Hof van Cassatie: Arrest van 20 Januari 1993 (België). RG 9894

Datum :
20-01-1993
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19930120-18
Rolnummer :
9894

Samenvatting :

Ofschoon de vordering van de gemachtigde ambtenaar inzake ruimtelijke ordening tot herstel van de plaats in de vorige staat aan geen vormvereisten is onderworpen, is het hem nochtans verboden zich daartoe burgerlijke-partij te stellen; de strafrechter zou die burgerlijke partijstelling niet ontvankelijk moeten verklaren; de gemachtigde ambtenaar zou immers niet kunnen beweren persoonlijk te zijn benadeeld door het misdrijf en dus partij in het geding zijn, aangezien zijn vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat slechts de uitoefening is van een keuze die de wet hem in zijn hoedanigheid gelaten heeft. ( Art.65, alinéa 1, Wet Ruimtelijke Ordening en Stedebouw; art. 67, alinéa 1, Waals Wetboek Ruimtelijke Ordening en Stedebouw. )

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 16 maart 1992 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissingen op de rechtsvordering van het openbaar ministerie :
a) waarbij eiser wordt veroordeeld tot een geldboete, tot betaling van een bijdrage aan het bijzonder Fonds tot Hulp aan de Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden alsmede tot de kosten van de strafvordering :
Over het middel, aangevoerd in het cassatieverzoekschrift, betiteld "memorie", waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht :
Overwegende dat eiser betoogt dat, nu alle litigieuze werkzaamheden lang voor 14 mei 1984 waren uitgevoerd", het arrest het beginsel dat de strafwet niet terugwerkt, miskent door toepassing te maken van het besluit van 14 mei 1984 van de Waalse Gewestexecutieve tot codificatie van de wetgevende en verordenende bepalingen betreffende de stedebouw en de ruimtelijke ordening van toepassing op het Waalse Gewest;
Overwegende dat luidens artikel 1 van dat besluit onder meer worden gecodificeerd met de erin aangebrachte wijzigingen, de artikelen 1 tot 69 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw; dat de artikelen 41, 42, 66 en 67 van het besluit waarvan het arrest toepassing maakt, overeenkomen met de respectieve artikelen 44, 45, 64 en 65 van bovengenoemde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 1970, waarvan de gewijzigde tekst van kracht is met ingang van 15 februari 1971, dag van de inwerkingtreding van laatstgenoemde wet;
Dat derhalve het middel, nu het enerzijds veronderstelt dat de wettelijke grondslag van eisers veroordeling het codificatiebesluit is, en anderzijds betoogt dat de bovengenoemde wet van 29 maart 1962 is opgeheven, faalt naar recht;
b) waarbij eiser veroordeeld wordt tot herstel van de plaats in de vorige staat :
Overwegende dat het arrest, met bevestiging van het beroepen vonnis, het herstel van de plaats in de vorige staat beveelt "zoals de gemachtigde ambtenaar had gevorderd en overeenkomstig artikel 67, alinéa 1, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening en Stedebouw";
Overwegende dat uit de motivering van het arrest blijkt dat het hof van beroep die maatregel te dezen heeft bevolen, enerzijds, op de burgerlijke rechtsvordering van het Waalse Gewest, ofschoon uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat het Gewest het herstel in de vorige staat heeft gevorderd als herstel in natura van een schade aan zijn particuliere belangen en, anderzijds, na de burgerlijke-partijstelling van de gemachtigde ambtenaar ten onrechte ontvankelijk te hebben verklaard, gezien hij niet kan beweren persoonlijk door het misdrijf te zijn benadeeld en dus niet kan partij zijn in het geding, terwijl zijn vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat, die aan geen vormvereisten is onderworpen, slechts de uitoefening is van een keuze die de wet hem in zijn hoedanigheid gelaten heeft;
Dat evenwel die tweevoudige schending van de wettelijke bepalingen inzake de ontvankelijkheid van de voor de strafrechter ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen geen invloed heeft op de wettigheid van de beslissing waarbij de vordering van de gemachtigde ambtenaar tot herstel van de plaats in de vorige staat wordt toegewezen;
Overwegende immers dat, niettegenstaande het burgerlijke karakter van zodanige vordering, de strafrechter voor wie ze wordt ingesteld in de regel gehouden is daarop recht te doen "benevens de straf" en dat zijn beslissing waarbij, op die vordering, het herstel in de vorige staat wordt bevolen onder de strafvordering valt, aangezien de wetgever de vrijwaring van het algemeen belang van de gemeenschap, meer bepaald een goede ruimtelijke ordening, op het oog heeft gehad; dat in zodanig geval de uitspraak van de burgerrechtelijke beslissing waarbij het herstel van de plaats in de vorige staat wordt bevolen door de wet wordt voorgeschreven als een verplichte aanvulling van de strafrechtelijke veroordeling;
Overwegende dat dienaangaande de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en dat de beslissing geen onwettigheid bevat die eiser kan benadelen;
B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing waarbij eiser wordt veroordeeld tot betaling van één frank schadevergoeding aan het Waalse Gewest, en tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvorderingen van Yvon Remy en Jeanine Avaloze :
Overwegende dat eiser geen bijzonder middel aanvoert;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.