Hof van Cassatie: Arrest van 20 Juni 1997 (België). RG C940324N

Datum :
20-06-1997
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19970620-9
Rolnummer :
C940324N

Samenvatting :

Als de miskenning van de op eenieder rustende voorzichtigheidsverplichting tevens een tekortkoming aan een contractuele verbintenis is, belet dit niet dat hij die de tekortkoming heeft begaan, buiten-contractueel aansprakelijk is voor de schade van derden met wie hij geen overeenkomst heeft gesloten.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 26 april 1994 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;
Overwegende dat de voorzieningen ingeschreven op de algemene rol van het Hof onder de nummers C.94.0324.N en C.95.0042.N tegen hetzelfde arrest zijn gericht; dat ze dienen te worden gevoegd;
I. Op de voorziening in de zaak C.94.0324.N :
Over het middel, gesteld als volgt :
schending van de artikelen 1101, 1119, 1122, 1134, 1142, 1147, 1165, 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek,
doordat het bestreden arrest overweegt "dat in de aannemingsovereenkomst van de NV Bruda (verweerster) de verplichting opgenomen had de uitgebroken zones onmiddellijk in de loop van dezelfde dag af te dichten of, indien dit door de weersomstandigheden niet mogelijk zou zijn, de nodige maatregelen te nemen opdat zich geen waterdoorsijpelingen zouden voordoen; dat deze verplichting overgenomen werd in de onderscheiden overeenkomsten van onderaanneming waarbij de NV Steyfkens dagelijks een strook met een gemiddelde oppervlakte van 403 m2/fase diende af te breken, die door de NV
Bruda moest worden afgedicht teneinde waterinfiltraties te vermijden, en waarbij de NV E. Dekkers verplicht werd 's avonds een afdichting te voorzien zodat geen waterinfiltraties konden ontstaan;
"(...) dat de oorspronkelijke aanleggers, schadelijdende partijen, geen contractspartij waren en als derden dienen beschouwd; dat de miskenning door een contractspartij van haar contractuele verbintenis ook de extra-contractuele aansprakelijkheid van deze partij jegens derden met zich kan meebrengen in die mate dat de tekortkoming aan haar contractuele verplichting tevens een inbreuk uitmaakt op de algemene zorgvuldigheidsverplichting; dat bij de beoordeling de aannemingsovereenkomst als een rechtsfeit moet in acht genomen worden" en verder, wat betreft de schade door waterinsijpeling tijdens de werken :
"(...) dat al werden de werken ter plaatse niet uitgevoerd door de NV Bruda (verweerster), zij alleszins instond voor de coördinatie van de werf en de algemene leiding van de werken; dat (verweerster) zich contractueel verbonden had de nodige maatregelen te nemen opdat zich geen waterdoorsijpelingen zouden voordoen en zij ten aanzien van de NV Steyfkens de verplichting op zich genomen had af te dichten teneinde waterinfiltraties te vermijden (orderbevestiging dd. 7 juli 1981, blz. 2); dat op basis van deze contractuele verbintenissen derden (verweerster) mochten aanspreken als de werfverantwoordelijke belast om de waterdichtheid tijdens de werken te verzekeren; dat (verweerster) nalatig is geweest bij het vervullen van haar opdracht, wat tevens een gebrek aan zorgvuldigheid uitmaakt in de uitoefening van haar beroepsactiviteit en een fout uitmaakt waardoor de waterschade aan derden werd veroorzaakt"
"(...) dat appellanten verkeerdelijk stellen dat de nalatigheid van (verweerster) beoordeeld moet worden in een gemis aan de algemene zorgvuldigheidsplicht in de uitoefening van haar beroepsactiviteit buiten de bestaande overeenkomsten; dat alhoewel de aannemingsovereenkomst ten aanzien van de extra-contractuele aansprakelijkheid van (verweerster) niet de juridische grondslag ervan is, zij wel de feitelijke omstandigheid uitmaakt die verklaart waarin en in welke mate (verweerster) een zorgvuldigheidsplicht had jegens derden met betrekking tot de werkzaamheden"
"(...) dat de eerste rechter terecht stelde dat de quasi-delictuele fout van (verweerster) er dan ook in bestond dat zij nalatig geweest is om ervoor te zorgen dat de nodige afdekkingen niet tijdig werden aangebracht,
vóór de regenbui tussenkwam en dit op het ogenblik dat de versleten dakbedekking op een bepaalde plaats reeds was weggebroken en de membraanlaag op die plaats nog niet was aangebracht; dat deze nalatigheid een miskenning inhoudt van de algemene zorgvuldigheidsnorm zodat (verweerster) op grond van art. 1382 en 1383 BW aansprakelijk dient gesteld voor de waterinsijpelingen tijdens de werken en de daaruit voortvloeiende schadelijke gevolgen"
