997 gewezen door het Hof van Beroep te Luik;
Over het middel : schending van artikel 277, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen,
doordat het arrest, na te hebben vastgesteld dat "de belastingambtenaar (...) in zijn wijzigingsbericht (...) vermeldt dat hij de aangegeven belastbare basis zal verhogen met : 1. een te klein bedrag aan inkomsten ten belope van ..., 2. Een te klein BTW-bedrag van 25 pct. ten belope van ...", beslist dat "het feit - het hierboven vermelde punt 2 - dat de BTW gevoegd wordt bij het te kleine bedrag aan inkomsten een grove vergissing is in de berekening van de belastbare grondslag waardoor de aanslag tot beloop van dat bedrag wettelijke grondslag mist en die vergissing alleen te wijten kan zijn aan een onoplettendheid, een vergissing van de belastingambtenaar die als (een materiële vergissing) moet worden aan gemerkt en die door de bestreden beslissing waarin het bezwaarschrift, gelet op de laattijdige indiening ervan, is getoetst aan artikel 277 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, kon en moest worden verbeterd, aangezien zij aan het licht was gekomen binnen de bij die bepaling voorgeschreven termijnen",
terwijl, krachtens artikel 277, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964), dat de openbare orde raakt en op beperkende wijze moet worden uitgelegd, ontheffing van overbelasting slechts mag worden verleend in de gevallen die het bepaalt en, onder meer, bij materiële vergissing, met uitsluiting van elke dwaling omtrent het recht, die alleen mag worden aangevoerd als een bezwaarschrift is ingediend binnen de bij artikel 272 van voornoemd wetboek bepaalde wettelijke termijn; het Hof de materiële vergissing altijd heeft omschreven als een feitelijke vergissing die geschiedt buiten het verstand of de wil om van degene die ze begaat, alsook buiten elke beoordeling om en die bestaat in reken- of schrijffouten of andere grove vergissingen, die geen verband houden met de juridische beoordeling van de belastbaarheid van de belastingplichtige of met de vaststelling van de belastbare grondslagen; de verhoging van de belastbare grondslag met de BTW op het te gering bedrag aan inkomsten een dwaling omtrent het recht is die niet met een grove vergissing kan worden gelijkgesteld; het hof van beroep bijgevolg, nu het voor recht zegt dat "de verhoging van de belastbare grondslag met een te klein BTW-bedrag te wijten is aan een materiële vergissing van de belastingambtenaar", de in het middel vermelde bepaling schendt :
Overwegende dat het arrest vaststelt dat de voorziening voor het hof van beroep gericht was tegen de beslissing van de door de gewestelijke directeur der directe belastingen gemachtigde ambtenaar betreffende de aanslagen in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1988 waarbij verweerster het voordeel van artikel 277, è 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964) wordt ontzegd;
Overwegende dat de materiële vergissing waarvoor de directeur der belastingen op grond van dat artikel ontheffing van overbelasting mag verlenen buiten de bij artikel 272 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1964) bepaalde termijn, een feitelijke vergissing is als gevolg van een misvatting omtrent materiële gegevens bij ontstentenis waarvan de belasting wettelijke grondslag mist;
Overwegende dat het arrest, nu het in algemene bewoordingen beslist dat de verhoging van de aangegeven belastbare grondslag met een te klein BTW-bedrag voortvloeiend uit de niet-aangifte van inkomsten "een grove vergissing is in de berekening van de belastbare grondslag waardoor de aanslag tot beloop van dat bedrag wettelijke grondslag mist en die fout alleen te wijten kan zijn aan een onoplettendheid, een vergissing van de belastingambtenaar (...)", de beslissing "dat de verhoging van de belastbare grondslag met een te klein BTW-bedrag te wijten is aan een materiële vergissing van de belastingambtenaar", niet naar recht verantwoordt;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.