De grondwettelijke vrijheid van vereniging wordt niet aangetast door de beslissing van het militiegerecht dat uitstel of vrijlating van dienst op morele grond weigert, omdat de ingeschreven dienstplichtige niet voor eigen rekening een landbouw-, nijverheids- of handelsbedrijf drijft waarvoor hij onmisbaar is, maar dat hij die bedrijvigheid uitoefent voor rekening van een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid. (Art. 20 Grondwet.)
Arrest :
De geconsolideerde versie van deze tekst is niet beschikbaar.