Hof van Cassatie: Arrest van 19 November 2009 (België). RG C.08.0459.N

Datum :
19-11-2009
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20091119-2
Rolnummer :
C.08.0459.N

Samenvatting :

De gerechtelijke ontbinding op grond artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek van een wederkerige overeenkomst met opeenvolgende of doorlopende prestaties, zoals een huurcontract, werkt alleen voor de toekomst wanneer de ter uitvoering van de overeenkomst volbrachte prestaties niet meer teruggegeven kunnen worden (1). (1) Zie Cass., 25 feb. 1991, AR 8971, A.C., 1990-91, nr. 345

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Nr. C.08.0459.N

IMMODOS, naamloze vennootschap, met zetel te 9750 Zingem, Schoolstraat 4,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. D. B. P., en,

2. G.P.,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 13 juni 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De gerechtelijke ontbinding op grond artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek van een wederkerige overeenkomst met opeenvolgende of doorlopende prestaties, zoals een huurcontract, werkt alleen voor de toekomst wanneer de ter uitvoering van de overeenkomst volbrachte prestaties niet meer teruggegeven kunnen worden.

2. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat:

- de verweerders de ontbinding vorderden van de huurovereenkomst ten nadele van de eiseres;

- de verweerders vorderden dat voor recht zou worden gezegd dat er een verminderd huurgenot was ingevolge de menige vochtproblemen en dat hierdoor de maandelijkse huurprijs met 300,00 euro wordt verminderd vanaf 1 juni 2004 tot 31 juli 2007;

- de verweerders het gehuurde goed hebben bezet tot juli 2007.

3. De appelrechters hebben de handelshuurovereenkomst wegens de contractuele wanprestatie van de eiseres met terugwerkende kracht ontbonden tot 22 december 2006, dit is de datum waarop de verweerders voor het eerst de vordering tot ontbinding hebben ingesteld.

Zij beslissen dat de door de verweerders verrichte betalingen als onverschuldigd moeten worden aangemerkt en door de eiseres dienen te worden terugbetaald krachtens artikel 1235 van het Burgerlijk Wetboek.

4. De appelrechters die vaststellen dat de verweerders het verhuurde goed zijn blijven bezetten na 22 december 2006 vermochten niet zonder schending van artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek de gerechtelijke ontbinding uit te spreken tot 22 december 2006 en de eiseres te veroordelen tot integrale terugbetaling van de huurgelden verricht na 22 december 2006.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dit het hoger beroep toelaatbaar verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Ieper, zitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 19 november 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols.