Hof van Cassatie: Arrest van 20 December 1995 (België). RG P951409F
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19951220-4
- Rolnummer :
- P951409F
Samenvatting :
Wanneer een gehechte, bij een ten overstaan van de gevangenisdirecteur of diens afgevaardigde gedane verklaring hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking tot handhaving van de voorlopige hechtenis, is het hoger beroep rechtsgeldig, ook al is de verklaring niet overgezonden aan de met de overschrijving ervan belaste griffier.
Arrest :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 8 december 1995 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling;
Over het eerste middel :
Overwegende dat, krachtens artikel 30 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, de verdachte voor de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep kan instellen tegen de beschikkingen van de raadkamer waarbij de voorlopige hechtenis wordt bevestigd of gehandhaafd, het hoger beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren vanaf de dag waarop de beslissing hem is betekend en de verklaring van hoger beroep wordt gedaan op de griffie van de rechtbank die uitspraak heeft gedaan; dat overeenkomstig artikel 1 van de wet van 25 juli 1893 de gedetineerden hun aangifte van beroep doen bij de bestuurder van de strafinrichting waarin zij opgesloten zijn of aan diens afgevaardigde, die daarvan proces-verbaal opmaakt in een daartoe bestemd register;
Overwegende dat uit laatstgenoemde wetsbepaling volgt dat het hoger beroep rechtsgeldig wordt ingesteld door de verklaring van de gedetineerde aan de directeur van de strafinrichting of diens afgevaardigde;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de op 26 oktober 1995 gewezen beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Charleroi waarbij de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd, op 27 oktober 1995 is betekend aan eiser, die dezelfde dag aan de sectiechef het formulier voor het instellen van hoger beroep heeft overhandigd waarin hij zijn wil om hoger beroep in te stellen te kennen geeft; dat dit formulier om een onbekende reden nooit bij de griffie van de gevangenis is toegekomen;
Overwegende dat de kamer van inbeschuldigingstelling derhalve niet wettig kon vaststellen dat eiser geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van 26 oktober 1995;
Overwegende dat luidens artikel 30, alinéa 3, van de wet van 20 juli 1990 over het hoger beroep uitspraak wordt gedaan met voorrang boven alle andere zaken en de verdachte in hechtenis blijft totdat over het hoger beroep is beslist, voor zover dit geschiedt binnen vijftien dagen nadat het beroep is ingesteld, terwijl de verdachte in vrijheid gesteld wordt als de beslissing niet binnen die termijn is gewezen;
Overwegende dat over dit hoger beroep geen uitspraak is gedaan binnen de vermelde termijn;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.
Gelet op het bestreden arrest, op 8 december 1995 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling;
Over het eerste middel :
Overwegende dat, krachtens artikel 30 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, de verdachte voor de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep kan instellen tegen de beschikkingen van de raadkamer waarbij de voorlopige hechtenis wordt bevestigd of gehandhaafd, het hoger beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren vanaf de dag waarop de beslissing hem is betekend en de verklaring van hoger beroep wordt gedaan op de griffie van de rechtbank die uitspraak heeft gedaan; dat overeenkomstig artikel 1 van de wet van 25 juli 1893 de gedetineerden hun aangifte van beroep doen bij de bestuurder van de strafinrichting waarin zij opgesloten zijn of aan diens afgevaardigde, die daarvan proces-verbaal opmaakt in een daartoe bestemd register;
Overwegende dat uit laatstgenoemde wetsbepaling volgt dat het hoger beroep rechtsgeldig wordt ingesteld door de verklaring van de gedetineerde aan de directeur van de strafinrichting of diens afgevaardigde;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de op 26 oktober 1995 gewezen beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Charleroi waarbij de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd, op 27 oktober 1995 is betekend aan eiser, die dezelfde dag aan de sectiechef het formulier voor het instellen van hoger beroep heeft overhandigd waarin hij zijn wil om hoger beroep in te stellen te kennen geeft; dat dit formulier om een onbekende reden nooit bij de griffie van de gevangenis is toegekomen;
Overwegende dat de kamer van inbeschuldigingstelling derhalve niet wettig kon vaststellen dat eiser geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van 26 oktober 1995;
Overwegende dat luidens artikel 30, alinéa 3, van de wet van 20 juli 1990 over het hoger beroep uitspraak wordt gedaan met voorrang boven alle andere zaken en de verdachte in hechtenis blijft totdat over het hoger beroep is beslist, voor zover dit geschiedt binnen vijftien dagen nadat het beroep is ingesteld, terwijl de verdachte in vrijheid gesteld wordt als de beslissing niet binnen die termijn is gewezen;
Overwegende dat over dit hoger beroep geen uitspraak is gedaan binnen de vermelde termijn;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.