en doordat het bestreden arrest, wat betreft schade door waterinsijpeling na de werken, overweegt dat "de werken uitgevoerd worden overeenkomstig de offerte opgemaakt door (verweerster); dat de onderaannemers dit concept als dusdanig uitgevoerd hebben en geen fout in hunnen hoofde kan weerhouden worden
"(...) dat de waterinsijpelingen na de werken te wijten was aan een conceptiefout van (verweerster) ten gevolge van een verkeerde uitvoeringswijze van de voegen; dat (verweerster) terecht aansprakelijk gesteld werd voor de waterschade na de werken op grond van art. 1382 en 1383 BW",
en doordat het arrest, wat de vordering van verweerster tegen eiseres betreft oordeelt dat "de polis van de NV groep Josi de contractuele aansprakelijkheid van (verweerster) dekt en slechts suppletief de burgerrechtelijke aansprakelijkheid ten overstaan van derden na uitputting van de polis bij de NV Zurich (eiseres); (...) dat (verweerster) op basis van art. 1382 en 1383 BW aansprakelijk geacht werd tot vergoeding van de waterschade aan derden; dat (eiseres) terecht tot vrijwaring gehouden werd"
en bijgevolg eiseres veroordeelt tot het vrijwaren van verweerster,
terwijl de aansprakelijkheid van een medecontractant niet in het gedrang wordt gebracht tegenover derden, dan wanneer de ingeroepen fout, los van het contract, een inbreuk op het algemeen zorgvuldigheidsbeginsel uitmaakt en terwijl het bestreden arrest enerzijds vaststelt dat de werken ter plaatse niet werden uitgevoerd door verweerster die zich echter contractueel had verbonden de nodige maatregelen te nemen opdat zich geen waterinsijpelingen zouden voordoen en anderzijds beslist dat op basis van deze contractuele verbintenissen derden verweerster konden aanspreken als werfverantwoordelijke, dat verweerster nalatig is geweest bij het vervullen van haar opdracht, wat tevens een gebrek aan zorgvuldigheid uitmaakt zodat het arrest door te beslissen, zonder verdere motivering, dat de contractuele verbintenissen door verweerster niet werden nagekomen zodat derden haar mochten aanspreken, zonder verder na te gaan "in concreto" waarin en los van de overeenkomst zelf deze wanprestatie een gebrek aan zorgvuldigheid uitmaakt, het wettelijk begrip fout heeft geschonden, minstens het uw Hof niet mogelijk maakt een legaliteitscontrole op de beslissing uit te oefenen en zodat, de beslissing van het bestreden arrest waarbij eiseres veroordeeld wordt tegenover verweerster, louter op het feit dat beslist was dat de aansprakelijkheid van deze laatste gebaseerd was op de artikelen 1382 en 1383 BW evenmin naar recht is verantwoord (schending van alle in het middel ingeroepen bepalingen) :
Overwegende dat hij die een contractuele fout begaat jegens derden buitencontractueel aansprakelijk kan zijn, indien die tekortkoming aan de contractuele verplichtingen terzelfder tijd en los van het contract schending oplevert van de voor eenieder geldende algemene zorgvuldigheidsverplichting;
Dat als de miskenning van de op eenieder rustende voorzichtigheidsverplichting tevens een tekortkoming aan een contractuele verbintenis is,
dit niet belet dat hij die de tekortkoming heeft begaan, buitencontractueel aansprakelijk is voor de schade van derden met wie hij geen overeenkomst heeft gesloten;
Overwegende dat het arrest oordeelt dat verweerster nalatig is geweest in het vervullen van haar opdracht, "wat tevens een gebrek aan zorgvuldigheid uitmaakt in de uitoefening van haar beroepsactiviteit en een fout uitmaakt";
Dat het arrest ook beslist dat verweerster een quasi-delictuele fout heeft begaan, enerzijds, omdat zij er niet voor gezorgd heeft dat de nodige afdekkingen tijdig werden geplaatst en deze nalatigheid een miskenning inhoudt van de algemene zorgvuldigheidsnorm, anderzijds, omdat zij een conceptiefout heeft gemaakt, waarvoor zij op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is;
Dat het arrest zodoende nagaat of de tekortkoming van verweerster niet terzelfdertijd en los van het contract, een schending is van de voor iedereen geldende zorgvuldigheidsplicht, mitsdien zijn beslissing naar recht verantwoordt;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
...